Anneke de Niet kreeg nachtmerrie na schrijven brief aan moordenaar broer

Met enige regelmaat krijgt de politie tips in cold cases. Soms zet ze een zoekactie op touw als tips daartoe aanleiding geven. Foto: Eind maart zocht de politie naar sporen in een bosperceel bij het Zeeuwse Nummer Eén op de plaats waar de auto van de in 2010 verdwenen Herman Ploegstra werd teruggevonden. Het coldcaseteam heeft de zaak nog in onderzoek. beeld ANP, Robin Utrecht
3

Anneke de Niet (49) schreef een brief aan de onbekende moordenaar van haar broer Jan. „Waarom heb jij geen geweten?”

Maandagmorgen 21 mei 1990 staat in het geheugen van De Niet, die niet eerder sprak met de pers over de meest ingrijpende dag uit haar leven, gegrift. Op die dag wordt het lichaam van haar broer Jan onder het bloed aangetroffen op de Leidse Straatweg in het Haagse Bos. Het 30-jarige slachtoffer blijkt met messteken om het leven te zijn gebracht. Op een voetpad vlakbij staat zijn auto, een witte Opel Ascona. Hierin worden bloedsporen gevonden. Tot op de dag van vandaag is volstrekt onduidelijk waarom de automonteur is vermoord.

„Een maand ervoor overleed onze vader aan een hartinfarct”, aldus De Niet. „Jan was een lieve, zorgzame jongen die bij ons thuis de rol van pa een beetje had overgenomen. Hij hielp mijn moeder en zijn drie zusjes altijd overal mee.”

De Niet is die maandagmorgen aan het werk op het kinderdagverblijf als ze wordt gebeld door haar moeder. „Ze zei me dat ik ogenblikkelijk thuis moest komen. Aan haar stem hoorde ik dat het menens was. Toen ik thuiskwam, waren er al rechercheurs, evenals mijn oudste zus. De politie vertelde ons dat Jan vermoord was gevonden. Ik was totaal verbijsterd en vol ongeloof. Boos ook. Net als mijn moeder, die juist altijd veel kracht putte uit haar geloof in God.”

gedicht by on Scribd

Het document kan niet getoond worden, omdat de site scribd.com cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta functionele cookies toe om het document te tonen.

De recherche speurt naar aanknopingspunten, maar kan niets vinden. Jan had geen vijanden en geen connecties in het criminele circuit. „Mijn moeder ging zelf op onderzoek uit. Zo ging ze ’s nachts op de plaats delict in haar auto op de uitkijk staan. De recherche die haar had gezien, waarschuwde haar om dat niet meer te doen.”

De angst in het gezin De Niet is groot. „Omdat het motief voor de moord onbekend is, waren we bang dat de dader misschien nog een keer op de stoep zou staan om meer leden van ons gezin om te brengen. Bij ieder onguur type in de tram of op straat vroeg ik me af of die het misschien had gedaan. Als ik op vakantie ging, was ik bang om de anderen van ons gezin achter te laten. In Thailand reed de chauffeur van de touringcar nogal ruig. Stilletjes bad ik tot God dat we veilig zouden terugkeren. Ik wilde niet dat mijn moeder en zussen nog een keer een grote klap te verwerken zouden krijgen.”

Intussen heeft de moord op Jan ook gevolgen voor het werk dat De Niet doet. Haar baan in het kinderdagverblijf zegt ze op, omdat ze meer en meer het gevoel krijgt dat ze de kinderen niet de juiste aandacht kan geven.

Tot vandaag sprak De Niet niet in het openbaar over de moord op haar broer Jan. Het schrijven van een brief aan de onbekende moordenaar –diverse nabestaanden van moordslachtoffers schreven in aanloop naar de stille tocht zaterdag zo’n brief– heeft ze als „heel belastend” ervaren. Kort erna krijgt De Niet een heftige nachtmerrie. „De moordenaar van Jan zat achter me aan en van dichtbij zag ik het mes waarmee mijn broer is vermoord. Toch heb ik het gedaan als eerbetoon aan Jan, voor Wicky van der Meijs (zie raster) die zoveel voor ons als nabestaanden doet én voor mensen die nog middenin hun rouwperiode zitten.”

„In gevangenis is te veel empathie met de dader”

Jan Bouman, psycholoog en sinds 2017 met pensioen bij het ministerie van Veiligheid en Justitie, juicht het toe dat nabestaanden van moordslachtoffers brieven schrijven aan de (mogelijke) dader.

„Gedetineerden die al zijn veroordeeld voor moord kunnen daardoor bekennen nog niet opgeloste moorden op hun geweten hebben.” Bouman, auteur van de boeken ”Zitvlees” en ”Moeders op jacht, als jouw dochter misbruikt is”, zag in zijn loopbaan dat daders meestal in het middelpunt van de belangstelling staan. De slachtoffers komen er maar bekaaid af, stelt hij. „Nabestaanden kampen levenslang met de gevolgen van een moord op een van hun geliefden. Daarentegen komt de moordenaar na een aantal jaren weer vrij.”

Heeft u aanwijzingen dat daders gevoelig zijn voor brieven van nabestaanden?

„Toen de ex-crimineel Reynaldo Adames met een slachtoffer van een van zijn roofovervallen werd geconfronteerd, sloeg dat bij hem in als een bom. Hij vertelde me later dat het leek alsof zijn moeder hem aankeek. Een rechtstreekse confrontatie met het leed van zijn slachtoffers veranderde zijn leven. Daarom moeten behandelaars gedetineerden niet in bescherming nemen door het gesprek over wat ze hebben aangericht angstvallig te vermijden. Iemand zien lijden is niet prettig, maar soms wel nodig.”

In de Volkskrant schreef u rond de moord op Anne Faber dat daders zelden berouw tonen.

„Veel daders willen voorkomen dat het diep tot hen doordringt wat ze hebben aangericht en welke pijn ze hebben veroorzaakt bij nabestaanden van slachtoffers. Tegenover hun behandelaars in de gevangenis of in de tbs-kliniek willen ze niet praten over het misdrijf, behalve als ze erover kunnen opscheppen tegenover medegevangenen. Ze willen een schuldgevoel vermijden. Dit verschijnsel staat in de psychologie bekend als strategische onwetendheid. Als je zorgt dat je niets over de vreselijke gevolgen te weten komt, dan krijg je geen spijt van je daden.”

Waarop baseert u dat?

„In mijn veertigjarige loopbaan bij justitie is het me opgevallen dat veel moordenaars en drugsdealers het erg naar hun zin hebben in de gevangenis. Veel medewerkers, ook directeuren, hebben het voortdurend over ‘onze’ jongens en ze tonen erg veel empathie met de daders. Ze spreken nauwelijks tot nooit met moordenaars over de moord en de impact ervan op het leven van nabestaanden.”

Hoe is dat tegenwoordig?

„Heel langzaam kantelt dat beeld, hoewel gevangenispersoneel in 80 procent van de gevallen nog steeds niet met daders over het delict praat. Een behandelaar moet de kunst verstaan het gesprek te laten gaan over iets waarover de gedetineerde niet wil praten.

De truc is om de gedetineerde het vuur aan de schenen te leggen, zodat hij schuldgevoelens krijgt. Dat lukt niet in één gesprek waarin de moordenaar kort zegt dat het hem allemaal zo spijt en vervolgens overgaat tot de orde van de dag. Wil je recidive voorkomen dan is de eerste stap dat een moordenaar oprecht berouw toont.

In gevangenissen en tbs-klinieken werken over het algemeen professionele mensen, maar ik vrees dat sommigen zich door gedetineerden laten inpakken. Veel aandacht gaat uit naar gesprekstechnieken en het opbouwen van een vertrouwensband met de dader. Flauwekul natuurlijk. Een moordenaar heeft iemand om het leven gebracht. Ik heb respect voor de mens die tegenover me zit, maar niet voor zijn daden.”

„Geweten gedetineerde kan soms gaan spreken”

Het schrijven van brieven aan onbekende daders van een moord kan effectief zijn, weet Bert Simons. Hij kent als geestelijk verzorger in de gevangenis in Vught enkele gedetineerden die zichzelf bij de politie hebben gemeld, nadat hun geweten begon te spreken.

De confrontatie met de gevoelens van nabestaanden trok hen over de streep. „Hun ziel werd opgevreten door angst. Daarom is het goed dat er steeds meer aandacht komt voor cold cases en voor de gevolgen die een moord heeft voor nabestaanden.”

In zijn dagelijkse werk onder gevangenen in Vught komt Simons ook gedetineerden tegen die lange tijd hun misdaad hebben verzwegen. Totdat ze door bijvoorbeeld een DNA-match tegen de lamp zijn gelopen. „Sommigen zijn opgelucht, omdat er een einde kwam aan een vreselijk geheim dat ze met zich meedroegen.”

Donderdag werd bekend dat de politie een 46-jarige man uit Estland heeft aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij een moord in 2001 op kickbokser Coen de Nijs. De Est zou al vast hebben gezeten wegens wapenbezit. De man had zelf zijn betrokkenheid gemeld.

Het kan zijn dat het geweten van een gedetineerde moordenaar dankzij de brieven van nabestaanden gaat spreken. Simons: „Een moordenaar die al vastzit zou tegenover mij kunnen bekennen dat hij nog een moord of een zedenmisdrijf heeft gepleegd. In principe valt die informatie in alle gevallen onder mijn beroepsgeheim. Ik probeer iemand zover te krijgen dat hij zelf naar de politie stapt.”

Vindt Simons het niet lastig over het misdrijf te zwijgen? „Ik heb in de ouderenzorg gewerkt. Daar bekenden sommige cliënten misdrijven in hun eigen gezin of tegen hun partner. Mijn taak is de ander te bewegen om naar de politie te gaan. Zou ik dat zelf doen, dan is elk vertrouwen in de geestelijke verzorging verdwenen.”

Simons bestrijdt dat gedetineerden gepamperd en de slachtoffers vergeten worden. „Dat beeld doet geen recht aan de realiteit, want de laatste jaren is er wel degelijk een kentering gaande. Slachtoffers zijn meer in beeld. We betrekken de slachtoffers ook bij het werk in de gevangenis door hen naar binnen te halen en hen daar tegenover gedetineerden hun verhaal te laten doen”, aldus de gevangenispastor.

„De ouders van een doodgeschoten kind woonden op Goede Vrijdag de kerkdienst in de gevangenis in Vught bij. Ze hebben daar verteld hoe de moord hen nog dagelijks bezighoudt en wat de impact ervan op hun leven is geweest.”

Nationale stille tocht in Almere

Nabestaanden van meer dan duizend onopgeloste moorden lopen zaterdag 1 juni met elkaar een stille tocht in Almere.

Organisator Federatie Nabestaanden Geweldslachtoffers (FNG) wil met de tocht met als thema ”Zwijgen over moord blijft ongehoord” aandacht vragen voor moorden die na lange tijd nog steeds niet zijn opgelost en de nabestaanden in onzekerheid achterlaten.

Aart Garssen, portefeuillehouder coldcase van de Nederlandse politie, loopt mee, evenals burgemeester Franc Weerwind en misdaadverslaggever Peter R. de Vries. Ook Rosa Jansen is erbij, oud-rechter en nu bestuursvoorzitter van Slachtofferhulp Nederland.

De tocht begint om 17.00 uur en duurt ongeveer een uur. Aansluitend leggen nabestaanden voor elk slachtoffer een roos op een veldje in Almere.

Een van de drijvende krachten achter de stille tocht is Wicky van der Meijs uit Almere. Haar vader werd in 2002 in Hilversum op straat vanuit het niets doodgestoken. De zaak is tot nu toe nooit opgelost. De Almeerse zet zich sindsdien in voor lotgenoten.

onopgelostemoorden.nl
federatie-nabestaanden-geweldslachtoffers.nl