Naftaniel: 5 miljoen van NS aan herinneringscentra beschamend

De 5 miljoen euro die de NS doneert aan vier herinneringscentra toont een gebrek aan respect voor het leed dat de nazimoord op Joden en Roma teweeg heeft gebracht. Dat schrijft Ronny Naftaniel, vicevoorzitter van het Centraal Joods Overleg donderdag op de website van de Volkskrant. Hij noemt de situatie „beschamend”.

Afgelopen vrijdag maakte de NS bekend 5 miljoen euro te geven aan kamp Westerbork, kamp Vught, kamp Amersfoort en het Oranjehotel onder meer voor educatie aan jongeren. Dit als onderdeel van een breder pakket waarin het leed van NS-transporten in de Tweede Wereldoorlog wordt erkend. De 5 miljoen euro is bedoeld als erkenning voor slachtoffers die de oorlog niet hebben overleefd en geen nabestaanden hadden. Afzonderlijk is aan slachtoffers en hun nabestaanden die de oorlog wél overleefden, inmiddels ruim 38 miljoen euro betaald door de NS.

Afgelopen vrijdag uitten Joodse organisaties ook al kritiek op dit onderdeel van het pakket.

Volgens Naftaniel hebben het Centraal Joods Overleg en andere vertegenwoordigers bij de NS aangedrongen op overleg „zodat een respectvolle regeling bereikt kon worden”. Het bedrag beschikbaar voor niet-overlevenden zou „in proportie moeten zijn” met de vergoedingen aan de overlevenden en hun nabestaanden, vinden zij.

„De NS-directie wees overleg af”, schrijft Naftaniel. „Afgelopen vrijdag zou er eindelijk toch een ontmoeting zijn, maar wat samenspraak had moeten worden, was in werkelijkheid een dictaat. De NS had eenzijdig de doelen en het bedrag bepaald. Zonder raadpleging van de Joodse gemeenschap.” Volgens hem ging de NS daarmee ook in tegen een aanbeveling van de Commissie-Cohen, die de NS adviseert over de hele kwestie rondom de transporten.

De commissie meldt dat die zich kan vinden in de invulling van NS door geld aan de centra te doneren. „In de overtuiging dat het gaat om een moreel gebaar”, aldus de commissie. „De steun aan deze centra zal de herinnering aan dit leed levend helpen houden.”

De NS laat weten dat is geprobeerd om het advies van de commissie zo goed mogelijk uit te voeren. „Het gaat om invalshoeken en verschillende organisaties. Wij hebben begrip voor de boosheid, maar betreuren die wel. Onze deur blijft altijd open staan”, luidt de reactie.