Bijzondere berging van geallieerd vliegtuig

2

LEMMER. Een stuk IJsselmeer van 25 bij 36 meter wordt in augustus ingedamd en leeggepompt om een vliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog te bergen. Het is voor het eerst dat een wrak uit de oorlog op deze manier wordt geborgen.

In het toestel, een Vickers Wellington die volgens gemeente 
De Friese Meren vermoedelijk in de nacht van 8 op 9 mei 1941 op 15 kilometer vanuit de haven van Lemmer werd neergeschoten, bevinden zich mogelijk nog de stoffelijke resten van bemanningsleden.

Dergelijke wrakken gelden normaliter als graf, maar onder bepaalde omstandigheden kan toch worden besloten om te bergen. Een reden kan zijn dat er wordt gebouwd op de crashlocatie of omdat er achtergebleven explosieven zijn gevonden. Dat laatste is hier het geval.

Bommen

Het wrak ligt in het gebied waar Koninklijke Smals zand wil winnen. De plannen daarvoor zijn al jaren in de maak. Het Brabantse bedrijf moest de nodige procedures doorlopen, waaronder een studie naar de gevolgen van de zandwinning voor de omgeving. Bij ecologisch onderzoek in april 2014 vonden duikers in het gebied onderdelen van een vliegtuig en wapens. Bij vervolgonderzoek zijn twee bommen gevonden. Met het oog op de veiligheid wordt het wrak nu geborgen.

Berger Leemans Speciaalwerken uit Vriezenveen haalt het wrak uit het water, onder leiding van de Koninklijke Luchtmacht. Het bedrijf borg eerder zo’n 35 vliegtuigen. Voor deze operatie wordt een gebied van 1 bij 1 kilometer afgezet. Een kleiner gebied, van 25 bij 36 meter om de vliegtuigdelen, wordt ingedamd. Zodra de damwanden er staan, wordt het water weggepompt en kan het bergen beginnen.

Volgens de betrokken partijen is het niet eerder voorgekomen dat een wrak uit de Tweede Wereldoorlog op deze manier wordt geborgen. Dat de berger zo te werk gaat, heeft te maken met de bommen die er liggen, licht majoor Arie Kappert toe. Kappert is stafofficier vliegtuigberging van de Koninklijke Luchtmacht. „We hebben het ontstekings­mechanisme in de bom niet kunnen identificeren. De bom mag niet worden bewogen tot de ontsteking eruit is.”

Het zal geen mooi toestel zijn dat naar boven komt, zegt Kappert. „Er ligt een hoop verwrongen materiaal.” Het toestel heeft een klap op het water gemaakt en zit mogelijk 1 tot 1,5 meter in de IJsselmeerbodem.

Geen zekerheid

De gemeente en Kappert willen niet zeggen om welk toestel en welke bemanning het precies gaat. Er is een „aannemelijke kandidaat”, zegt Kappert. Honderd procent zekerheid is daar op dit moment niet over te geven, zegt hij. Daarom wil hij er geen uitspraken over doen. „Als blijkt dat het een ander toestel is, moet er iets worden uitgelegd aan de familie.”

Douwe Drijver van de stichting Missing Airmen Memorial Foundation (SMAMF), die crashlocaties in Friesland in kaart brengt, zegt desgevraagd dat het waarschijnlijk gaat om een vliegtuig van een Pools squadron binnen de Britse luchtmacht. Het toestel werd in de nacht van 8 op 9 mei 1941 neergehaald. De bemanning van het vliegtuig overleefde het niet. Een aantal inzittenden geldt nog altijd als vermist.

De Vickers Wellington is een middelzware bommenwerper die van 1938 tot 1945 werd gebruikt. Het vliegtuig kon in totaal 2040 kilo aan bommenlast dragen. Mogelijk was de volledige bomlading nog aan boord toen het toestel neerstortte.

Het bergingsteam bestaat onder meer uit de Explosieven Opruimingsdienst Defensie en de Bergings- en Identificatiedienst Koninklijke Landmacht. Afgegraven zand wordt gezeefd en gecontroleerd op munitie en eventuele stoffelijke resten, zodat er geen materiaal verloren gaat dat kan helpen bij de identificatie.

Die identificatie kan een lang­durig proces worden. Het proces wordt bemoeilijkt als ook bij berging niet met zekerheid is vast te stellen om welk toestel het gaat, zegt Kappert. De majoor verwijst naar een geval waarbij het vijf tot zes jaar duurde voordat geborgen resten konden worden herbegraven.

Het plaatsen van de damwanden start in augustus. Naar verwachting kan de daadwerkelijke berging, die ongeveer vier weken duurt, op 22 augustus beginnen. Bij het bergingsgebied komt een werkeiland. Scheepvaartverkeer mag er niet komen, het terrein wordt 24 uur per dag bewaakt. Een archeoloog begeleidt de werkzaamheden.

Museum

Wat er met de vliegtuigdelen gebeurt, is nog niet bekend. Ze zijn eigendom van het land van herkomst, maar volgens Kappert doen landen niet vaak een beroep op die rechten. De onderdelen zouden naar een museum kunnen. Ook bestaat de mogelijkheid om ze te gebruiken voor een monument.

De kosten voor de berging worden geraamd op 1 miljoen euro. Volgens burgemeester Veenstra van De Friese Meren wordt 70 procent daarvan vergoed door het Rijk. De resterende 3 ton kan worden teruggehaald uit de zandwinning, verwacht hij.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog stortten in Nederland zo’n 
6000 vliegtuigen neer. Vele daarvan zijn intussen geborgen.