Arne Schaddelee ontmoet zijn vroegere leraar geschiedenis

Onvergetelijk onderwijs
Arne Schaddelee ontmoet zijn vroegere leraar geschiedenis, Breunesse. beeld RD, Anton Dommerholt
3

„Geschiedenis was mijn favoriete vak en ook politiek interesseerde me enorm. Op de inhoud was er een klik. En hij wist mij te inspireren.”

Dat schreef Arne Schaddelee (37) aan de redactie van deze krant; hij wilde graag zijn voormalige leraar geschiedenis van het Driestar College in Gouda, Kees Breunesse (73), ontmoeten.

Schaddelee, anno 2017 mede-eigenaar van communicatiebureau De Gele Kamer, heeft nog een tweede reden waarom hij met Breunesse in contact wil komen: „Hij was mijn coördinator en moest mij nogal eens op het matje roepen. Hij kon dan echt boos zijn en zijn teleurstelling laten blijken. Maar hij wist hoe hij lastige pubers moest bespelen zodat ze inbonden, hun lesje leerden en zich voornamen om hun leven te beteren.” Dit maakte een onuitwisbare indruk op de inwoner van Houten.

En wat Schaddelee zeker ook nooit zal vergeten: „Soms was Breunesse ‘omkoopbaar’. „Voor een broodje haring gaat er een wereld voor je open”, zei hij dan.”

Helemaal in stijl belt Schaddelee aan bij de voordeur van Breunesse in Zeist. In zijn hand heeft hij een doosje met daarin een aantal luxebroodjes voor bij de koffie. De ontmoeting is hartelijk. De twee hebben elkaar zo’n twintig jaar niet gezien.

Eenmaal binnen trapt Schaddelee af. „U hebt de afgelopen jaren niet stilgezeten. Ik las ergens dat u nog gepromoveerd bent.” Breunesse: „Dat klopt. Ik was in 1990 begonnen met een onderzoek naar het liberalisme in het begin van de 19e eeuw, maar gaandeweg ben ik me gaan richten op een aantal politieke bladen uit de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden. In 2014 heb ik dat proefschrift afgerond, enkele jaren na mijn pensionering.”

Breunesse gooit het snel over een andere boeg: „Maar jij hebt ook niet stilgezeten na je schooltijd.”

Schaddelee: „Na de mavo ben ik naar de meao gegaan, maar na een jaar kwam ik toch weer terug op de Driestar en haalde daar mijn havodiploma. Daarna studeerde ik bestuurskunde aan de Haagse Hogeschool. Mijn eerste baan was bij de gemeente Nieuwegein op de afdeling juridische zaken. Na vier jaar ben ik op de griffie van de provincie Zuid-Holland gaan werken, omdat het politieke werk me meer aantrok.

Ondertussen was ik getrouwd en kregen we kinderen. Als ik dan ’s avonds om halfzeven thuiskwam, zaten de kinderen al aan tafel te slapen. Dat vond ik niet leuk en ik solliciteerde daarom naar een baan met vaste werktijden en dichter bij Houten. Na een aantal gesprekken kon ik als communicatiemanager bij de RMU aan de slag. Dat werk deed ik acht jaar. Sinds afgelopen voorjaar ben ik mede-eigenaar van een communicatiebureau. Ondertussen werd ik ook Statenlid voor de ChristenUnie in de provincie Utrecht.”

Breunesse verontschuldigt zich: „Ik herinner me niet zo veel van leerlingen. Maar van Arne weet ik dat hij vaak te laat kwam. Hij fietste altijd; zomer of winter, in regen en zonneschijn.”

Schaddelee: „Ik woonde in Harmelen. Een enkele reis Gouda was 27 kilometer. Als er wat gebeurde, een lekke band van iemand in de vriendengroep of zo, dan was je zomaar te laat. Maar ik ben ook wel wat laconiek en ga graag letterlijk en figuurlijk een straatje verder kijken.”

Rots

Schaddelee zag tijdens zijn schooltijd Breunesse als „een rots in de branding.” „Als de joelende meute binnenkwam, zat u daar achter uw bureau en zei na enige minuten dat het stil moest worden. En op de een of andere manier gebeurde dat ook. U had natuurlijk gezag.”

„Tja, wat zal ik ervan zeggen. Eigenlijk ben ik maar een eenvoudige man. Voor ik in 1983 in het onderwijs aan de slag ging, runde ik twintig jaar een verfwinkel hier in Zeist. Ik was 39 toen ik in het onderwijs aan de slag ging. In de avonduren heb ik mijn havodiploma en mijn aktes voor geschiedenisdocent gehaald. Ik ben een laatbloeier. Dat geldt voor meer mensen in mijn familie. Ik ging overigens altijd fluitend naar mijn werk. Ik deed het met plezier tot het moment dat ik in 2006 op 62-jarige leeftijd afzwaaide.

Geschiedenis heeft altijd mijn belangstelling gehad. Ik had een leerkracht die meesterlijk kon vertellen. Ik zat op het puntje van mijn stoel en zag het voor mijn ogen gebeuren. Zo mooi als hij het deed, kon ik het niet. Maar ik probeerde wel vanuit de actualiteit een klas te pakken.”

Schaddelee: „U legde verbanden tussen de actualiteit en de geschiedenis. Én u daagde ons uit om dat ook te doen.”

„Ik hield van interactie.”

„Zonder dat het een chaos werd.”

„Ik heb nooit propjes naar mijn hoofd gekregen.”

„Ik heb heel wat propjes geschoten, maar nooit naar u.”

„Misschien had ik een streng uiterlijk.”

„U had iets onverstoorbaars. Maar je wist dat als je een propje naar u zou schieten, je je dan moest bergen.”

„Ik heb weleens iemand de klas uit gesleurd. En mogelijk heb ik ook weleens mijn schoen gebruikt. Dat kon toen nog.”

Schaddelee weet het zich nog goed te herinneren: „Op het moment dat ik echt voor narigheid zorgde, zoals keten in een klas bij een leraar die het echt niet aankon, moest ik naar het kamertje dat u als coördinator samen met uw collega Den Edel had. Dan kreeg ik een preek. En die was zo indringend dat ik me voornam om die narigheid niet meer uit te halen.

Voor lichtere vergrijpen was er een andere regeling. Bijvoorbeeld als ik stempelkaarten voor te laat komen vol had en de conciërge ook niet meer wist wat hij mij moest laten doen, dan was er wel wat te regelen. Voor een puddingbroodje kreeg ik dan een nieuwe stempelkaart van u. En mijn vriend die uit Scheveningen kwam, moest voor een broodje verse haring zorgen. Zo werden de dingen met humor opgelost.”

Van de hak op de tak

Schaddelee: „Mijn familie heeft een geschiedenistic. Je kunt soms nog zulke lage cijfers halen, maar voor geschiedenis mocht dat in geen geval. Volgens mij haalde ik altijd een 9 voor dit vak. En als ik eens een 8 scoorde, dan vroeg dat thuis om meer uitleg dan bij een 5 voor Frans of Engels. De hoge geschiedeniscijfers leverden mij ook nog eens compensatiepunten op die ik soms nodig had om over te gaan.”

Dan stapt de oud-Driestarleerling over op de inhoud: „We beleefden in het begin van de jaren negentig, toen ik les kreeg van u, spannende tijden. De Berlijnse Muur was net gevallen. U legde daar de vinger bij.”

„Ik heb altijd geprobeerd de historie met de actualiteit te verbinden.”

„In de jaren negentig beleefden we een euforische tijd waarin we dachten dat het niet op kon met de vrede en met de welvaart. Clinton was president in Amerika en Nederland had de paarse kabinetten onder leiding van Kok. Het geld klotste tegen de dijken.”

„We dachten dat we een tijd van vrede zouden krijgen, maar we kregen al snel de oorlog op de Balkan met concentratiekampen en alles wat daarbij hoorde. Ik heb het nooit kunnen snappen dat mensen in een dorp die tientallen jaren naast elkaar woonden, ineens elkaars vijanden worden. Waar dictators zijn verdwenen, is een grotere chaos teruggekomen. Kijk naar Egypte, Libië en Irak.”

Schaddelee: „Vrijheid en democratie zijn mooie dingen als je in een veilig land leeft.”

De twee raken vervolgens geanimeerd met elkaar in gesprek over de Amerikaanse politiek, de bemoeizucht van het Westen met de Arabische wereld en alle ellende die daaruit is gevolgd, en andere actuele thema’s. Breunesse: „Zo gingen eigenlijk ook mijn lessen. Van de hak op de tak. Ik wist aan het begin van een les nooit waar ik aan het einde uit zou komen.”

zomerserie Onvergetelijk onderwijs

Dit is het vierde deel in een serie artikelen over leerlingen die na jaren hun onvergetelijke docent of leerkracht weer ontmoeten.