Ds. Kersten was nooit zo mijn man

Essays Spruyt
Ds. Kersten zocht eenheid en bleef, anders dan vele van zijn volgelingen, betrokken op de Nederlandse Hervormde Kerk. Foto: op een veerboot bij New York. beeld RD

Ds. Kersten leek mij altijd een kleine Kuyper en de grondlegger van een hypercalvinistische theologie. Het boek van Bart Bolier noopt mij mijn hovaardige oordeel te herzien.

Wat doede gij hier? Wat of ik hier te zoeken had? Zo’n kerstiaan was ik toch niet! De wereld stond er sowieso niet best voor. Bart Bolier had zojuist een ontroerende anekdote uit het leven van ds. Kersten geciteerd, maar daarbij de indruk gewekt dat die anekdote te vinden was in een levensbeschrijving van ds. J. van Haaren. Waar moest het met de wereld heen als men niet meer wist dat die geschiedenis natuurlijk uit de vierde zondag van Van Haarens Catechismusverklaring afkomstig was? En weer tegen mij: „En dat degij hervormd zijt, maakt het er ook al niet beter op.”

Twee heren stonden tegenover mij, broers van mijn Sprang-Capelse collega, met priemende, ondeugende ogen, ernstig en goedmoedig tegelijk. Maar ze hadden gelijk. Eerder die avond, toen we samen naar Apeldoorn reden voor de presentatie van het boek van Bart Bolier over ds. G. H. Kersten, had zelfs mevrouw Spruyt tegen me gezegd –met een halve knipoog maar toch– dat ze me voor het eerst op een heuse boetetocht begeleidde.

Ds. G. H. Kersten is nooit zo mijn man geweest. Dat sprak nooit in mijn voordeel. Maar laten we wel wezen, dacht ik altijd: veel van zijn levenswerk was toch eigenlijk een vergissing.

Haat en adoratie

Henri Kersten (1882-1948) was in mijn optiek de kleine Kuyper. Net als Kuyper stichtte hij een eigen kerk (de Gereformeerde Gemeenten), een eigen partij (de SGP) en eigen scholen. Kuypers VU werd bij ds. Kersten een eigen theologische opleiding aan de Boezemsingel in Rotterdam. En hij gaf al die eigen instituties een eigen theologie, waarbij hij net als Kuyper vooral teruggreep op een Schotse migrant uit de achttiende eeuw, Alexander Comrie. Het eigen dagblad heette de Banier.

Die eigen kerk stichtte hij door twee kleinere kerkgenootschappen (de ledeboerianen en de kruisgezinden) te verenigen: een prestatie van formaat, geleverd op 25-jarige leeftijd! De eigen partij was er om, anders dan de ARP, art. 36 van de NGB onverkort te handhaven, en zich in te zetten tegen de drie V’s: tegen vrouwenkiesrecht, tegen sociale verzekeringen, tegen vaccinatiedwang. En de eigen theologie was eigenlijk een neogereformeerd gekleurde codificatie van negentiende-eeuwse gezelschapstheologie. Theologie zonder poëzie, hard en kaal als grijs graniet. De heilsorde was een heel lange weg: je kon wedergeboren zijn zonder dat je Christus had leren kennen, en dus altijd een ”bekommerde” blijven.

Dit was mijn beeld van ds. Kersten. Ik had andere favorieten.

Ds. Kersten heeft de pech gehad dat hij óf grondeloos gehaat óf blind geadoreerd werd (en wordt). Haat vanwege zijn politiek en theologie en vanwege zijn houding in de oorlog, die nogal onderdanig was, tot het doorgeven van de namen van Joodse kinderen op zijn eigen scholen toe. Adoratie bij bevindelijke afgescheidenen, die SGP stemmen en nog altijd zijn preken en meditaties lezen, en voor wie een beroep op ds. Kersten afdoende is om een discussie te beslechten.

Alles kwam samen

Maar nu is er een jonge man, Bart Bolier, 35 jaar oud, een voormalige dj van enige faam, thans ouderling van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland in het Veluwse Elspeet. God heeft hem bekeerd. Maar hij heeft zich niet tot het conformisme bekeerd. Hij lijkt mij een onafhankelijke geest. Er is iets artistieks om hem heen blijven hangen: hij draagt een licht vestje onder zijn zwarte pak en een pochetje in zijn zwarte jasje. En hij kan schrijven.

Hij schreef eerder over de gevaren van popmuziek. Nu heeft hij een boek over ds. Kersten geschreven (”Kersten in kleur”). Het verscheen in de week waarin de kerk aan de Boezemsingel werd afgebroken en op de dag waarop het graf van ds. Kersten op de Rotterdamse begraafplaats Crooswijk de status van monument kreeg. Het was ook op de dag af 70 jaar na het overlijden van Kersten. Alles kwam samen.

En zelfs ik was erbij, tot verrassing van de heren uit Sprang-Capelle.

Ik heb het boek van Bart Bolier over ds. Kersten inmiddels gelezen. En het heeft me overtuigd. Zozeer zelfs dat ik het met een blos van schaamte heb weggelegd, van schaamte vanwege mijn vroegere, hovaardige oordeel over ds. Kersten.

Bolier tekent een Kersten die oprecht vroom was, maar ook een man van de wereld. Een originele man, en als ieder mens ook een vat vol tegenstrijdigheden. Hij zocht eenheid en bleef, anders dan vele van zijn volgelingen, betrokken op de Nederlandse Hervormde Kerk. Hij was geen hypercalvinist en trok de heilsorde veel minder ver uit elkaar dan vele van zijn latere volgelingen. „Wie ganselijk mist het vertrouwen dat zijn zonden om Christus’ wil vergeven zijn, is niet wedergeboren.”

Juist omdat Bolier als representant van een nieuwe generatie er geen moeite mee heeft de fase van de hagiografie achter zich te laten en de fouten, zwakheden en tekortkomingen van ds. Kersten open en eerlijk te benoemen, wordt de presentatie van zijn kwaliteiten geloofwaardig. Ds. Kersten komt je dichterbij, als mens, ook in de diepste motieven achter zijn theologie, en wint daarmee uiteindelijk je diepe sympathie.

Aan het einde van zijn leven was ds. Kersten, de voormalige kerkvorst, een vermagerde en gebroken man. Zijn gezondheid was geknakt en vanwege zijn opstelling in de oorlog mocht hij niet in de Tweede Kamer terugkeren. De toegang tot deze man als eenvoudig kind van God is dankzij het boek van Bolier heropend, en dat stemt ook tot diepe dankbaarheid.