Theologenblog: Zorgvuldig spreken over verzoening

Theologenblog
Ds. Wim de Bruin beeld André Dorst

In het boek ”Zonderschuld” keren Mattias Rouw en Peter van Dijk zich tegen de gereformeerde, juridische verzoeningsleer. Wim de Bruin denkt na over waardevolle en beperkende kanten van de juridisch getoonzette verzoeningsleer.

Mijn eerste herinnering aan de reformatorische verzoeningsleer is als volgt: de dominee hield een denkbeeldige acceptgiro in de lucht en zei: „Wij hebben een onbetaalde rekening openstaan bij God, die we nooit kunnen betalen. Maar zoals een bankier een V van Voldaan invult op een rekening als die betaald wordt, zo zet Christus een V op onze onbetaalde rekening en is onze schuld betaald.”

Op het eerste gezicht is dat een bruikbaar beeld om de verzoening mee uit te leggen. Maar deze sterk financiële weergave van de verzoeningsleer roept ook vragen op. Is God een soort boekhouder? Is zonde vooral een stapeling van schulden? Is het offer van Christus een zakelijke transactie, waarbij Hij een bedrag aan Zijn Vader overmaakt? Zadelt het ons niet op met een on-Bijbels beeld van God, een God van schuld, toorn en straf?

Met deze vragen houden Mattias Rouw en Peter van Dijk zich bezig in hun boek ”Zonderschuld” (uitg. Brandaan). Rouw is kritisch over de verzoeningsleer van Anselmus en Calvijn; vooral het juridische karakter van de leer van Calvijn moet het ontgelden. Zonder dat hij hen helemaal aan de kant wil zetten, blijft toch het beeld hangen dat het idee van verzoening door voldoening ons vooral met onnodige ballast opzadelt.

Het mooie van het boek is dat Rouw de verzoening vooral bekijkt vanuit een ander Bijbels beeld: de vrijkoop van een slaaf. Met tal van prachtige citaten van kerkvaders schetst hij het beeld van Christus Die ons menselijk bestaan binnenkomt, de macht van de zonde en de dood breekt, en zichzelf aan ons aanbiedt in de sacramenten, waardoor we genezing vinden van onze zondekwaal en herschapen worden naar het beeld van God.

Rouw doordenkt de verzoening door voldoening tot in al haar negatieve consequenties. Van het beeld van de vrijkoop laat hij alleen de zonnige kanten zien. Dat lijkt me niet helemaal eerlijk. Bovendien ontspoorde in de vroege kerk, waar Rouw zo van houdt, ook het beeld van de vrijkoop van de slaaf. Zo leerde de kerkvader Origenes dat Christus door God als offer aan de duivel werd aangeboden.

Zelf kan ik het element van schuld, genoegdoening en kwijtschelding (vrijspraak) niet wegdenken uit het Evangelie. Schuld, oordeel en vrijspraak en zelfs een financiële metafoor (Lukas 7) maken deel uit van het Bijbelse spreken over verzoening. Maar dan is het wel belangrijk dit financiële/juridische beeld zorgvuldig te doordenken. Wat zijn de punten van vergelijking? En waar liggen de grenzen?

Twee elementen uit het juridische beeld zijn van fundamenteel belang. In de eerste plaats is de mens verantwoordelijk voor de zonde en in die zin staat de mens schuldig voor God. In de tweede plaats bekleedt Jezus in zijn sterven ”onze plaats”; Hij neemt de schuld weg. Dit laat zien dat de redding ”van buiten” komt en ons geschonken wordt.

Vervolgens is het nodig om zeer zorgvuldig te spreken over Jezus, Die in onze plaats Gods toorn heeft gedragen. Hiermee bevinden we ons niet alleen op de grenzen van het Bijbelse spreken; ook ligt hier de vervorming op de loer dat de boze Vader door Jezus’ offer op andere gedachten gebracht moest worden. Terwijl de Bijbel er duidelijk over is dat Gods liefde Zijn drijfveer is om zijn Zoon te geven. Deze vervorming komen we trouwens in de gereformeerde belijdenisgeschriften niet tegen, maar deze uiterste consequentie is voor Rouw wel een reden om de hele gedachte van verzoening door voldoening onder kritiek te stellen.

Ik zou Rouw willen uitnodigen de gereformeerde leer op dit punt nog eens goed te bekijken, alvorens deze definitief af te wijzen.

Ook is het van belang om de gereformeerde leer af te grenzen tegen een kwantitatieve opvatting van het juridische beeld, alsof het vooral gaat om het aantal zonden dat we doen, waarvan God nauwkeurig rekening bijhoudt en die tot op de laatste cent moeten worden terugbetaald. God is Vader, geen boekhouder of politieagent. En wij verhouden ons tot God niet als tot een bankier van wie we te veel geld hebben geleend, maar als tot een goede Vader die we met onze ontrouw op het hart hebben getrapt.

Daarom ziet het lijden van Christus er volgens het Evangelie niet uit als een administratieve handeling (zoveel zweepslagen), maar een hartverscheurende ervaring van godverlatendheid, de uiterste consequentie van onze zonde.

Ds. Wim de Bruin is predikant van de christelijke gereformeerde kerk te Zutphen. Hij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de theologische universiteiten in Apeldoorn en Kampen. Hij is daar als buitenpromovendus bij betrokken.