Mond-op-mondbeademing en borstcompressies taboe

Nederland
In hun eigen belang moeten burgerhulpverleners zich bij reanimatie aan strengere regels houden. Het aangepaste beleid kan de overlevingskans van de gereanimeerde persoon beïnvloeden. beeld ANP, Jeroen Jumelet

Géén mond-op-mondbeademing, wél 1,5 meter afstand: het coronavirus dwingt burgerhulpverleners tot andere protocollen. Soms leidt dat tot spanningen.

Het coronavirus laat ook de burgerhulpverlening niet onberoerd. Bezorgde brandweermannen dienden eerder deze maand een klacht in tegen burgers die assistentie boden tijdens een reanimatie. De burgers zouden zich niet hebben gehouden aan de aangepaste richtlijnen voor reanimatie. Die richtlijnen gelden zolang het coronavirus rondwaart.

Burgerhulpverleners blijven cruciaal bij reanimaties, benadrukt woordvoerder Aart Bosmans. Maar het coronavirus en de overheidsmaatregelen vereisen waakzaamheid. „Hulpverleners kunnen tijdens een incident in aanraking komen met een coronapatiënt, waardoor ze gevaar lopen.” Daarom hielden HartslagNu, het RIVM, Ambulancezorg Nederland, de Nederlandse Reanimatie Raad en de Nederlandse Vereniging van Medisch Managers Ambulancezorg het reanimatieprotocol en de inzet van burgerhulpverleners tegen het licht.

Meldkamer

Het leidde tot extra voorzorgsmaatregelen in zowel de meldkamer als in het systeem dat burgers alarmeert voor een inzet. Bosmans: „De centralist in de meldkamer vraagt onder meer naar een mogelijke Covid-besmetting en of er sprake was van koorts, hoesten en kortademigheid. Is het slachtoffer mogelijk een coronapatiënt, dan mogen hulpverleners alleen een AED aansluiten en moeten ze verder afstand houden.”

Om het risico op besmetting van hulpverleners verder te verkleinen, wordt mond-op-mondbeademing voorlopig achterwege gelaten. Ook de kinlift, waarbij het hoofd van een slachtoffer achterover wordt gekanteld om de luchtweg vrij te maken, mag niet meer worden toegepast.

„Hulpverleners moeten een slachtoffer aanroepen, kijken of het niet meer ademt en daarna starten met borstcompressies”, legt Bosmans uit. Er mogen bovendien maximaal twee personen bij het slachtoffer aanwezig zijn – op 1,5 meter afstand van elkaar.

Een leeftijdsgrens moet voorkomen dat hulpverleners gevolgen van een eventuele besmetting ondervinden. Bosmans: „Burgerhulpverleners boven de 50 worden voorlopig niet gealarmeerd. De kans dat je ernstig ziek wordt als je Covid oploopt, is groter bij personen die ouder zijn dan 50 dan bij jongeren.”

Overlevingskansen

De woordvoerder erkent dat het aangepaste reanimatiebeleid de overlevingskansen van burgers beïnvloedt: „In Twente en Noord-Holland loopt momenteel een wetenschappelijk onderzoek. Als je de resultaten daarvan afzet op heel Nederland, blijkt dat een behoorlijke groep mensen alsnog overlijdt.”

Ondanks alle maatregelen kan het risico op besmetting niet worden uitgesloten: bij enkele slachtoffers die onlangs werden gereanimeerd werd achteraf het coronavirus vastgesteld. Toch zijn de aantallen volgens Bosmans „op één hand te tellen.” Mocht HartslagNu een melding krijgen dat een slachtoffer corona onder de leden had, dan krijgen de betrokken hulpverleners daarvan bericht. Zij moeten vervolgens twee weken in isolatie.

Het is aan hulpverleners zelf om te bepalen of ze willen worden ingezet, benadrukt Bosmans. „Wie het bijvoorbeeld niet meer veilig acht om slachtoffers te reanimeren, kan ervoor kiezen om tijdelijk geen meldingen te ontvangen. Iedereen moet daarin zijn eigen afweging maken.”

Bij vermoeden corona alleen AED

PocketMask en Kiss of Life zijn voorlopig taboe. De maskers moeten hulpverleners tijdens mond-op-mondbeademing beschermen en besmetting met lichaamsvloeistoffen en deeltjes in de lucht voorkomen, maar sorteren in tijden van corona niet het beoogde effect. Daarom adviseert de Nederlandse Reanimatie Raad (NRR) ze niet te gebruiken tijdens een reanimatie: verkeerd gebruik geeft schijnzekerheid en vergroot de kans op besmetting.

Hulpverleners mogen geen borstcompressies geven aan slachtoffers bij wie het coronavirus wordt vermoed. Op deze slachtoffers mag alleen een AED worden aangesloten. Het moet voorkomen dat hulpverleners ongemerkt in aanraking komen met zwevende deeltjes in de lucht. Hulpverleners die een slachtoffer hebben gereanimeerd, moeten hun handen direct na afloop desinfecteren.