Bijna gesloopt door identiteitsfraude

Foto ANP

HOOFDDORP – Een verwisseling van personen door fraude kan desastreus uitpakken. Arrestaties en invallen zijn niet uitgesloten. „Ik ben altijd op mijn hoede.” Minister Plasterk bindt de strijd aan met identiteitsfraude.

Den Haag wil maatregelen nemen om identiteitsfraude te voorkomen. Deze vorm van criminaliteit blijkt veel groter dan gedacht. Het aantal slachtoffers van ID-fraude bedroeg in 2012 tussen de 672.787 en de 869.816. Gezamenlijk leden zij tot pakweg 500 miljoen euro schade, aldus Plasterk donderdag.

Tussen 2007-2012 is 13,3 procent van de bevolking de dupe geworden van ID-fraude, tweemaal zo veel als eerder verondersteld. Om deze trend terug te dringen, wil Plasterk gemeenten meer trainen. Ook moet het gemakkelijker worden om gestolen of verloren identiteitsbewijzen te ‘blokkeren’.

Het bekendste slachtoffer van identiteitsfraude in Nederland is Ron Kowsoleea uit Hoofddorp. Zijn naam wordt van 1994 tot 2002 stelselmatig misbruikt door Imro C. Deze oud-klas­genoot van Kowsoleea die in 
de criminaliteit is beland, maakt misbruik van diens identiteit. Bij iedere aanhouding geeft C. zich uit voor Kowsoleea.

De Nederlandse zakenman van Surinaamse afkomst, sinds 1979 woonachtig in Nederland, voert jarenlang strijd tegen de bureaucratie, nadat hij ten onrechte als drugscrimineel in de overheidssystemen belandt.

„Het begon in 1994 heel eenvoudig”, zegt Kowsoleea. „Ik kreeg bekeuringen voor te hard rijden en boetes voor zwartrijden in de tram.” De ondernemer is zich van geen kwaad bewust. „’t Was wel heel vervelend.” De zakenman slaagt erin de zaak op te lossen met de Amsterdamse politie.

De problemen voor Kowsoleea beginnen in 2002 van vooraf aan. De politie rijdt hem op de snelweg klem en probeert hem als ongewenst vreemdeling uit te zetten. „Ik ben veertig keer op de rijksweg aangehouden”, verzucht hij. In 2002 wordt Kowsoleea veroordeeld voor misdrijven van Imro C.

In 2003 doet de FIOD met 
35 gewapende agenten en veel machtsvertoon een inval bij Kowsoleea, onder het oog van zijn twee kinderen. De zakenman zit drie dagen vast op verdenking van witwaspraktijken.

De identiteitsfraude blijkt al tijdens de eerste rechtszaak in 1994. Toch slaagt Kowsoleea er niet in zijn strafdossiers opgeschoond te krijgen. Mis­verstanden blijven ontstaan. Door strafrechtelijke onderzoeken verliest Kowsoleea steeds meer zakenpartners. Uiteindelijk moet hij surseance van betaling aanvragen voor zijn farmaceutische groothandel.

Kowsoleea neemt de toevlucht tot de Nationale ombudsman. Na uitvoerig onderzoek brengt toenmalig ombudsman Alex Brenninkmeijer in oktober 2008 een vernietigend rapport uit over het optreden van de overheid in de zaak-Kowsoleea.

Na overleg met het ministerie van Justitie past de ombudsman zijn rapport enigszins aan, 
maar handhaaft de harde conclusies. De naam van de gedupeerde moet worden gezuiverd, omdat de identiteitsfraude ernstige gevolgen voor hem heeft gehad, luidt het oordeel.

Door de identiteitsfraude heeft Kowsoleea jarenlang geen normaal leven kunnen leiden. De situatie is zo ernstig dat Kowsoleea de hulp van een psychiater moet inroepen. De overheid, die het probleem zou moeten oplossen, geeft jarenlang niet thuis. Uiteindelijk biedt minister Hirsch Ballin in 2009 excuses aan en treft een schaderegeling.

Het rechtsgevoel van Kowsoleea is geschokt, z’n persoon bijna gesloopt. „Het is onvoorstelbaar. Niemand weet hoe dit heeft kunnen gebeuren. Dit wens je echt niemand toe.” Ondanks alle leed klinkt hij nog altijd strijdvaardig. „Ik ben er nog steeds, ik ben moeilijk klein te krijgen. Ik heb een manier gevonden om ermee om te gaan. Als je kunt bewijzen dat iets niet waar is, moet je tot het bittere einde gaan.”