Betonnen blokken herinneren aan lanceerbaan V1 Lettele

G. Braakhekke-Heuvink (90) op de plek waar eens een lanceerbaan voor V1-raketten stond. In de grond zitten nog wat resten van de steunen waar de afvuurinrichting op rustte. beeld RD, Anton Dommerholt Anton Dommerholt

Angstaanjagende monsters. Zo omschrijft G. Braakhekke-Heuvink (90) de V1’s die in de Tweede Wereldoorlog vanuit Lettele werden afgeschoten. De resten van de lanceerbaan zijn er nog steeds.

In het centrum van het Overijsselse dorpje, even boven Deventer, herinnert een oorlogsmonument aan de afvuurinrichting van de V1-raketten. Het monument is opgebouwd uit enkele betonnen steunen die in de oorlogsjaren onder de lanceerbaan stonden.

Een klein stukje buiten Lettele, in de buurt van de kruising van de Oerdijk en de Oostermaatsdijk, zijn in het bos nog resten te vinden van de afvuurinrichting. In de grond zitten enkele betonnen blokken waar de baan op rustte. Een ongeveer 10 meter brede en 100 meter lange open strook in het bos duidt aan in welke richting de vliegende bommen werden gelanceerd.

Het geheel wordt sinds 2005 onderhouden, zegt Henk Haverkamp, vrijwilliger bij het Dorpsarchief Lettele. Dat gebeurt door vrijwilligers van het archief en door cliënten van een zorgboerderij. „Het is positief om de herinnering levend te houden.”

A. Klijn Velderman (84) woont enkele honderden meters van de plaats waar in 1944 de V1’s werden afgevuurd. „Toen de baan werd aangelegd, moesten de gezinnen in de buurt binnen een dag worden geëvacueerd.” Hij kan zich het afschieten van de V1’s nog goed herinneren. „Dat gaf een denderend geluid. Soms stortte er een in de bossen neer. Er zijn daarbij gelukkig nooit slachtoffers gevallen.”

De ouderlijke woning van G. Braakhekke-Heuvink bevond zich nog veel dichter bij de afvuurinrichting. Het nieuws dat gezinnen in de directe omgeving hun huis moeten verlaten, kwam op zondag 5 november 1944. Het werd afgekondigd in de kerk van Okkenbroek, een plaatsje dat vlakbij ligt. „Wij gingen in Bathmen naar de kerk, dus we wisten van niets. Op zondagmiddag zagen we dat er mensen aan het verhuizen waren. We hoorden van hen dat ze van de Duitsers hun huis uit moesten.” Bij de familie Heuvink stonden de Duitsers de volgende morgen op de stoep. „We moesten diezelfde dag nog uit huis.” Dat viel niet mee. Vader, die jachtopziener was, bezat drie koeien. Ook die moesten naar elders.

De familie Heuvink kreeg onderdak in een jachthuis in het bos. Vader mocht af en toe terug naar huis. Dat was ook wel nodig. De V1’s veroorzaakten bij het afvuren zo’n luchtverplaatsing dat de ramen van het huis werden vernield en de pannen van het dak vielen. „Hij mocht ze regelmatig even terug gaan leggen.”

Braakhekke weet het moment nog dat de eerste V1 werd afgeschoten. „Dat was op 18 december 1944. Er kwam plotseling met een geraas een monster aanvliegen. Uit de achterkant kwamen grote vlammen. Na 100 meter stortte hij neer. Dat gaf een enorme klap. We wisten niet wat ons overkwam.” Het was bepaald niet de enige V1 die zijn doel niet bereikte. In de buurt van Lettele werden door deze afzwaaiers enkele panden getroffen. Hierbij vielen geen gewonden. Op 29 maart 1945 vernietigden de Duitsers de lanceerbaan.

De bevrijding van Lettele, op 9 april 1945, zorgde nog even voor angstige momenten. „We woonden in een jachthuis in het bos. Er was geen schuilkelder. Daarom heeft mijn vader in de vloer van het woning een gat gemaakt, zodat we in de kruipruimte konden. Daar zaten we met twaalf mensen. Zelf ging ik er als laatste in. De kogels floten me toen al om de oren. In de schorten van mijn moeder zaten de kogelgaten. De hond in het nachthok overleefde het.” Kort daarna kwamen de Canadezen. „Ze hadden ons huis niet gezien. Als ze hadden geweten dat hier burgers zaten, hadden ze niet zo geschoten.”

Braakhekke vindt het goed dat de resten van de V1-baan worden onderhouden. Ze is er zelf ook met kleinkinderen geweest. „Deze geschiedenis moeten we bekendmaken aan de jeugd.”


serie
Fout erfgoed

Dit is het tweede deel in een vijfdelige serie over tastbare herinneringen aan de Duitse bezetting.


V2 voorloper van maanraket

Vanaf 1944 vuurden de Duitsers V1’s en V2’s af op Londen en later ook op onder meer Antwerpen. Die laatste plaats wilden ze treffen vanwege de belangrijke havenfunctie.

De V1 was in feite een onbemand straalvliegtuig met een lading explosieven aan boord. De bedoeling was dat hij neerstortte als de brandstof op was. Dit wapen ging enkele honderden kilometers per uur.

De V2 was de voorloper van de maanraket en bereikte een snelheid van meer dan 4000 kilometer per uur. Veel V1’s en V2’s werden vanuit Nederland gelanceerd. De afvuur­inrichtingen waren regelmatig het doelwit van geallieerde bommenwerpers.

Op meerdere plekken, onder andere bij Rijssen en het nabij Lettele gelegen Averlo, zijn nog restanten van de installaties zichtbaar.