CdK Verbeek: Flevoland is een beetje de underdog

25 jaar Flevoland
Foto RD, Anton Dommerholt

De provincie Flevoland bestaat 25 jaar. Commissaris van de Koningin Verbeek blikt terug op het jubileum. Wat hem betreft is Flevoland de kinderschoenen ontgroeid. „De andere provincies kijken wat op je neer. Ach, dat kleintje. Dat stoort me niet. In het geweld van de grote provincies probeer ik mijn eigen weg te gaan.”

De dijken zijn gebouwd, het gebied is leeggepompt en ingericht. Dat alles was bedoeld als opvang voor tekorten in de Randstad en om te voldoen aan de behoefte aan agrarische grond om de Nederlandse graanschuur te vergroten. Zes gemeenten en ruim twintig gemeenschappen kwamen tot wasdom. Inmiddels telt Flevoland bijna 400.000 inwoners.

In zijn kantoor vierhoog in het provinciehuis in Lelystad heeft Verbeek een uur de tijd. „In Nederland zijn door de eeuwen heen meer dan 4000 polders gemaakt. Wij hebben een reputatie als het over polderen gaat. Dus mogen wij best zeggen dat wij daar verstand van hebben”, aldus Verbeek (1954, PvdA), sinds 2008 commissaris van de Koningin in Flevoland.

Wat zijn de dilemma’s van de provincie?

„Wij zijn een van de weinige provincies die geen buitenlandse grenzen hebben. Dat betekent dat alzijdigheid voor ons een thema is. Er zit nu een enorme dominantie op de zogenaamde noordvleugel (ruwweg het gebied dat bestaat uit Noord-Holland, zuidelijk van het Amsterdam-Noordzeekanaal, Utrecht en Flevoland). Niettemin is voor ons de relatie met Zwolle en Utrecht net zo belangrijk. Wil Flevoland floreren, dan zal het alzijdig ontwikkeld moeten zijn, bijvoorbeeld als het gaat over de infrastructuur. Daarom zijn we zo blij met de Hanzelijn.”

Zijn er krimpgebieden in Flevoland?

„Nee, we groeien elk jaar. De Noordoostpolder stabiliseert zich, maar gaat niet achteruit. Wel verschillen de gebieden in demografisch opzicht. Vooral de noordvleugel trekt jongeren aan vanwege de grote economische activiteit. Wij zien de gemiddelde leeftijd eerder dalen dan stijgen. Urk heeft zelfs de jongste bevolking van Nederland.”

Ziet u de snelweg A30 doorgetrokken worden naar Zeewolde en Almere?

„Nee, dat is voorbij. Het is wel een voorbeeld van de dramatiek die je hier tegenkomt. In Flevoland hebben we een te grote lijst van niet-afgemaakte projecten. De A30 ligt al in het landschap, er is relatief veel geld aan uitgegeven en toch zal die weg nooit aangelegd worden. Zo zijn er meer voorbeelden te noemen. De Zuiderzeelijn ligt voor een deel klaar in de Noordoostpolder, maar wordt evenmin aangelegd. Verder is de stedelijke infrastructuur van Almere en Lelystad gebaseerd op het droogleggen van het Markermeer. Daar zag men in een heel laat stadium vanaf, waardoor de infrastructuur achteraf bezien niet logisch is. Dit alles kostte veel geld, dat achteraf voor niets is uitgegeven.”

Het nieuwe kabinet zag in oktober 2010 af van het plan om het Oostvaarderswold aan te leggen. De provincie Flevoland legt zich daar niet bij neer. Waarom niet?

„De ontwikkeling van het Oostvaarderswold, de verbinding tussen de Oostvaardersplassen en Veluwe die leidt tot een grote ecologische zone, is een Europese ambitie die een keer gerealiseerd gaat worden. Dat kan gerust dertig tot vijftig jaar duren. Dat past bij Flevoland, want wij stemmen onze keuzes af op de middellange en de lange termijn. Als het economisch tegenzit, ga je hooguit temporiseren en niet een beleid ad hoc omgooien, zoals het kabinet nu doet. Consistentie van beleid wordt, helaas, een schaars goedje. Staatssecretaris Bleker heeft voor het Oostvaarderswold al 160 miljoen uitgegeven. En dan opeens wordt het plan in de ijskast gezet. Wie gaat dat betalen? Bleker wil stoppen, dus moet hij dokken, en dat wil hij niet. Wij kunnen die rekening niet voldoen, omdat wij tot de arme provincies behoren. Flevoland heeft geen oud bezit of oud geld. Daar zijn we te jong voor.”

Hoe kijkt u aan tegen de discussie om provincies op te schalen?

„Die neem ik niet echt serieus. Dat is een politiek spelletje. De verdeeldheid in Den Haag is groot.”

Met Almere en Urk omvat de provincie compleet verschillende werelden. Hoe lastig is dat?

„Volgens een recent onderzoek blijkt dat driekwart van de bestuurders zich volmondig lid van de provincie Flevoland beschouwt. Al zijn er altijd groepen geweest die ervoor pleiten de Noordoostpolder bij Overijssel te voegen. Urk is een wezenlijk andere gemeenschap dan Almere. Die twee zullen nooit naar elkaar toegroeien en dat hoeft ook niet. Nederland onderscheidt zich in verschillen. Een Drent is geen Limburger en een Groninger geen Fries.”

Heeft Flevoland een eigen identiteit?

„Flevoland is een kruiwagen vol immigranten. Onze mensen beroepen zich op de pioniersmentaliteit. Ze willen de mouwen opstropen en kijken niet achterom, want ze hebben niet zo veel verleden. Flevoland kijkt vooruit. Op onze agenda staan allemaal dingen die we willen maken. Bij andere provincies gaan zeker 50 procent van de agendapunten over wat men wil tegenhouden en voorkomen. Daar heerst een conservatisme in de bestuurscultuur dat wij niet kennen, al tekenen de eerste verschijnselen zich daarvan wel af.”

Waar merkt u dat aan?

„In de agrarische sector klaagt men dat we te veel weggeven aan de natuur en de verstedelijking. Als je op de kaart kijkt, zie je echter dat de boeren nog een redelijk deel van de provincie in handen hebben.”

Staat de agrarische sector in Flevoland onder druk?

„De agrarische bedrijven in Flevoland behoren tot de top van de wereld. Hier wordt op hoog niveau bedrijfsvoering gerealiseerd, met enorme oogsten per hectare. Met de echt goede bedrijven gaat het prima. Misschien maken we ons te druk over bedrijven waar minder toekomst in zit. Nederland blinkt uit in de moeilijke dingen: moeilijke bloemen, moeilijke groenten, moeilijke oogsten en hoge hoeveelheden van kleine stukjes grond halen; niet met kleine boerderijtjes die van vader op zoon overgaan.”

Wat voor CdK wilt u zijn en wat kwam u tegen?

„De Staten maakten een profiel en vonden dat ik daaraan voldeed. Ik ontdekte dat er een aantal dingen was waar ik niet aan had gedacht. Zo is je positie in Den Haag wezenlijk anders dan ik had ingeschat. Flevoland is een beetje de underdog. De andere provincies kijken ietwat op je neer, van: ‘ach, dat kleintje’. Dat stoort me overigens niet. In het geweld van de grote provincies probeer ik mijn eigen weg te gaan.”

Dit is het eerste artikel in een serie over 25 jaar Flevoland.