Bestrijd extreme armoede met ouderschapstraining

Het Nederlandse ontwikkelingsbeleid draait vaak om het aantal individuen die worden geholpen en aantallen jongeren, vrouwen of gezinshoofden met toegang tot sanitair, voedsel of banen.  beeld AFP, Yasuyoshi Chiba

Het gezin waaruit je komt, bepaalt hoeveel kansen je krijgt in je leven. De nauwelijks afnemende armoede moet daarom bestreden worden met een gezinsaanpak in plaats van een individuele. In Malawi werpt dat al zijn vruchten af.

Extreme armoede neemt wereldwijd af. Volgens een recent rapport van de Wereldbank is het aantal mensen dat in extreme armoede leeft, gedaald van 35 procent naar 10 procent in 25 jaar (van 1990 tot 2015). Dit is ontzettend goed nieuws, en ook positiever dan de schattingen vijftien jaar geleden waren. Maar de afname van extreme armoede – het moeten rondkomen van minder dan anderhalve euro per dag – stagneert de laatste jaren en dat komt omdat extreme armoede een andere aanpak vraagt dan die nu geboden wordt. Armoedebestrijding moet veranderen van een individuele aanpak in een gezinsaanpak.

Van de ongeveer 750 miljoen mensen die nu in extreme armoede leven, is meer dan 45 procent jonger dan veertien jaar. Daarmee zijn in de wereld buitenproportioneel veel kinderen arm. Het meest schrijnende is dat in veel gevallen extreme armoede doorgegeven wordt van generatie op generatie. Dit maakt de hardnekkige armoede van nu intergenerationeel.

Uitgeput

De kansen die ouders zelf niet hebben, krijgen hun kinderen daardoor vaak ook niet. De meeste kinderen in armoede hebben wel ouders die inkomen hebben, maar vaak is dat inkomen laag en zijn de banen zijn onderbetaald, zwaar, onzeker en gevaarlijk. Dit betekent dat veel van deze kinderen een thuissituatie hebben waarin ouders moe zijn, niet genoeg inkomen hebben of ziek, gestrest en soms uitgeput zijn. In deze gezinnen is er geen of weinig ouderlijke zorg omdat overleven een prioriteit is die vóór goede zorg komt. Als er wel inkomen of voedsel is, gaat dat minder naar de kinderen. Uit onderzoek van de Wereldbank blijkt dat kinderen te maken hebben met grotere ondervoeding en armoede dan hun ouders.

Het is daarnaast niet alleen maar materiële armoede die zo overgedragen wordt op kinderen. Ook onwetendheid over wat kinderen precies nodig hebben, creëert tradities die schadelijk zijn voor een gezonde ontwikkeling van het kind. Vaak ontbreekt bij ouders kennis over de gezonde voeding, de noodzaak om kinderen te laten spelen en de schadelijke effecten van kinderarbeid. Veel kinderen in armoede hebben te maken met verwaarlozing, uitbuiting en zelfs mishandeling. In veel gevallen geven ze dit door aan hun eigen kinderen. Generatie op generatie krijgt zo niet de kans zich te ontwikkelen. Armoede wordt dan een familietraditie.

Leerprestaties

Oplossingen voor deze vormen van armoede kunnen niet worden geboden op individueel niveau, maar moeten zich richten op gezinnen als geheel. Net zoals in Nederland bepaalt het gezin waaruit je komt hoeveel kansen je krijgt in je leven. Daarom is het zo essentieel om met ouders te werken aan oplossingen voor de armoede van hun kinderen, al vanaf een heel jonge leeftijd.

In Malawi bijvoorbeeld wordt ouderschapstraining (”parenting”) steeds belangrijker. Ouders gebruikten aanvankelijk geweld en overheersing om hun kinderen op te voeden. Door projecten van bijvoorbeeld Red een Kind leren zij door middel van training begrijpen hoe goed het is voor de ontwikkeling van hun kinderen om met hen te praten en hen te stimuleren naar school te gaan. Hoewel er in deze trainingen weinig aan materiële armoede wordt gedaan (ouders krijgen geen geld of betere baan), is het effect op kinderen gigantisch. Kinderen krijgen aandacht en eten voordat ze naar school gaan en hun leerprestaties, gezondheid en sociaal-emotionele ontwikkeling springen vooruit. Het is zelfs zo opvallend, dat de overheid in Malawi de ouderschapstraining van Red een Kind wil meenemen in haar beleid.

Ontwikkelingsbeleid

Het Nederlandse ontwikkelingsbeleid focust sterk op individueel niveau. De prioriteiten van het beleid zijn werkgelegenheid, watervoorzieningen, vrouwenemancipatie en het tegengaan van klimaatverandering. Het gaat dan vaak om het aantal individuen die worden geholpen en de aantallen jongeren, vrouwen of gezinshoofden met toegang tot sanitair, voedsel of banen. Vaak wordt niet overwogen welke dynamieken zich bínnen gezinnen afspelen en of het inkomen van de ouders en het toegenomen welzijn wel bij de kinderen terechtkomt. Dat tradities en culturen van verwaarlozing en gebrek aan ouderlijke zorg de armoede in stand houden, zou juist reden moeten zijn om hiervoor aandacht te hebben.

Armoede in gezinnen aanpakken, is een belangrijke stap in het oplossen van hardnekkige armoede. Tradities worden gebroken en kinderen krijgen kansen door aandacht van hun ouders die een generatie daarvoor niet had. Dit betekent dat beleid rond ontwikkelingssamenwerking meer aandacht zou moeten hebben voor het ondersteunen van sterke gezinnen, om de hardnekkige extreme armoede het hoofd te kunnen bieden.

De auteur is politiek adviseur bij Stichting Red een Kind.