„Arts niet overvragen bij euthanasie”

beeld ANP, Roos Koole
2

Euthanasie kan niet tegen elke prijs worden toegepast, oordeelde de tuchtrechter dinsdag in een spraakmakende zaak. Prof. Buijsen: „Wie euthanasie wil, zou zich wat meer mogen afvragen: Wát verlang ik van een arts?”

Ze hield haar patiënte onwetend van het voornemen om haar leven te beëindigen. Om de uitvoering te vergemakkelijken, gaf ze haar heimelijk een slaapmiddel. Om haar rustig te houden, moest ze de hulp inroepen van de familie om het bed.

In het feitenrelaas, onderdeel van het dinsdag door de tuchtrechter gewezen vonnis, staan ze allemaal nog eens opgesomd: de spraakmakende details van de handelwijze van de verpleeghuisarts.

„Je zou haar een gelovige kunnen noemen”, zegt hoogleraar gezondheidsrecht Martin Buijsen met een cynische ondertoon. „Deze specialist ouderengeneeskunde heeft zich op zeker moment op een standpunt gesteld, namelijk dat deze patiënte hoe dan ook het recht had om te sterven. Het lijkt alsof zij daar met geen mogelijkheid meer van af te brengen is.”

De door de tuchtrechter berispte arts kondigde dinsdag meteen aan in hoger beroep te gaan. Buijsen, verbonden aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, verwacht dat ze bij het centraal tuchtcollege hetzelfde krijgt te horen als bij de regionale tuchtraad: dit gaat te ver.

Wat vindt u van het dinsdag gewezen vonnis?

„Ik had geen andere uitspraak verwacht. De tuchtrechter komt tot dezelfde slotsom als een regionale toetsingscommissie voor euthanasie in januari 2017. Deze arts heeft niet voldaan aan twee belangrijke zorgvuldigheidseisen. Er was in deze zaak geen vrijwillig, weloverwogen euthanasieverzoek en de uitvoering is onzorgvuldig geweest.”

Het komt voor dat omstanders artsen een wilsverklaring van vader of moeder voorhouden en vragen: Waar wacht u nog op? Biedt deze uitspraak artsen houvast?

„Ja, en dat is wat mij betreft ook meteen de winst. De tuchtrechter stelt klip-en-klaar: Een arts moet iemands actuele wilsuitingen, ook die van een wilsonbekwaam geworden patiënt, altijd op één lijn kunnen brengen met diens schriftelijke wilsverklaring.

In deze zaak zat daar duidelijk licht tussen. De beschikking was al niet helder en bovendien wezen niet alle uitingen van de patiënte op een doodswens. Mensen kunnen dan met verklaringen zwaaien wat ze willen, maar euthanasie is dan gewoon niet toegestaan.”

Overigens is het niet zo dat de tuchtraad met dit vonnis de deur voor euthanasie bij vergevorderde dementie in het slot gooit, stelt Buijsen. „Het kan, mits er een heldere wilsbeschikking ligt en de patiënt duidelijk maakt uitzichtloos en ondraaglijk te lijden.”

Als hij met „een euthanasiebrilletje” op naar de zaak kijkt, ziet hij slechts een arts die een paar gedragsregels heeft genegeerd, betoogt Buijsen. „Maar als gewone burger zeg ik: Ik zie een weerloos mens dat onder dwang gewelddadig aan haar eind gekomen is. Moeten we dat willen? En hoe voorkomen we dat dit vaker gebeurt?”

U heeft daar suggesties voor?

„Ja, het is inmiddels een wijdverbreid misverstand dat er in Nederland sprake zou zijn van een recht op euthanasie. Bij de patiënte in deze tuchtzaak dook de verwijzing naar zo’n verondersteld recht al zo’n beetje op in de eerste zin van de wilsverklaring. Het wordt tijd dat de overheid daar wat tegen doet. Het is gewoon niet zo dat de familie tegen de arts kan zeggen: Hier staat beschreven hoe we het willen hebben. Dus aan de slag.”

Intussen zegt een steeds groter wordende groep burgers: Als ik de diagnose alzheimer krijg, wil ik euthanasie, maar nog niet meteen…

„Inderdaad, en juist die groep manoeuvreert artsen in een lastig parket. Ze blijven het doen van een concreet verzoek uitstellen totdat ze wilsonbekwaam zijn geworden. Mensen zouden meer op zich moeten laten inwerken: Wat vraag ik eigenlijk van een arts?

Tijdens een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer deed een deskundige nog niet zo lang geleden de suggestie: leg in je wilsverklaring vast dat een arts jou heimelijk slaapmiddelen mag toedienen, of dwangmiddelen mag gebruiken om jouw eventuele verzet tegen euthanasie te breken. Ik hoop niet dat deze uitspraak mensen aanspoort om die raad in praktijk te brengen. Je kunt alles tot voorwerp van onderlinge afspraken maken, maar is dat echt de bedoeling? Ik denk van niet.”