„Afstand houden kan, maar niet bij kleuters”

Onderwijs
Na een periode van bijna twee maanden konden basisschoolleerlingen maandag voor het eerst weer naar school. Wel moet er 1,5 meter afstand gehouden worden tot de docent. beeld ANP, Sem van der Wal

De basisscholen zijn inmiddels weer twee dagen open. Over het algemeen heerst er tevredenheid over de gang van zaken.

„De eerste schooldag is maandag heel goed verlopen”, vertelt Marco Visser, directeur van de Graaf Jan van Nassauschool in Gouda. „We hebben natuurlijk wel een aantal voorzorgsmaatregelen genomen. Zo brengen de ouders hun kinderen gefaseerd naar school, hebben we het schoolgebouw in drie delen verdeeld en is het schoolplein gesplitst in drie vakken. Zo proberen we de onderlinge contacten zo veel mogelijk te beperken.”

Het basisonderwijs ging maandag na een periode van acht weken weer van start. Wel met halve klassen en inachtneming van 1,5 meter afstand tussen leerkracht en leerling. Het merendeel van de basisscholen laat hun leerlingen twee hele dagen naar school komen. Een kleiner deel kiest ervoor de leerlingen vijf halve dagen les te geven. Onderwijsminister Slob raadde de eerste optie aan. Daarmee zouden scholen voor een betere aansluiting met de kinderopvang zorgen en zou het aantal verplaatsingen beperkt blijven.

De Graaf Jan van Nassauschool koos voor hele lesdagen. „Dat was binnen onze school geen punt van discussie. We willen zo min mogelijk verplaatsingen en hebben de groepen ook zo ingedeeld dat kinderen uit hetzelfde gezin op dezelfde dag naar school komen.”

Tranen

De Willem Farelschool in Hoevelaken koos voor optie twee: vijf halve dagen. Directeur Gertjan van Belzen: „Dat is een bewuste keuze. We hebben afspraken gemaakt over de kinderopvang en hebben ervoor gezorgd dat broers en zussen op hetzelfde dagdeel naar school gaan. Tussen het einde van het ochtendprogramma en het begin van het middagprogramma zit ook een uur tijdsverschil. Op die manier blijven onderlinge contacten beperkt.”

Iedere dag een ochtend of middag naar school biedt voordelen, vindt Van Belzen. „Allereerst zien we de leerlingen dan elke dag, maar daarnaast kunnen we de uitleg voor de vakken waarvoor veel instructie nodig is, zelf geven. Dat ontlast de ouders. Leerlingen hoeven dan thuis enkel nog wat opdrachten te maken.”

Net als op de Graaf Jan van Nassauschool verliep de eerste schooldag op de Willem Farelschool naar tevredenheid. „Zeker in de groepen 3 tot en met 8 bleek het goed mogelijk om 1,5 meter afstand te houden.”

Zowel Van Belzen als Visser ziet wel dat het afstand houden bij de kleuters lastiger is. Van Belzen: „Gisteren was een jongetje in tranen. Dan loop je even met zo’n kind mee. Voor je het weet kruipt zo’n kinderhandje dan in je eigen hand. Daar moeten we als school maar wat pragmatisch mee omgaan. Het is ook belangrijk dat een kind zich veilig voelt.”

Grote leerachterstanden signaleert hij nog niet. „Natuurlijk kon het ene kind thuis meer doen dan het andere, maar hoe problematisch zijn zes weken? Dat halen we wel weer in.”

Ook op de Goudse basisschool lopen de leerkrachten nog niet tegen grote achterstanden aan, vertelt Visser. „De algehele indruk is dat de leerkrachten goed verder kunnen werken met waar de kinderen gebleven zijn.” Het feit dat de groepen kleiner zijn, zorgt er bovendien voor dat de meesters en juffen de leerlingen gerichter aandacht kunnen geven en intensiever kunnen begeleiden, ziet Visser.

Beide directeuren maken zich wel wat zorgen over het groepsproces nu de klassen gesplist zijn. „Je moet ervoor zorgen dat de ene helft van de klas de andere niet uit het oog verliest”, legt Visser uit. „We raden leerkrachten daarom aan bijvoorbeeld een foto van de hele groep in het lokaal te hangen en in de gesprekken regelmatig de leerlingen uit de andere helft van de klas te noemen. Zo blijven de leerlingen bij elkaar in beeld.”