Jachtvrij Deelerwoud blijkt niet vol te houden

De populatie damherten (foto) groeit hard in het Deelerwoud op de Veluwe. De gevolgen zijn aanrijdingen met de dieren en schade aan onder meer jonge bomen. Een oplossing is de populatie indammen door vrouwtjes af te schieten. beeld Natuurmonumenten

Niet meer dan een halfjaar nadat Natuurmonumenten bekendmaakte de jachtvrije zone in het Deelerwoud –tussen Hoenderloo en Deelen– flink op te rekken, moet de organisatie deels op zijn schreden terugkeren. De populatie damherten groeit te hard; de jachtvrije zone is verkleind en de jacht geopend.

De teleurstelling is hoorbaar als woordvoerder Marlous van ’t Pad Bosch vertelt. „Er zijn twintig ongelukken gebeurd met damherten en bosbouwers in de buurt lijden veel schade.” De problemen vloeien voort uit de aanwas van de gevlekte dieren. Anders dan bij edelherten lijkt er geen natuurlijke rem te zijn op de toename van het aantal damherten.

Uit de studie ”Deelerwoud jachtvrij, van experiment naar werkelijkheid” uit april van dit jaar bleek dat de populatie edelherten in de vijftien jaar dat er –behalve aan de randen– niet meer wordt gejaagd vijf keer zo groot was geworden én inmiddels stabiel. Er werden minder dieren geboren, vooral minder mannetjes. Het aantal damherten werd in dezelfde periode zes keer zo groot en groeit nog steeds.

Vrouwtjes

In het voorjaar van 2002 werden 49 edelherten geteld en in 2014 264. De damhertenpopulatie groeide van 64 naar 400 en dit jaar kwamen er zo’n 370 bij. De damherten hadden de reeën al verdrongen. Vanwege aanrijdingen en schade aan jonge bomen trokken de eigenaren van omliggende terreinen –gemeenten, Staatsbosbeheer, Defensie en particulieren– aan de bel. De problemen zijn volgens hen reden om in te grijpen. „We voorzien dat de damhertenpopulatie blijft groeien”, zegt van ’t Pad Bosch.

Een deel van het Deelerwoud is afgerasterd, maar Natuurmonumenten ziet geen heil in het plaatsen van nog meer kostbare hekken. „Dan kunnen de dieren niet meer vrijelijk bewegen en komt de uitwisseling van genen in gevaar. Dat tast ook onze droom aan van één groot aaneengesloten natuurgebied”, aldus de woordvoerster. „Wij hebben begrip voor de bezwaren van de buren en nemen onze verantwoordelijkheid. We schieten damherten aan de rand van het Deelerwoud, maar er blijven jachtvrije eilanden.” In de praktijk komt het erop neer dat de jachtzone op plaatsen waar de herten het gebied verlaten aan de binnenkant met enkele honderden meters is uitgebreid

De damherten zoeken ’s nachts op landerijen in de buurt voedsel. Omdat het wettelijk is verboden is ’s nachts te jagen, moet dat overdag, als de herten zich weer terugtrekken in het Deelerwoud. Er worden vooral vrouwelijke dieren geschoten. „Zo krijg je de populatie het beste onder controle.”

Serieuze bedragen

Natuurmonumenten ontkent dat er voorafgaand aan de uitbreiding van de jachtvrije zone van 1200 naar 2200 hectare begin dit jaar te weinig contact is geweest met de buren. Dat neemt niet weg dat publiciteit over die uitbreiding voor hen aanleiding was de problemen aan te kaarten. „Een deel van hen heeft begrip voor onze droom, een ander deel voelt het in de portemonnee als de herten jonge boompjes opeten.” Het gaat om serieuze bedragen: jonge bomen kosten gauw twee euro per stuk en voor een hectare kan de schade oplopen tot meer dan een ton.

Ondanks deze tegenvaller beschouwt Natuurmonumenten het experiment in het Deelerwoud als geslaagd. „De buren zijn misschien niet zo enthousiast, maar we zoeken samen met hen naar meer preventieve maatregelen. Een ervan is het creëren van „een landschap van alertheid”, waarbij rustgebied met behulp van geluid en geur onaantrekkelijk wordt gemaakt, zodat de dieren er weggaan.” De organisatie wil in overleg met de buren een faunabeheerplan opstellen. Als dat slaagt, hoeven er minder te worden geschoten.

Bij het toevoegen van het extra jachtvrije gebied aan het Deelerwoud stelde directeur Marc van den Tweel dit voorjaar dat natuurgebied meer groot wild kan herbergen dan werd aangenomen. Vuistregels van faunabeheereenheden noemde hij „cijferfetisjisme. Wij willen lerend beheren.”