Stephen Cleobury: Koorjongens aanmoedigen en uitdagen

King’s College Cambridge. beeld King’s College Cambridge, Kevin Leighton
2

Over ruim een jaar gaat Stephen Cleobury (69) met pensioen. Hij was 35 jaar lang de Director of Music van het wereldberoemde King’s College Choir in Cambridge. Eind mei werd bekend dat Daniel Hyde hem opvolgt. Cleobury blikt vooruit en kijkt terug.

Het is niet vreemd dat hij de muziek in ging, vertelt de Engelse organist en dirigent. „Mijn beide ouders waren erg muzikaal en zij erfden de muzikaliteit weer van hun ouders. Mijn vader was een goede amateurmusicus. Hij is niet de muziek in gegaan, maar is dokter geworden, met muziek als grote hobby.”

Al jong ging Stephen mee naar de kerk in Bromley, in het graafschap Kent. „Daar hoorde ik mijn vader orgelspelen. Toch sloeg daar de vonk nog niet over. Dat gebeurde toen we naar Worcester verhuisden.”

In Worcester staat een grote kathedraal, waar de jonge Stephen lid werd van het koor. Daar dronk hij de muziek in en ging er een wereld voor hem open. „De kathedraal van Worcester vierde –en viert– samen met de kathedraalkoren van Gloucester en Hereford ieder jaar het zogenoemde Three Choirs Festival. Daar werd ik, toen ik een jaar of 11, 12 was, zo geraakt door alle bijzondere muziek die werd uitgevoerd dat ik besloot mijn leven aan de muziek te wijden. Het ”Te Deum” van Verdi bijvoorbeeld maakte diepe indruk op me.”

U studeerde muziek in Cambridge aan het St John’s College, dat ook een koor van wereldklasse heeft en dat wedijvert met het koor van King’s College. Nu bent u de dirigent van King’s College. Hoe voelt dat?

„Je blijft altijd lid van het college waar je hebt gestudeerd. Toen ik dirigent van King’s werd, werd ik ook lid van King’s College. Ik zie het positief. Beide koren doen hun best om de muziek zo mooi mogelijk te zingen.”

Hoe is het om opvolger te zijn van beroemdheden zoals David Willcocks en Philip Ledger?

„Toen ik werd benoemd, realiseerde ik me dat ik bijzonder vereerd en bevoorrecht was om verder te werken in een eeuwenlange traditie. Tegelijk was het ook een zware taak. Van mijn voorgangers heb ik veel steun gekregen. Vooral van David Willcocks, want die kende ik al uit mijn tijd in Worcester. Toen ik in Cambridge kwam, had ik veel contact met hem.”

Bent u veranderd in de tijd dat u in Cambridge werkte?

„Ik zie mezelf niet als een radicale vernieuwer. Ik wilde gewoon mijn best doen om er iets moois van te maken. Maar ik ben wel veranderd, ja. Het is een beetje ironisch, ontdekte ik nu ik voorafgaand aan mijn pensionering aan het mijmeren ben over de afgelopen 35 jaar. Toen ik begon, had ik nog niet de kennis en de ervaring die ik nu heb. Die had ik de eerste jaren best willen hebben, maar dat kan nu eenmaal niet. Ook de manier van lesgeven aan de jongens van het koor is veranderd. Het is veel meer een kwestie van hen aanmoedigen – zij het binnen een goed gedisciplineerd kader.”

Hoe voelt het dat de hele wereld over uw schouder meekijkt naar de verrichtingen van uw koor?

„Ik heb daar gemengde gevoelens over. Ik probeer elke dag het beste te geven voor het koor. Ja, ik weet dat er altijd mensen in de diensten zijn die nauwlettend volgen wat hier gebeurt. Sommigen ken ik, anderen niet. Soms spreek ik hen na afloop van de dienst. Ik merk dat er veel belangstelling is vanuit Nederland. Dat vind ik leuk, ook omdat het verschijnsel evensong in Nederland steeds meer aanslaat.”

Wat blijft u het meest bij van uw tijd bij King’s?

„Heel bijzonder vond ik het optreden met het koor in Soweto, in Zuid-Afrika. Maar ook het jaarlijkse Festival of Lessons and Carols is steeds weer een hoogtepunt waar ik ieder jaar naartoe leef. Onze bezoeken aan Nederland vond ik eveneens bijzonder, omdat je daar merkt dat onze muziek zo wordt gewaardeerd. En natuurlijk de uitvoeringen van grote werken zoals de Matthaüs Passion en de bijbehorende ontmoetingen met topmusici.”

Wat gaat u doen na uw pensionering?

„Ik ga in York wonen. Een van mijn twee dochters –ze is 8– zingt daar in het koor van York Minster. Mijn vrouw woont daar al, met haar. Onze andere dochter (14) zingt ook, in het koor van St Catherines College in Cambridge. In York ga ik proberen mij in de muziek nuttig te maken. Ik heb nog geen concrete plannen.”

Is er toekomst voor King’s College Choir en de kathedraalkoren in Engeland?

„Ik ben daar optimistisch over, al kost het tegenwoordig meer moeite om jongens op het koor te krijgen dan vroeger. De interesse in kerkmuziek neemt af. Dat heeft onder andere te maken met de ontkerkelijking en met veranderende interesses van ouders en kinderen. Het werven van jongens moet zorgvuldig en met aandacht gebeuren. Vroeger leek het onbereikbaar om chorister bij King’s te worden, nu willen we benaderbaar zijn en vertellen we erover aan zo veel mogelijk mensen. Ook de website hebben we zo informatief mogelijk gemaakt. Ik ben voorzitter van de Friends of Cathedral Music – vrienden van kathedrale muziek. Die organisatie zet zich ervoor in geld in te zamelen om kathedraalkoren te onderhouden en om steeds bij iedereen onder de aandacht te brengen dat de koren er zijn. Ook moedigt ze de koren aan om het hoge niveau dat ze hebben te handhaven en geld bijeen te brengen om de koren in stand te houden.”

Tijd voor meisjes op het koor?

„Het koor van jongens en mannen zingt zes dagen per week. Op maandag zingen de King’s Voices, een gemengd koor dat bestaat uit mannelijke en vrouwelijke studenten, dat is opgericht om de werkdruk van het King’s College Choir te verlichten. Tot nu toe hadden we geen meisjes in het koor. Misschien verandert dat in de toekomst, maar dat is een zaak voor mijn opvolger.”

----

Gaan en komen bij King’s College Choir

Stephen Cleobury (1948) neemt in september 2019 wegens zijn pensionering afscheid van King’s College Choir, meldde het koor uit Cambridge begin dit jaar. De musicus is sinds 1982 als Director of Music verbonden aan het wereldberoemde gezelschap, dat al zo’n 550 jaar bestaat.

King’s College Choir bestaat uit veertien volwassenen, allen studenten die een beurs krijgen omdat ze op professioneel niveau zingen (zes bassen, vier tenors en vier countertenors), en een jongenskoor bestaande uit zestien zangers. De belangrijkste taak van het koor is om dagelijks in King’s College Chapel te zingen. Daarnaast gaat het gezelschap vaak op tournee.

Afgelopen mei maakte King’s College bekend dat Cleobury wordt opgevolgd door Daniel Hyde. De nieuwe dirigent is momenteel als organist en Director of Music verbonden aan de Saint Thomas Church in Manhattan (New York).