Corona sloeg twee keer toe bij Nunspeter Gerrit van Engelen (73)

Nederland
Gerrit van Engelen (73) uit Nunspeet. beeld RD

Het coronavirus sloeg twee keer toe bij Nunspeter Gerrit van Engelen (73). Eerst in maart, de tweede keer in augustus. Ook zijn vrouw Janna werd dit jaar twee keer ziek: eerst dikkedarmkanker, daarna corona. „Wonder boven wonder hebben we het overleefd. God zij de eer.”

„We hebben een zeer ingrijpende periode achter de rug”, zegt Van Engelen, voormalig biologiedocent aan het Van Lodenstein College in Amersfoort en oud-ouderling van de gereformeerde gemeente in Nunspeet. „Tot twee keer toe ben ik aan de rand van de dood geweest. Mijn vrouw ook een keer. Maar de Heere heeft Zich niet onbetuigd gelaten. Ik mag en moet vertellen hoe goed de Heere is dat we nog mogen leven.”

Eind februari ondergaat Janna een operatie voor een tumor in de dikke darm. Enkele dagen later kan ze weer naar huis.

Drie weken later loopt ze het coronavirus op. Daar wordt ze zo ziek van dat ze op 23 maart in het ziekenhuis moet worden opgenomen. Gerrit: „Dat was een dubbeltje op zijn kant.” Dankzij een zware antibioticumkuur komt ze erbovenop.

Terwijl Janna in het ziekenhuis ligt, krijgt Gerrit zelf ook klachten. „Ik was niet erg ziek. De huisarts zei dat ik waarschijnlijk ook corona had.”

Na een korte periode in het ziekenhuis mag Janna naar huis, waar haar man haar verzorgt. Gerrit: „In januari heb ik afscheid genomen van de kerkenraad, na eenentwintig jaar dienst. Dat heeft de Heere zo geleid, want daardoor had ik nu veel tijd om mijn vrouw te verzorgen.”

Antistoffen

Begin augustus draaien de rollen om en mag Janna haar man verzorgen. Van Engelen krijgt namelijk op 4 augustus klachten die wijzen op een longontsteking of een urineweginfectie. Hij is hevig ziek en heeft hoge koorts.

Na vijf dagen wordt Van Engelen met een delirium –plotselinge verwardheid– opgenomen in ziekenhuis St Jansdal in Harderwijk. De coronatest is positief. Bovendien blijkt uit bloedonderzoek dat er antistoffen tegen corona aanwezig zijn, afkomstig van de infectie in maart.

Van Engelen vermoedt dat hij in augustus opnieuw –ruim vijf maanden na de eerste keer– besmet is geraakt. Hoe, waar en wanneer is voor hem een raadsel. Omdat er geen genetisch onderzoek is gedaan, is het niet zeker of het om een nieuwe infectie gaat of om een opleving van achtergebleven virusdeeltjes.

Complicatie

De Nunspeter ligt drie dagen op de intensive care wegens een levensbedreigend laag natriumgehalte in het bloed. Uit wetenschappelijke literatuur blijkt dat dit vaker als complicatie bij coronapatiënten wordt gemeld.

Daarna mag hij naar de gewone afdeling, waar hij geïsoleerd wordt verpleegd.

Een week later krijgt hij echter opnieuw hoge koorts, wel 41 graden. De artsen begrijpen niet wat de oorzaak is.

Ook had Van Engelen last van de hik. „Dat wilde maar niet overgaan. Doodmoe werd ik ervan. Tot vorige week donderdag, toen verdween die plotseling.” Hij denkt dat de hik ontstond door vocht in de longen, dat tegen het middenrif drukt. „Toen de hik weg was, was het vocht waarschijnlijk ook weg.”

Dan knapt Van Engelen op. Vrijdag 21 augustus mag hij weer naar huis.

Longontsteking

De vier Nederlanders bij wie tot nu toe officieel een herbesmetting is vastgesteld, waren vermoedelijk oudere mensen met een zwakke weerstand. Ook Van Engelen is met zijn 73 jaar op leeftijd. En hij heeft een zwakke weerstand, geeft hij aan. „Een aantal keren heb ik longsteking gehad. Ook heb ik sinds 1977 al herpes in mijn lichaam, waar ik oogzalf en prednisondruppels voor gebruik. En ik heb sinds jaar en dag last van eczeem.”

Wonderdoend

Tijdens het gesprek vallen af en toe stiltes, als Van Engelen zijn tranen hoorbaar moet wegslikken. „We hebben te maken met een wonderdoend God. In het ziekenhuis werd ik erg bemoedigd door een preek over Spreuken 27:7: „Een verzadigde ziel vertreedt het honigzeem; maar aan een hongerige ziel is alle bitter zoet.” Daarbij haalde de predikant het gebed van Hizkia uit Jesaja 38:17 aan, waar staat: „Zie, in vrede is mij de bitterheid bitter geweest; maar Gij hebt mijn ziel liefelijk omhelsd, dat zij in de groeve der vertering niet kwame; want Gij hebt al mijn zonden achter Uw rug geworpen.” Dat gaf onuitsprekelijke vertroosting. Ik ben twee keer nabij de dood geweest, maar mocht van Hem, ondanks mijn zonden, blijven leven.”