Deskundige: Crowdfunding met ethisch appel slimme zet

Voor het slagen van een crowdfundcampagne zijn drie zaken van belang: het geld gaat naar een afgebakend doel, er zit een tijdslimiet aan en mensen moeten het idee hebben dat hun bijdrage helpt. beeld ANP, Lex van Lieshout

Een crowdfunding die een beroep doet op het ethisch besef, zoals het Platform Zorg voor Leven doet, is een „slimme zet”, volgens crowdfundingdeskundige Koen van Vliet. „Het zet mensen op scherp.”

Geld bij elkaar schrapen door de massa in te schakelen: het lijkt nieuw, maar is dat volgens Van Vliet niet. „Hiervoor heette dat gewoon doneren. De diaconie in de kerk is eigenlijk ook al een soort crowdfunding. In tegenstelling tot donaties is het geld van een crowdfunding bedoeld voor een specifiek project.”

Vooral zakelijke partijen maken gebruik van crowdfunding, aldus Van Vliet, die veel onderzoek doet naar het fenomeen. Ongeveer 90 procent draait om leningen, aandelen en investeringen. Maar ook een goed doel als het Wereld Natuurfonds (WNF) maakte in het verleden gebruik van de online doneercampagnes.

Het WNF heeft, net als de deelnemende partijen achter Platform Zorg voor Leven, een eigen achterban met donateurs. Zijn mensen die al maandelijks geld geven, nog wel te motiveren voor een crowdfunding? „Ik denk het wel”, aldus Van Vliet. „Met hun donatie laten mensen zien dat ze betrokken zijn; door een gift via crowdfunding onderstrepen ze dat nog eens. De organisatie moet wel goed uitleggen waarom ze het doet. En de crowdfunding mag niet te vaak zijn. Anders worden mensen er moe van.”

Voor het slagen van zo’n campagne zijn volgens de deskundige drie zaken van belang: het geld gaat naar een afgebakend doel, er zit een tijdslimiet aan en mensen moeten het idee hebben dat hun bijdrage helpt. Hoe lager het streefbedrag, des te groter de kans dat mensen bereid zijn te geven.

Voor de flyeractie is 160.000 euro nodig. Volgens Van Vliet is dit „realistisch” voor een crowdfunding. „Maar dit bedrag krijg je niet bij elkaar door alleen donaties van twintig euro. Dan heb je daar heel veel van nodig. Aan de achterkant moeten grote investeerders en donateurs zitten.”

De meeste crowdfundings gaan uit van het alles-of-nietsprincipe: als het streefbedrag niet gehaald wordt, krijgt elke donateur zijn geld terug. Niet zonder reden, denkt Van Vliet: „Het helpt als mensen weten dat het alles of niets is. Ergens is het vreemd dat een actie waar 160.000 euro voor nodig is, met 10.000 euro ook geslaagd is.”

De vrijgevigheid van de christelijke achterban, waar de geldinzamelingsactie op gericht is, gaat volgens Van Vliet zeker een rol spelen. Evenals het ethisch appel dat aan de actie verbonden is: de vraag hoeveel het ongeboren leven de achterban waard is. „Dat zet mensen op scherp”, aldus Van Vliet. „De groep die het eens is met de doelstelling van de organisatie, zal doneren. Mensen die het er gedeeltelijk mee eens zijn, worden door deze vraag aan het denken gezet. Achter crowdfunding zit een hele psychologie.”