Kan erfgoed fout zijn?

Reconstructie van de Boeing 77, beter bekend als vlucht MH17. Het vliegtuig werd in de zomer van 2014 met 298 passagiers aan boord uit de lucht geschoten. Aan de hand van teruggevonden wrakstukken is een reconstructie rondom een metalen frame gemaakt. Het bevindt zich op vliegbasis Gilze-Rijen. Het onderzoek loopt nog. De definitieve bestemming is onbekend. beeld ANP Robin van Lonkhuijsen.
3

Bij de ”Muur van Mussert” hield de NSB ooit massabijeenkomsten. Toen de gemeente Ede het plan opperde om deze muur in Lunteren tot monument te verklaren, ontstond er beroering onder oud-verzetslieden. Deze plek zou een toevluchtsoord voor neonazi’s worden.

Tot op de dag van vandaag woekert de discussie voort. Er wordt nu gewacht op een onderzoek naar de herinneringscultuur in Nederland. Ondertussen is de muur waar Mussert zijn zogenaamde hagenspraken hield, sterk vervallen.

De situatie in Lunteren is tekenend voor veel gesteggel over plaatsen van herinnering én voor voorwerpen die zijn gebruikt bij aanslagen, overblijfselen uit de oorlog en tal van andere voorwerpen, vindt dr. Rob van Ginkel. De historisch antropoloog en senior onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam is auteur van het boek ”Rondom de stilte. Herdenkingscultuur in Nederland”.

Kun je spreken van fout erfgoed? „Emotie speelt een belangrijke rol en iedereen, ook niet direct betrokkenen, heeft er een mening over. Of iets echt omstreden is, kun je pas achteraf vaststellen. Wie vindt het pistool waarmee Willem van Oranje werd doodgeschoten of een replica ervan, nu nog omstreden?”

Graven

Van Ginkel constateert een grote omslag in de wijze waarop er wordt omgegaan met het bewaren van materiaal waarvan vermoed wordt dat het in de loop van de tijd kan uitgroeien tot erfgoed. „Sinds enkele decennia zie je daarin een zekere popularisering. Van alles en nog wat wordt bewaard. Zo ging het pistool waarmee Pim Fortuyn om het leven werd gebracht naar het Rijksmuseum en verdwenen tal van andere spullen die herinnerden aan deze aanslag naar het Meertens Instituut. Onmiddellijk wordt gedocumenteerd wat later wellicht enige betekenis krijgt.”

Dat was na de Tweede Wereldoorlog –volgens Van Ginkel het belangrijkste ijkpunt in onze herdenkingscultuur– wel anders. „Veel wat aan de Duitsers herinnerde, werd juist opgeruimd. Dat gold op een gegeven moment zelfs voor begraafplaatsen. Zo zijn op de Grebbeberg Nederlanders en Duitsers aanvankelijk op één plek begraven. De Duitsers als militair, in het gelid, de Nederlanders kregen een meer burgerlijk graf. Al snel na de Bevrijding zijn de Duitse grafstenen en gedenktekens verwijderd. Hun aanwezigheid is nog op tal van foto’s te zien. Waar ze gebleven zijn? Vermoedelijk direct vernietigd.”

Met andere overblijfselen lukte dat niet. „Toen ik als kind op de Waddeneilanden kwam, werden veel voormalige bunkers gebruikt als vakantiehuisje. Nu worden complete bouwwerken weer onder het zand vandaan gehaald en voor het publiek opengesteld.”

Foute urn

Er was in de jaren vijftig van de vorige eeuw wel een enorme drang om te gedenken. „Dat werd in het begin vooral door het voormalige verzet naar zich toe getrokken. Verzetslieden hadden de morele legitimiteit. Daarnaast had je de militairen, maar die groep was veel kleiner omdat we maar vijf dagen in oorlog waren geweest. In veel mindere mate speelden de lokale slachtoffers een rol. Pas later kwamen de Joden erbij.”

Zo is er voor de Jodenvervolging geen specifieke aandacht bij het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam. Per provincie zijn er sluitstenen met daarachter urnen met as uit de verschillende provincies geplaatst. „Een Indische urn ontbrak. Dat gaf veel gedoe en toen is die alsnog geplaatst. Met daarin ook aarde van erevelden uit de periode daarna, de politionele actie. Tegenwoordig wordt er meer en meer gesproken van een koloniale oorlog. Zoiets vind ik wel omstreden erfgoed.”

De symboliek van het Nationaal Monument wordt vandaag de dag vaak niet meer begrepen, constateert de onderzoeker. „Het is echt een kind van zijn tijd. Wat velen niet weten: het was vele jaren vooral een Amsterdams gedenkteken, waarbij koningin Juliana en prins Bernhard op 4 mei ’s ochtends even een krans legden en dat ’s avond diende voor de lokale herdenking.”

Dokwerker

Ook de plaats van het standbeeld de ”Dokwerker” op het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam roept bij hem vraagtekens op. De ”Dokwerker”, die verwijst naar het enige grootschalige protest tegen de Jodenvervolging in de vorm van een staking in 1941, staat op een beschermende wijze voor de synagoge, in het centrum van de voormalige Jodenbuurt. „Van de 105.000 weggevoerde Joden, voor het overgrote deel afkomstig uit Amsterdam, kwam echter maar een heel kleine groep terug.”

De toegenomen aandacht voor herdenkingen –steeds meer mensen– heeft volgens Van Ginkel verschillende oorzaken. „Meer groepen hebben in de loop van de tijd hun plek opgeëist in wat ik weleens omschrijf als het herdenkingstheater. Een beetje het zwaan-kleef-aaneffect. Zeker wat betreft het inrichten van bepaalde plekken is dat gemakkelijker geworden. De eerste jaren na de oorlog was er een commissie actief die beoordeelde aan welke eisen een monument moest voldoen. Dat geldt nu niet meer. De aandacht voor het individu is toegenomen. Eerst had je de grote verhalen, maar het ene verhaal van een heldhaftig optreden of een tragedie spreekt meer tot de verbeelding. Dat zie je bij Anne Frank.”

Discussies over herdenkingen, monumenten en erfgoed zijn niet typisch Nederlands, meent de onderzoeker. Hij noemt een voorbeeld uit Hongarije waar een modern stalen gedenkteken voor de opstand van 1956 als te modern werd ervaren. „De betrokkenen vonden het echt niets. Naast het roestvrijstalen gevaarte is vervolgens een traditioneel monument opgetrokken.”

Dresden

Herdenken roept gevoelens op. „Een student van ons is net terug uit Dresden. De discussies zijn daar niet anders. In die stad wordt jaarlijks het zware bombardement herdacht. In toenemende mate eiste extreemrechts die herdenking op. Om dat tegen te gaan, is gekozen voor een verbinding met de actualiteit. Er werden drie bussen rechtop neergezet, voor de slachtoffers in Syrië. Dat leidde tot enorme debatten, waarbij tegenstanders aangaven dat hun slachtoffers werden gekaapt door deze bussen.”

Van Ginkel zegt „steeds banger te worden om de opiniepagina’s van de kranten open te slaan. Iedereen heeft over alles wel een mening en laat die weten. Dat komt niet alleen door de sociale media, maar die maken het wel makkelijker. Voorheen was er de gelegenheid om via ingezonden brieven te reageren. Je moest er echt voor gaan zitten, maar zij die wensten te reageren deden dat toch wel.”

Ook is er een trend zichtbaar dat mensen terug willen naar de plek waar het is gebeurd. „Een rituele plek heeft aan belang gewonnen. Je ziet dat bij allerlei monumentjes in de berm.”

Het belang van een herdenkingsplek wordt vooral manifest als er geen echte locatie voorhanden is. „Dat blijkt bij de herdenking van de slachtoffers van de vliegramp met vlucht MH17. Er is gekozen voor Vijfhuizen, maar Hilversum heeft ook een monument omdat veel slachtoffers uit die omgeving afkomstig waren. Uit piëteit speelde de reconstructie van het vliegtuig zoals dat is gemaakt geen rol, maar ik vermoed dat dat in de toekomst wel het geval zal zijn. De wrakstukken zouden als omstreden erfgoed een rol kunnen spelen.”

Fietstochten

Het oorlogs- en herdenkingstoerisme wint eveneens terrein. „Kijk maar bijvoorbeeld naar Auschwitz of naar de vroegere slagvelden van de Eerste Wereldoorlog. Ook gemeenten doen daar volop aan mee. Met de slogan ”Remember September” trekken de regio Ede, Oosterbeek en Arnhem jaarlijks vele bezoekers. Fietstochten, wandeltochten, er wordt van alles georganiseerd. In Margraten zie je een soortgelijke ontwikkeling.”

Hij heeft er een dubbel gevoel bij. „Ik hoop dat het een educatieve functie heeft en dat er iets wordt overgebracht, maar heb soms wel m’n twijfels.”