Fel debat in Rotterdam over Nederlandse identiteit

In Rotterdam vond maandag een verhit debat plaats tussen onder meer Denk-Kamerlid Azarkan (l.) en historicus Geerten Waling over de Nederlandse identiteit. beeld Dick den Braber

Een bij vlagen verhit debat onder leiding van Leefbaar Rotterdam over de Nederlandse identiteit trok maandagavond een volle zaal in het Wereldmuseum in Rotterdam. Twee spreeksters hadden zich vooraf wegens bedreigingen teruggetrokken.

Zo’n 300 aanmeldingen had Leefbaar Rotterdam naar eigen zeggen voor de avond ontvangen. De zaal kon echter niet meer dan 180 man bevatten. Onder de bezoekers bevond zich een groep trouwe aanhangers van Tweede Kamerlid Azarkan. Deze politicus van de op allochtonen georiënteerde partij DENK positioneerde hen vooraf slim op de voorste rijen. Dat kwam hem goed van pas: bij elke uitspraak van het Kamerlid klapte de groep enthousiast.

Voordat ze hem konden steunen, moest zijn aanhang echter een lang en fel betoog van politiek filosoof Sid Lukkassen verdragen. Deze uiterst rechtse publicist stelde dat de autochtone, blanke Nederlander steeds minder ruimte krijgt om op een constructieve wijze het debat over zijn identiteit te voeren: „Wie uit het publieke debat wordt verbannen, houdt revolutie als enige optie over.” Na zo’n twintig minuten maakte een aanhoudend applaus een gedwongen einde aan het betoog.

Weg-met-ons

In een panel van opiniemakers, journalisten en Tweede Kamerlid Azarkan dat vervolgens op het podium plaatsnam, ontbraken twee vrouwen. Onder hen Shirin Musa uit Pakistan, oprichtster van de Nederlandse vrouwenrechtenorganisatie Femmes for Freedom. De vrouwen hadden dusdanige bedreigingen gekregen vanwege hun voornemen op de debatavond te spreken, dat ze zich hadden afgemeld. „Die bedreigingen kwamen niet van de doorsnee-Nederlander”, verklaarde de Turks-Nederlandse debatleidster Ebru Umar desgevraagd.

Het debat dat volgde, moest zich vooral toespitsen op de zogenoemde ”weg-met-onsbeweging”. Zo betitelt Leefbaar Rotterdam de neiging om zeehelden als Witte de With en Jan Pieterszoon Coen te „verguizen”, Zwarte Piet te verbannen en de Nederlandse vlag uit de raadszaal te weren „door het links-islamitisch blok” in de Rotterdamse raad.

Uiteindelijk kwamen vooral de tegenstellingen tussen islamitische nieuwkomers en de autochtone, rechts-conservatieve Nederlanders aan bod. „In de kern bevat de islam een gewelddadige component, waardoor jongeren worden opgehitst. Dit bedreigt de Nederlandse identiteit”, stelde Telegraafjournalist Wierd Duk. „Vroeger had je ook allerlei groepen met verschillende meningen in Nederland. Maar uiteindelijk hadden zij allemaal het Nederlandse belang op het oog. Nu leven er grote groepen in Nederland die dit belang niet onderkennen.”

Toen Duk vervolgens stelde dat 90 procent van de Somalische allochtonen van de bijstand leeft, protesteerde de DENK-aanhang joelend. „Het is 50 procent”, reageerde DENK-politicus Azarkan, die vervolgens een moment wegliep. „Hier worden leugens verteld.” In werkelijkheid ontving in 2016 zo’n 62 procent een bijstandsuitkering, volgens recente CBS-cijfers.

Azarkan verwierp ook de gedachte dat de islam de oorzaak is van terroristische aanslagen. „Het zijn ménsen die aanslagen plegen, geen religies.” Hier plaatste historicus en Elseviercolumnist Geerten Waling een kanttekening bij. „Mohammed was een van de ergste krijgsheren in de wereldgeschiedenis. Hij is een voorbeeld voor veel moslims.” Duk: „Er zijn voorbeelden van agressie en haat uit het kamp van neonazi’s, maar die haat wordt nergens officieel gepredikt. In moskeeën gebeurt dit wel.”

Standbeelden

Een laatste stelling waarop elk panellid moest reageren, luidde dat, als er een waarschuwingsplakkaat –„disclaimer”– bij standbeelden van omstreden helden moest komen, dan de moskeeën er óók een bij de deur moesten krijgen. Om te beschrijven welke misdaden in naam van de islam waren begaan. Duk: „Die standbeelden moet je gewoon laten staan. Maar in moskeeën zouden imams enkel Nederlandstalige preken moeten houden, die de AIVD zou moeten controleren op haatboodschappen.”

De linkse publicist en cultuurhistoricus Thomas von der Dunk wees de stelling af: „Standbeelden staan namens ons in de openbare ruimte. Wat er achter moskeedeuren gebeurt, is particulier domein. Standbeelden vormen een deel van onze geschiedenis, daarom moet je ze laten staan. Maar we mogen er wel discussies over voeren. Als er iets is wat bij de Europese waarden hoort, is het zelfkritiek. Daar is juist in Arabische landen gebrek aan.”