Minister Kaag moet religie serieus nemen in beleid ontwikkelingshulp

„Kerken zijn overal aanwezig, tot in de meest afgelegen gebieden en fragielste staten.” beeld iStock

Een nota voor ontwikkelingssamenwerking die duurzame verandering in het leven van noodlijdende mensen beoogt, maar niet één keer de rol van religie noemt, is ongeloofwaardig, betoogt Joanne van der Schee MA.

Vorige week verscheen er een nota van minister Kaag voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Daarin schrijft zij over nieuw beleid op het gebied van ontwikkelingssamenwerking.

Om met het positieve te beginnen: het is een groot compliment waard dat het kabinet weer wil investeren in ontwikkelingssamenwerking. Tijdens de formatie is afgesproken dat hiervoor meer geld beschikbaar komt. En ook nu, bij de verschijning van deze nota, maakt de regering bekend extra geld vrij te maken voor ontwikkelingssamenwerking.

De minister wil werken aan conflictpreventie en het voorkomen van armoede, aan de gevolgen van klimaatverandering en het versterken van de positie van vrouwen en meisjes. Dat vinden wij uitstekende beleidskeuzes.

Onbegrijpelijk is echter dat de nota, juist nu er voor deze thema’s is gekozen, helemaal niets zegt over de rol van religie bij duurzame ontwikkeling. Omdat er twee christelijke partijen in het kabinet zitten, hadden wij dit wel verwacht.

Minister Kaag hangt haar beleid op aan de zogenoemde Sustainable Development Goals (SDG’s). Dat zijn de duurzame werelddoelen die we als internationale gemeenschap hebben afgesproken en die we in 2030 bereikt willen hebben.

Kaag gebruikt de SDG’s bijna als een soort ”tien geboden”. Het probleem is alleen dat de SDG’s niet het niveau van waarden en normen hebben. Ze gaan juist uit van de maakbaarheid van de wereld en reppen nergens over een diepere laag die mensen drijft en inspireert. Juist deze diepere laag is essentieel als je duurzame ontwikkeling wilt voor iedereen. Er is dus verandering nodig, zowel bij ons in het Westen als op het zuidelijk halfrond.

Veranderingslagen

Hoe verander je mensen? Volgens socioloog C. Schuyt zijn er drie veranderingslagen. De eerste laag is het dagelijks leven. Je kunt een grote verandering brengen in het dagelijks leven van mensen, maar je pakt op dit niveau vooral gevolgen aan en geen oorzaken.

De tweede laag zijn de instituties, zoals de staat, de rechtspraak en de media. Als zij veranderen en zich gaan richten op recht voor ieder mens, zal er al een behoorlijke verbetering komen.

Maar de effectiefste veranderingslaag is het niveau van dromen, geloof, normen en waarden. Als mensen en maatschappijen nieuwe ideeën omarmen, die steunen en daarin geloven, zal er echt een duurzame verandering plaatsvinden. Juist op dit niveau spelen geloofsovertuigingen van mensen een grote rol. Religie drijft, motiveert en inspireert mensen. Dus is het belangrijk dat religie in het buitenlandbeleid serieus wordt genomen.

Psychosociale hulp

Zoals gezegd wil minister Kaag graag verandering brengen op het gebied van klimaat, vredesbesprekingen en conflicten. Ze beoogt gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen, wil ongebreidelde bevolkingsgroei tegengaan en voorkomen dat jongeren radicaliseren.

Bij al deze thema’s is het essentieel dat je de rol van religieuze leiders en de invloed van religie en religieuze organisaties serieus neemt. Vaak zijn alleen nog gematigde religieuze leiders en organisaties in staat om het gesprek aan te gaan met jongeren die dreigen te radicaliseren. Wil je als minister bevolkingsgroei tegengaan en ervoor zorgen dat vrouwen wereldwijd toegang hebben tot anticonceptie, dan kun je niet om de invloed van religie en religieuze leiders heen.

Minister Kaag wil inzetten op meer psychosociale hulp, wat wij een uitstekend idee vinden. Maar dan moet ze kijken naar en leren van de kerken die al decennialang psychosociale hulp of traumacounseling aanbieden. Bijvoorbeeld in Congo, waar kerken oorlogsslachtoffers opvangen en begeleiden.

Overal aanwezig

Kerken en religieuze organisaties spelen vaak een rol bij het verlenen van noodhulp en kunnen ook veel betekenen bij het voorkomen van rampen, mits ze hierbij worden betrokken. Ook meisjesbesnijdenis, het uithuwelijken van kinderen en geweld tegen vrouwen kun je veel effectiever bestrijden als je de hulp van religieuze leiders inroept. Laat hen het goede voorbeeld geven, laat hen de Bijbel of de Koran gebruiken om deze thema’s te bespreken. Dan bereik je zo veel meer dan met alleen een overheidscampagne.

Ook bij vredesbesprekingen en het voorkomen van conflicten is het noodzakelijk dat je religieuze leiders erbij roept. Dit gebeurt gelukkig ook al, zoals recent in Ethiopië, waar op initiatief van religieuze leiders vredesbesprekingen plaatsvonden met het oog op Zuid-Sudan.

Bovendien zijn en blijven kerken en religieuze organisaties overal aanwezig. In de meest afgelegen gebieden en in de fragielste staten zijn kerken en moskeeën aanwezig. Kerken kunnen netwerken bieden en de allerarmsten bereiken. Ze genieten vaak het vertrouwen van de lokale bevolking. Wanneer ontwikkelingssamenwerking vooral focust op instabiele regio’s en conflictlanden, is het des te noodzakelijker dat religie een plek heeft in het beleid.

Kortom: religie doet ertoe. In veel landen en voor veel mensen is de geloofsovertuiging een belangrijke bron. Een nota voor ontwikkelingssamenwerking die duurzame verandering in het leven van noodlijdende mensen beoogt, maar niet één keer de rol van religie noemt, is ongeloofwaardig. De Tweede Kamer zou er daarom goed aan doen de minister hierop flink te bevragen.

De auteur is medewerker van Prisma, dat zo’n twintig christelijke goededoelenorganisaties in Nederland met elkaar verbindt, waaronder Woord & Daad, ZOA, GZB, Bijzondere Noden (GG), KOEH, HOE, TWR, SDOK en Wycliffe.