Arts over stervenshulp: Kabinet heeft geen idee van kwetsbaarheid

Stervenshulp
Lieverse. beeld Sjaak Verboom

Houd stervenshulpverleners weg bij levensmoede ouderen. Die oproep doet anesthesioloog-pijnarts Paul Lieverse, verbonden aan de Daniël den Hoedkliniek in Rotterdam, in reactie op het kabinetsvoornemen voor een ruimere stervenshulpregeling.

Heeft het kabinet u verrast?

Lieverse, tevens voorzitter van de christelijke artsenorganisatie CMF Nederland: „Ja, uiteindelijk toch wel, hoewel het bekend was dat er iets zat aan te komen. Het beleid van dit kabinet blijkt opnieuw door en door liberaal. De overheid creëert keuzes, de burger beslist – daar komt het op neer. Achterliggende gedachte daarbij is dat elke burger zelfredzaam en mondig is.

Je kunt burgers en zeker levensmoede ouderen die om stervenshulp vragen echter niet allemaal over één kam scheren. Daar zitten zeker mondige types bij. Denk aan de initiatiefnemers achter het burgerinitiatief Uit Vrije Wil.

Er bevinden zich echter ook ouderen onder die ronduit kwetsbaar zijn. Ouderen die zien dat de professionele zorg verzakelijkt en steeds verder wordt versoberd. Ouderen die voor steeds meer zaken moeten terugvallen op vrijwilligerswerk en mantelzorg.

Het doet echt wat met hun beeldvorming als ze de overheid horen spreken over ouderen met een voltooid leven. En over ouderen met een doodswens aan wie het bieden van stervenshulp mogelijk moet zijn.”

U bedoelt dat het ouderen kan confronteren met de vraag: mag ik er nog wel zijn?

„Die angst is zeker niet ongegrond. Veel artsen ervaren dagelijks dat bijvoorbeeld het sluiten van verzorgingshuizen ouderen een enorme knauw kan geven. Dit kabinet heeft geen idee wat kwetsbaarheid met mensen doet.

Een stervensverzoek krijgen betekent in de eerste plaats: onderzoek doen naar de achtergrond. Maar wat drijft een patiënt die om zijn dood vraagt? Hoe kwetsbaarder de patiënt, hoe zorgvuldiger je moet zijn.”

Is de zorgvuldigheid in het kabinetsvoorstel voldoende gewaarborgd?

„Zolang er nog geen wet ligt, moeten we een slag om de arm houden. Maar dat het kabinet tegen het advies van de commissie-Schnabel in toch een nieuwe wet wil optuigen, is voor mij een veeg teken.

Schnabel zegt: Niet nodig, want de groep levensmoede ouderen die buiten het bereik van de huidige euthanasiewet valt is waarschijnlijk zeer klein. Dan zou je als kabinet toch minimaal kunnen wachten op de eerstkomende evaluatie van deze wet voordat je vervolgstappen zet.

Ik lees verder dat het kabinet overweegt het uitvoeren van stervensverzoeken over te laten aan stervenshulpverleners. Kijken zij nog naar alternatieve oplossingen? Of mogen zij een recept al uitschrijven zodra het aannemelijk is dat het stervensverzoek vrijwillig is gedaan?

Veel artsen ervaren het in behandeling nemen van een euthanasieverzoek nu als tijdrovend en emotioneel. Ik moet er niet aan denken dat zij het doorverwijzen naar stervenshulpverleners straks massaal verkiezen boven het soms moeizame zoeken naar alternatieve oplossingen. Wat in de huidige euthanasiepraktijk is opgebouwd aan zorgvuldigheid kan dan weleens heel snel verdwenen zijn.”