Schapenverloskundige: wallen onder de ogen door de drukte

Schapenverloskundige Marjan Hoogerwaard: „Ik geniet hier zo gigantisch van.” beeld Dick den Braber

Schapenverloskundige en schoonheidsspecialiste. De Rotterdamse Marjan Hoogerwaard combineert die twee beroepen. Nu het voorjaar zich aandient, is ze vooral tussen de schapen te vinden. Hoogerwaard werkt veel in de polders en zelfs in de verstedelijkte plaatsen langs de Hollandsche IJssel.

„Als je wallen onder mijn ogen ziet: de afgelopen nacht moest ik er twee keer uit voor een bevalling bij klanten. Dus erg veel heb ik niet geslapen”, zegt Hoogerwaard (47) opgeruimd. Dit soort ongemakken hoort bij de tijd van het jaar. Eind februari waren de nachten nog rustig, maar nu is het hek van de dam. In de wijde omtrek –Rotterdam, Capelle aan den IJssel, Nieuwerkerk aan den IJssel en de Krimpenerwaardse kant van de Hollandsche IJssel– roepen kleinschalige schapenhouders haar hulp in als een worp niet naar behoren verloopt. Bij nacht en ontij.

Schaapjes kijken

De ontmoeting heeft plaats in de stal van keuterboer Jan Slob (81) in Rotterdam, op een steenworp afstand van Capelle aan den IJssel. Vroeger woonden er veel meer boeren in het gebied. Nu is het aantal veehouders op de vingers van één hand te tellen. Slob: „Kleuterklassen uit de buurt, bijvoorbeeld van de reformatorische basisschool Rehoboth, aan de overkant, komen in het voorjaar hier vaak schaapjes kijken.”

In zijn stal wankelen twee piepjonge lammetjes rond hun moeder. Ze kwamen een halfuur geleden ter wereld. Overigens zonder hulp van Hoogerwaard. De ooi kon het alleen af, uiteraard onder het wakend oog van boer Slob. Hoogerwaard wijst naar een groter lammetje, in het hok ernaast. „Dat beessie heb ik donderdag uit zijn moeder geholpen. Zoals je ziet is hij forser dan die twee hier: eenlingen zijn groter dan meerlingen. Hierdoor passen ze wat minder gemakkelijk door het geboortekanaal dan die kleintjes. Als ze samen klein genoeg zijn en in de juiste beginhouding liggen, ben ik niet nodig.”

In een ander deel van de stal drentelen enkele dikke ooien rond. Ze moeten nog lammeren. Maar dat gaat niet lang meer duren. De schapenverloskundige aait een van de dieren over haar kop. „Kijk eens naar haar buik: het zou mij niets verbazen als daar drie lammetjes in zitten.” Bij dat aantal roepen schapenhouders vaak haar hulp in. Boer Slob: „Normaal gesproken moet je twee pootjes en een kop bij de ingang voelen. Als ik in plaats hiervan drie pootjes voel, liggen de lammetjes elkaar in de weg. Dan krijgt zo’n schaap het niet in haar eentje voor elkaar. Op zo’n moment denk ik: Ik ga Marjan eens bellen.”

Slob kent haar al lang. „Haar vader was veeverloskundige: hij hielp ook andere dieren, zoals koeien en zeugen.” Jan Hoogerwaard castreerde ook biggetjes, maar dat is inmiddels een handeling die enkel aan gediplomeerde dierenartsen is voorbehouden. Dochter Marjan: „Hij deed hetzelfde werk als zijn vader en grootvader. Ik ben van de vierde generatie Hoogerwaards.” Ze geeft hoog op van haar vader, die 3,5 jaar geleden overleed. „Ik heb maar een klein deel van de ervaring die mijn vader had. Hij was een begrip in de omgeving.”

Zelf had Hoogerwaard niet altijd de ambitie om haar vader op te volgen. „Ik ging als kind altijd mee, en dat vond ik geweldig. Ook als volwassene was ik er nog weleens graag bij. Mijn vader was de beste in zijn vak. Ik had niet de behoefte om hem opzij te duwen en te zeggen: Ik doe het wel. Wel leerde hij mij allerlei handigheidjes waar ik nu profijt van heb. Maar je moet volgens mij vooral gevoel hebben voor het helpen bij de bevallingen.”

Hetzelfde mobieltje

Na zijn overlijden nam ze het besluit om zijn werk, zij het op kleinere schaal, voort te zetten. Met hetzelfde telefoonnummer –zelfs hetzelfde mobieltje– als haar vader. Zijn boerderijtje, met een tiental schapen en runderen, runt ze samen met haar zus en broer. Ze heeft er geen spijt van. Hoogerwaard heeft bovendien een schoonheidssalon. „Maar het werk in de salon staat deze maanden even op een laag pitje. Ik geniet gigantisch van mijn werk als schapenverloskundige.”

Ze is overigens geen gediplomeerd verloskundige, maar dat kan ook niet. Sinds 1990 erkent de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde de veeverloskunde niet langer als zelfstandige professie. Hoogerwaard: „De meeste kennis heb ik van mijn vader. Daarnaast heb ik mij er via cursussen en zelfstudie in verdiept. Maar ik mag bijvoorbeeld geen keizersneden uitvoeren. Als het echt te pittig wordt, bel ik de dierenarts.”

Professionals vinden het niet erg dat Hoogerwaard hun werk uit handen neemt, weet Slob. „Een dierenarts zei ooit tegen me: Dan hoef ik er tenminste zelf niet midden in de nacht uit.”