Kinkhoestprik zwangere bedreigt Rijksvaccinatieprogramma

De overheid volgt het advies van de Gezondheidsraad om zwangeren met ingang van 2019 te gaan inenten tegen kinkhoest. Dit advies is echter gebaseerd op speculaties, onvoldoende tot afwezig bewijs en de aanname dat een negatief neveneffect wel zal meevallen. beeld iStock

Ook rond de geplande kinkhoestvaccinatie worden de elementaire eisen van veiligheid en effectiviteit genegeerd. Zwangeren en pasgeborenen zijn dan gewoon proefpersonen. Dit brengt nog meer schade toe aan het Rijksvaccinatieprogramma (RVP).

De overheid zet binnenkort een stap die de vaccinatiebereidheid van de bevolking voorspelbaar opnieuw zal laten afnemen. Den Haag volgt namelijk het advies van de Gezondheidsraad om zwangeren met ingang van 2019 te gaan inenten tegen kinkhoest. Dit advies is echter gebaseerd op speculaties, onvoldoende tot afwezig bewijs en de aanname dat een negatief neveneffect wel zal meevallen. Dat is de kern van een artikel op de website (ge-bu.nl) van het Geneesmiddelenbulletin.

Twijfels over nut en veiligheid van inentingen ondermijnen het vertrouwen in andere vaccinaties. We kennen dat verschijnsel inmiddels. Kinkhoestvaccinatie van zwangeren als beschreven in het Geneesmiddelenbulletin zal daar ook een bijdrage aan leveren.

Griepprik

De gang van zaken rond de griepvaccinatie vertoont duidelijke parallellen met de ophanden zijnde kinkhoestvaccinatie. Griep (influenza) is een onschuldige aandoening die, net als veel andere bacteriële en virale infecties, om onopgehelderde reden in zeldzame gevallen dodelijk kan verlopen bij kerngezonde mensen. Er is geen bewijs dat vaccinatie daartegen beschermt.

Mensen verliezen het vertrouwen in griepvaccinatie als ze merken dat medische zorgverleners zich niet laten vaccineren. Die weten blijkbaar beter. We hebben geen flauw idee hoeveel mensen er per jaar overlijden aan influenza. Dat er duizenden doden zouden vallen, is een verzinsel dat succesvol als vaccinatie-argument wordt gebruikt door financieel belanghebbenden en door artsen met conflicterende belangen.

Evenmin is er bewijs dat zogenaamde risicopatiënten, zoals ouderen en mensen met diabetes, longziekten, hart- en vaatziekten, kanker en een verminderde weerstand, minder risico lopen als zij worden ingeënt. Een deel van hen loopt mogelijk wel een hoger risico, maar bescherming door vaccinatie is niet aangetoond.

Griepvaccinatie valt onder het begrip primaire preventie, wat betekent dat mensen die niet ziek zijn toch uit voorzorg worden behandeld. Voor die preventie geldt onverbiddelijk de stelregel dat toegepaste medicatie/vaccinatie bewezen veilig en effectief is.

De effectiviteit van griepvaccinatie is niet bekend. We kennen de omvang van het probleem niet eens, dus alleen al op grond daarvan valt de effectiviteit niet te bepalen. Het beschermend effect van het vaccin is evenmin bekend. Het enige wat wij weten, is de mate waarin vaccinatie leidt tot het vormen van antistoffen tegen het influenzavirus. Die is uitgesproken slecht. Maar nog belangrijker is dat we niet weten of die antistoffen bescherming bieden. Voeg daaraan toe dat meestal tegen het verkeerde influenzavirus wordt gevaccineerd, dan is duidelijk dat van bewezen effectiviteit geen sprake is.

Krachtige bijval voor die stelling kwam onlangs van de directeur infectieziekten van het RIVM, Jaap van Dissel. Het artsenblad Medisch Contact publiceerde dat heel geniepig als kadertje. Van Dissel acht het nut van vaccinatie „biologisch aannemelijk, ook al is er geen hard bewijs”.

Minister De Jonge van VWS zei op 1 oktober tijdens een talkshow van Twan Huys op RTL tegen mij dat hij vertrouwde op het RIVM. Welaan, het nut van griepvaccinatie is volgens het RIVM dus slechts „biologisch aannemelijk”. Alleen al het gebruik van deze aanduiding is te treurig voor woorden als motivatie voor massale vaccinatie. De omschrijving voldoet geenszins aan de eisen van de Gezondheidsraad in een rapport uit 2013 onder de titel ”Het individuele, collectieve en publieke belang van vaccinaties”. Dat rapport geeft glasheldere criteria voor opname van vaccinaties in een publiek programma.

De omschrijving „biologische aannemelijkheid” voldoet daar dus van geen kant aan. Met name niet aan de effectiviteit en doelmatigheid van vaccinaties, zoals genoemd in het rapport.

Indianenverhalen

Over de veiligheid van het griepvaccin doen veel indianenverhalen de ronde. Een arts-microbioloog die destijds publiekelijk tegen de zinloze Mexicaanse griepvaccinaties waarschuwde, schreef mij: „Ik moet bekennen dat ik tot nu toe dacht dat alle narcolepsie-berichten rondom het H1N1-vaccin onzin waren, maar na een recent artikel in The British Medical Journal (BMJ) ben ik daar allerminst zeker van.”

Tijdens de Mexicaanse griep (H1N1) werd onder meer het vaccin Pandemrix toegepast. Daar zat een hulpstof in, een ”adjuvans”. Vooral Duitse wetenschappers wezen op de mogelijke gevaren daarvan. De Britse overheid en artsenorganisaties in Engeland beweerden echter dat het vaccin van het Britse bedrijf GlaxoSmithKline grondig was getest, maar dat bleek later gewoonweg niet waar te zijn. In een artikel in de BMJ (20-09-2018) staat dat circa 1300 met Pandemrix gevaccineerde mensen in Europa de invaliderende ziekte narcolepsie kregen, waardoor je zomaar midden op de dag overal in slaap valt.

Inmiddels wordt op grote schaal geprocedeerd om schadevergoeding te krijgen en zijn er al claims toegewezen. Of Pandemrix narcolepsie veroorzaakt, laat ik even in het midden. Waar het om gaat, is dat het vaccin onbewezen veilig werd losgelaten op de mensheid en dat dus niet werd voldaan aan de stringente eis van bewezen veiligheid. Daaraan wordt keer op keer niet voldaan.

Megaverkwisting

Ook rond de geplande kinkhoestvaccinatie worden de elementaire eisen van veiligheid en effectiviteit genegeerd. Dat is onthutsend. Zwangeren en pasgeborenen zijn dan gewoon proefpersonen. Men hoeft geen profeet te zijn om te voorspellen dat het onbewezen veilig en onbewezen effectief vaccineren van zwangeren tegen kinkhoest nog meer schade zal toebrengen aan het Rijksvaccinatieprogramma.

Met betrekking tot het vaccinatiebeleid wordt er geadviseerd door mensen die zich niet impopulair willen maken bij vaccinproducenten. Vroeg of laat werken ze met hen samen of wordt hun onderzoek bekostigd. Zolang we luisteren naar wetenschappers met deze conflicterende belangen, zal er sprake blijven van megaverkwisting door vaccinaties die niet voldoen aan de voorwaarden van primaire preventie.

Het wachten is op een minister van Volksgezondheid die (als leek) de politieke moed opbrengt om een onafhankelijke advisering zonder belangenverstrengeling te realiseren. De mare dat zulks niet goed mogelijk is, is een mythe.

De auteur is huisarts in Capelle aan den IJssel.