Hoe beslissing over prostitutie drukt op CU-wethouder

De Utrechtse CU-wethouder Maarten van Ooijen (l.) en CU-SGP-raadslid Pieter Grinwis in de kerk van de Doopsgezinde Gemeente Utrecht. beeld Jaco Klamer

Beiden groeiden op in reformatorische gezinnen in de Biblebelt. Nu trekken ze aan de touwtjes in seculiere steden. Waar zondagsrust nauwelijks een item is, maar prostitutie des te meer. De Utrechtse CU-wethouder Maarten van Ooijen en het Haagse CU-SGP-raadslid Pieter Grinwis over de marges van christelijke politiek.

Halverwege het gesprek komen verschillen tussen Den Haag en Utrecht aan bod. „Onze raad in Den Haag is wat rechtser en rauwer dan die in Utrecht”, zegt Grinwis (39).

„Vooral dat laatste. Rauwer”, grinnikt Van Ooijen (29). „Utrecht is keurig en gepolijst, hoor.”

„Utrecht is inderdaad best een nette stad”, reageert Grinwis. „Maar neem jullie vele stemmers op GroenLinks en D66. Die zitten toch wel in een bepaalde bubbel.”

„Heel veel kiezers komen uit een bubbel”, kaatst Van Ooijen terug.

Grinwis: „We moeten daar allemaal uit.”

De twee CU’ers kunnen wel wat onderlinge speldenprikjes verdragen. Ze horen bij dezelfde politieke familie. Hun lijntjes met „Gert-Jan”, partijleider Segers, zijn kort. Zo’n twee uur discussiëren Van Ooijen en Grinwis in de kerk van de Doopsgezinde Gemeente Utrecht over kansen en knelpunten voor christenpolitici.

2019-07-17-katWO1-portretmichielgrauss-5-FC_webEen dag op pad met Rotterdamse CU-wethouder Grauss: „Ik werk deels onbetaald”

Wiet

Grinwis leidt de CU-SGP-fractie in Den Haag (1 van de 45 zetels). De Utrechtse ChristenUnie (2 van de 45) bemachtigde vorig jaar een plaats in het college. Samen met GroenLinks (12 zetels) en D66 (10 zetels). De portefeuille van Van Ooijen bevat zorg, welzijn, asiel en sport.

Is het als kleine christelijke partij lastig opereren in een links-progressief stadsbestuur?

Van Ooijen: „Bij veel onderwerpen is er chemie met GroenLinks en D66. Denk aan vergroening van de stad en het promoten van duurzame energie. Ik bespeur bij mijn collega’s een positief-constructieve houding. Van belang is elkaar te respecteren.

Over sommige thema’s kruisen we de degens. Neem het wietexperiment, waar Utrecht aan mee gaat doen. Persoonlijk twijfel ik daar behoorlijk aan. En ik discussieer daarover met verantwoordelijk wethouder Victor Everhardt van D66. Hij waarschuwt terecht tegen tabak, maar waarom wil hij dan de verkoop van schadelijke drugs legaliseren? Zijn argument is dat er zo meer grip komt op de productie en samenstelling van wiet in coffeeshops.”

Grinwis: „Het is natuurlijk waanzin dat de landelijke politiek roken te vuur en te zwaard bestrijdt en tegelijkertijd een wietexperiment wil. Onderschat de impact van regulering van softdrugs niet. Veel burgers denken dan: van de overheid mag drugs, dus drugs zijn goed. In de raad probeer ik met humor mijn afkeer van zo’n experiment te tonen. Dan zeg ik: „Ik heb er groot vertrouwen in dat dit experiment mislukt.” Of: „De beste wiet komt uit Marokko. Je denkt toch niet dat een drugsgebruiker overstapt naar Nederlandse wiet?””

Vuile handen

Het meest lastige dossier vindt wethouder Van Ooijen tot op heden het prostitutiebeleid in Utrecht. Het college besliste recent om raamprostitutie (maximaal 130 plekken) mogelijk te maken op het Nieuwe Zandpad. Zo’n acht jaar geleden werd een prostitutiezone in die omgeving juist opgedoekt. Bedoeling is verder dat een tippelzone aan de Europalaan in 2021 verdwijnt. Van Ooijen: „Ook mijn naam staat onder het besluit om raamprostitutie mogelijk te maken. Ik vond het zwaar om als wethouder die handtekening te zetten.

Want de ChristenUnie wil het liefst immers helemaal geen prostitutie. Mede door inzet van de CU komen er tientallen ramen minder dan aanvankelijk de bedoeling was. Ook ligt meer nadruk op handhaving van de openbare orde en krijgen sekswerkers meer mogelijkheden om uit te stappen.

Feit is dat de ChristenUnie vrijwel alleen staat op dit punt. Het overgrote deel van de raad wil dat sekswerk blijft. Op dit terrein maak ik als wethouder heel vuile handen. Dat valt me zwaarder dan ik dacht. Maar ik wil niet alleen maar aan de kant staan roepen: „De gemeente maakt er een zootje van!” Wij konden als CU in het voorstel voor de raamprostitutie stappen in de goede richting zetten.”

Grinwis: „Vanmorgen bracht ik nog een werkbezoek aan De Haven. Vrijwilligers van die christelijke stichting in Den Haag helpen vrouwen in de raamprostitutie, afkomstig uit landen als de Dominicaanse Republiek, Colombia en Bulgarije. Ik raak altijd weer onder de indruk van de verhalen. De prostituees zijn vaak van jongsaf aan beschadigd. Ze zitten meer dan eens in een benarde positie. En dat nota bene in de internationale stad van vrede en recht.

Je moet je serieus afvragen of deze vrouwen vrijwillig in de prostitutie werken, zoals veel collega-politici roepen. Het is heel ingewikkeld uit de prostitutie te stappen. Denk aan de torenhoge huur die prostituees betalen aan een huisjesmelker. En dan belanden ze ook nog eens in een door vocht beschimmelde kamer.

Maartens verhaal dat een raadsmeerderheid niet af wil van prostitutie herken ik helemaal. Een grote groep politici doet de handen voor de ogen en roept: „Wat is die prostitutie fantastisch geregeld! Ga toch weg met je moralisme!” Tegen die geluiden moeten wij ons als christenpolitici verzetten. We moeten ervoor knokken vrouwen uit de seksbranche te krijgen en een waardige toekomst te bieden.”

Een ander heikel punt voor Van Ooijen is wethouderswerk op zondag. „Ik heb daar fundamenteel over nagedacht en er met mensen over gesproken. Mijn ene afweging is: In principe werk ik op zondag niet. Die dag is voor mijn geloofsleven heel belangrijk. Juist dan ga ik naar de kerk en krijgt mijn geloof voeding. De andere afweging, misschien wel even fundamenteel: ik ben wethouder voor alle Utrechters. Dus ook voor bewoners die nooit op me zullen stemmen.

Die principes vechten soms om voorrang. Het afgelopen jaar heb ik zegge en schrijve één keer op zondag een sportevenement geopend: de marathon van Utrecht. Overigens verdwaalden veel lopers, vanwege gebrekkige looproute-markering.” Lachend: „Mijn ouders zouden zeggen: Er kon geen zegen van uitgaan.”

Nee, een sportevenenement openen op zondag is geen werk van noodzakelijkheid. Het gaat inderdaad niet om een ingestorte flat. Maar ik kan niet zomaar tegen Utrechters zeggen: „Doet u iets op zondag? Dan hebt u pech, dan kom ik niet.” Ik ben niet zo bang voor een glijdende schaal. Ik heb deze zoektocht in gebed voorgelegd.”

Loopt een christenpoliticus in een stad het risico te worden meegesleurd door een seculiere wijze van denken?

Van Ooijen: „Je moet goed geënt blijven in je Bron. Het is goed om mensen om je heen te hebben die je bij de les houden. De CU-fractievergadering, waar ik soms ook bij ben, opent met gebed. Ik waardeer dat steeds meer. Je knielt, in figuurlijke zin, voordat je aan het werk gaat. Ik bespreek lastige kwesties, zoals een complexe zaak rond opvang van asielzoekers, onder meer met mijn coach, mijn vrouw of partijleider Segers.”

Grinwis: „Wij allemaal drinken de tijdgeest in. Of we nou in een grote stad of een klein dorp wonen. Het platteland is misschien traditioneler. Ik groeide op in het vrij orthodoxe dorp Ouddorp. Zou daar onze Godloze cultuur minder binnendringen dan in een grote stad? Ik ben daar niet zo zeker van. Wel liggen de fronten in een stad soms anders. Op Goeree-Overflakkee is zondagsrust een belangrijk politiek issue, in Den Haag niet. Al kom ik wel op voor Scheveningse kerkgangers die hinder hebben van een zomermarkt pal naast hun kerk.”

Maaltijden

Van groot belang is dat christenen actief zijn in achterstandsbuurten. Om daar bijvoorbeeld maaltijden te organiseren, zo beklemtonen beide CU-politici. In Trouw schreven ze vorig jaar samen een opiniestuk waarin ze waarschuwen tegen verpaupering van volkswijken.

Grinwis: „Moerwijk in Den Haag is een van de armste en ongezondste wijken van Nederland. Velen zijn de Nederlandse taal niet machtig en kampen met verslavingen. In zo’n buurt kunnen kerken hoop bieden.”

Van Ooijen: „Ik ben aangesloten bij pionierskerk De Haven in Kanaleneiland, een Utrechtse wijk met veel nationaliteiten en tal van problemen. Het is nodig dat daar plekken komen waar mensen elkaar ontmoeten en tot steun zijn.”

Hebt u als wethouder mogelijkheden kerkelijke initiatieven op dat terrein te faciliteren of te subsidiëren?

Van Ooijen: „Ik ga christelijk vrijwilligerswerk absoluut niet bevoordelen. Geen denken aan. Dat zou vriendjespolitiek zijn. Sterker nog, steevast adviseer ik kerkelijke vrijwilligersclubs: Vraag geen subsidie aan voor je activiteiten, zoals het aanbieden van een maandelijkse maaltijd. Behoud je eigenheid. Je moet als kerk niet ingekapseld willen zijn in een ambtelijk apparaat.

Iets heel anders is dat de gemeente honderden miljoenen euro’s aan zorg- en welzijnsorganisaties verstrekt voor bijvoorbeeld jeugdhulp. Die organisaties kunnen christelijk zijn. Maar voor geen nagelschrapsel wil ik dan christelijke clubs bevoordelen. En ook niet benadelen. We gaan in zee met de beste zorgaanbieders.”

Grinwis: „In Den Haag kreeg het Leger des Heils bij de verdeling van jeugdzorggelden onverwacht een veel groter deel van de koek. Toen kwam in de raad ineens ideologische scherpslijperij op. Progressieve partijen vonden dat het Leger des Heils zijn aannamebeleid moest aanpassen, dus moest inleveren op zijn christelijke identiteit. Dan moet ik op mijn hoede zijn. Ik betoogde dat we de discussie zuiver moesten voeren en dit aanbestedingsresultaat niet moesten misbruiken het Leger des Heils te dwingen zijn christelijke identiteit vaarwel te zeggen.”

Van Ooijen: „Wat kenmerkt een christenpoliticus? „Vooral zijn integriteit”, was ooit het verrassende antwoord van een predikant uit mijn familiekring. Het is fout als ik als wethouder mooie woorden spreek over de barmhartige overheid en in besloten kring mopper dat daklozen en armen me niets kunnen schelen.”

Grinwis: „Ik wil vrede voor de stad zoeken. Er zijn zo veel verschillen, bijvoorbeeld tussen arm en rijk. Inmiddels heeft 55 procent van de inwoners van Den Haag een migratie-achtergrond. Ik wil dat burgers over dertig jaar nog in vrede met elkaar leven.”

CU’ers in Utrecht en Den Haag

Maarten van Ooijen (29) is sinds 2018 in Utrecht namens ChristenUnie wethouder in een college, samen met GroenLinks en D66. Eerder was hij CU-raadslid in de Domstad. Het blad Binnenlands Bestuur verkoos hem onlangs tot beste jonge bestuurder van 2018. Van Ooijen, getrouwd en vader van een kind, groeide op in het Brabantse Andel en in Kesteren.

CU’er Pieter Grinwis (39) is sinds 2014 raadslid voor CU-SGP in Den Haag. Al eerder was hij actief voor die fractie. Omroep West riep hem de vorige raadsperiode uit tot effectiefste raadslid. Grinwis werkt in deeltijd bij de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie. Grinwis, getrouwd en vader van vier kinderen, groeide op in „een SGP-nest” in Ouddorp.

serie CU en SGP in de grote stad

Twee raadsleden en twee wethouders van de ChristenUnie en de SGP over hun politieke werk in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht. Deel 3 (slot).