Panfluitiste Noortje van Middelkoop: van Vivaldi tot ”You raise me up”

Staccato
Panfluitiste Noortje van Middelkoop. Beeld Sjaak Verboom Sjaak Verboom

Ze speelt klassieke muziek, improviseert in bluesstijl en houdt van ”You raise me up”. Tien stellingen voor panfluitiste Noortje van Middelkoop.

De digitalisering trekt sporen in de concertpraktijk, merkt de panfluitiste uit Voorthuizen. „Je ziet in de wereld van de lichte muziek dat musici steeds vaker een iPad gebruiken als bladmuziek. Je kunt dan makkelijk ”swipen” of door het indrukken van een pedaal de volgende pagina tevoorschijn halen. Ik zou dat eigenlijk ook wel willen, maar vind het nog een beetje eng. Je zult maar iets hebben met de batterij.” Tijdens haar concerten ziet ze steeds vaker bezoekers filmpjes maken met hun mobiel. „Ik kan me voorstellen dat mensen thuis een stukje willen laten zien, maar om dat nu gelijk op YouTube te zetten?”

1. Een leven zonder muziek kan ik mij niet goed voorstellen.

„Ik had vroeger als student een T-shirt: ”Without music life would be a mistake” – een uitspraak van Nietzsche. Ik kon me het leven niet voorstellen zonder muziek. Op een gegeven moment dacht ik: Deze tekst kan stuitend zijn voor dove mensen, ik ga dit shirt niet meer dragen. Daar komt bij: stel dat God de muziek uit mijn leven wegneemt, door een ongeluk bijvoorbeeld. Ik zou dat natuurlijk een hele beproeving vinden, maar is je leven dan minder waard?”

2. Ik geef liever een concert dan een les.

„Dat is zo. In het begin van mijn huwelijk gaf ik les op de muziekschool. Daarnaast gaf ik concerten. Mijn man moest ’s morgens op tijd weg voor z’n baan. Ik werkte tot een uur of acht, en dan moesten we nog eten. Dat werkte niet echt. Toen er een kleine op komst was, moesten we kiezen. Ik heb er toen voor gekozen om de concerten aan te houden. Daardoor ben ik me de afgelopen jaren meer op concerten gaan richten en heb daar meer expertise in opgebouwd. Het verschil merk ik met Gemma Gielen, met wie ik een paar keer per jaar een Panfluit Workshop Dag geef. Zij is helemaal de kant van het lesgeven opgegaan. Ik vind het mooi om te zien dat dat een vak apart is.”

3. Destijds heb ik op het conservatorium in Hilversum veel geleerd van mijn leermeester Nicolae Pîrvu.

„Ja, zeker. Het waren geen doorsnee­conservatoriumlessen. Pîrvu heeft de stijlkenmerken van de Roemeense muziek op me overgebracht. Ik heb veel geleerd van zijn liefde voor de panfluit. Hij is een muzi­kaal leider en een groot solist, super. Hij leerde je echt vanuit de panfluit denken, stelde de vraag: Waarom voer je een stuk op panfluit uit? Heeft het toegevoegde waarde? Neem ”The Flight of the Bumble Bee”, met die snelle loopjes. Daar kan ik lang op gaan oefenen, maar wat heeft het voor zin dit stuk op panfluit te spelen? Op dwarsfluit is dit beter te doen. Na het conser­vatorium ben ik me blijven bijscholen. Nu ga ik bijvoorbeeld naar Jan Lenselink voor de akkoorden en harmonieleer. We improviseren samen, onder andere in de ”Bamboo blues” die we schreven. Ook volg ik zanglessen, wat weer op een heel andere manier leerzaam is.”

4. Van mijn verschillende soorten panfluiten speel ik het liefst op de ‘gewone’ sopraan.

„Het is wel mijn meest eigen instrument, ik kan er subtiel mee kleuren. Mijn altfluit heeft ook een heel mooie klank. Als ik een lage melodie wil spelen, gebruik ik eerder de altfluit. In een grote kerk met akoestiek krijg je dan een prachtige mystieke klank. Een donkere warme klank geeft mijn grote basfluit. Het vraagt veel lucht om hierop te spelen. Tijdens een concert is het leuk om de klank even heel anders te maken.”

5. Het orgel vind ik voor panfluit het beste begeleidingsinstrument.

„Orgel en panfluit hebben iets gemeenschappelijk: lucht die door pijpen wordt geblazen. Orgelklank voelt warm aan onder een panfuit, ze mengen goed samen. De piano klinkt meer springerig, en heeft ook wel iets tokkelachtigs. Een piano kan weleens druk zijn, vind ik. Ik speel nu met een gitarist samen, dat is ook prachtig. Je gaat dan in de panfluit andere registers kiezen, en in de timing komt het preciezer. Ik leer veel door samen te spelen met collega’s. Iemand als de organist Harm Hoeve, met wie ik al jaren samenspeel, daagt me steeds uit om te zoeken naar nieuwe muziek.”

6. Stijlpuriteinen reageren soms wat zeurderig op arrangementen. Laten we daar niet moeilijk over doen.

„Het moet wel nut hebben om een stuk op panfluit te spelen. Maar ik vind het weleens jammer dat je verketterd wordt als je in een bepaalde stijl speelt. Klassieke muziek wordt doorgaans als heel hoogstaand neergezet. De manier waarop je moet spelen, voelt dan algauw als een keurslijf. Is muziek maken alleen je aan de regels houden? Dat zeg je bij geloven toch ook niet? De beroemde violist Itzhak Perlman neemt bepaalde vrijheden in de klassieke muziek. Er klinkt een bepaalde eigenheid in zijn toon en timing, een beetje zigeunerachtig, het lééft. Volgens de regels zou het misschien niet kunnen, maar hij doet het gewoon. Daar leer ik van. Soms moet je iets gewoon doen, en jezelf zijn.”

7. Ik speel net zo graag ”You raise me up” als een klassiek werk van Mozart.

„Het hangt ervan af waar ik speel. Als ik op een begrafenis speel, en het stuk ”You raise me up” betekent veel voor iemand, ga ik geen klassiek stuk van Mozart spelen. Op zo’n moment wil ik dienstbaar zijn, troosten en bemoedigen. Voor de persoonlijke uitdaging zou ik weer eerder naar Vivaldi of Mozart grijpen. Maar als muziek ingewikkeld is, wil dit niet per se zeggen dat ze ook diepgaat. Ook de melodie van een psalm kun je heel indrukwekkend spelen. Ik wil graag beide kunnen: virtuoos spelen én een gevoelige snaar raken.”

8. Een positieve recensie vind ik leuk, een negatieve laat ik van me afglijden.

„Een positieve is altijd leuk, natuurlijk. Maar ik kan wel moeite hebben met een negatieve recensie. Als je een minder leuke recensie weglegt, denk je soms later: Ach ja, er zit ook wel wat in. Ik heb tijd nodig om dingen te laten bezinken. Uiteindelijk is kritiek goed, om elkaar op te scherpen. Het zijn overigens niet alleen recensies die je aan het denken kunnen zetten. Je zoekt samenwerking in een bepaald circuit, en die zoektocht loopt telkens dood. Dan ga je denken: Hoe komt dat nou? Ligt het aan de panfluit? Ligt het aan mij? Is het een vooroordeel?”

9. Muziek is voor mij een belangrijke gave om het geloof uit te dragen.

„Volgens mij zit het geloof meer in je hele levenshouding, en niet alleen in de muziek. Niet op elk programma hoeft een geestelijk lied te staan. Een bakker bakt toch ook niet alleen avondmaalsbrood? Wel zie ik muziek als een gave van God om iets moois te maken. In de moderne muziek heb je een richting gehad die alles onderuithaalde wat harmonisch was. Die richting is weer op haar retour geraakt. Ik zie muziek toch vooral als het scheppen van iets harmonisch, iets moois. Dát vind ik echt van God. Niet alleen het schrijven van muziek, ook het uitvoeren reken ik daarbij. Als je een muziekstuk speelt, kun je iets van God laten zien, iets wat Hij in de schepping heeft gelegd. Dat betekent niet dat er geen rauwe kanten aan muziek mogen zitten, want muziek moet ook realistisch zijn. Ik heb eens een stuk geschreven, ”Desperation”, in een tijd dat ik het zelf moeilijk had. Het uitschreeuwen van wanhoop naar God mag er ook zijn. Het hele stuk blijft in die sfeer, maar aan het eind klinkt een majeur­akkoord. Dat is voor mij toch het lichtpunt, de hoop van het geloof.”

10. Mijn muzikale carrière is prima te combineren met mijn gezin.

„Ik ben gemiddeld één keer per week weg voor een concert. Doordat mijn man veel bij kan springen, zijn werk en gezin goed te combineren. We hebben drie jongens en één meisje in de leeftijd van 6 tot 15 jaar. Overdag geef ik regelmatig school­concerten, maar omdat dit binnen schooltijd gebeurt, merken mijn man en de kinderen er niet veel van. En omdat ik overdag thuis ben en m’n eigen planning kan maken, kan ik gewoon de kinderen naar school brengen en hen ophalen. Als er iemand ziek is, heb ik niet zo’n groot probleem. Maar er lopen ook weleens dingen door elkaar, zodat je denkt: Hoe moeten we het allemaal regelen? Dan zijn bijvoorbeeld de kinderen een dag thuis, terwijl ik net een deadline heb voor een cd. Dat is wel eens lastig. Je voelt dat je hun tekortdoet, en tegelijk móét je echt oefenen. Het gezin heeft mijn leven verrijkt in de dingen die je meemaakt en in de emoties. Ik had best al een aardige carrière toen ik trouwde. Eerst was ik muzikant en moeder, van lieverlee werd het steeds meer moeder, en dat vind ik ook gezond. Ik geniet van m’n gezin, en dat neem ik ook weer mee in mijn muziek.”

In Staccato reageren muzikanten op tien stellingen. Volgende aflevering 22 november.


Levensloop Noortje van Middelkoop

Noortje van Middelkoop (1973) studeerde aan het conservatorium in Hilversum bij de Roemeense panfluitist Nicolae Pîrvu. Zij behaalde haar eindexamen docerend musicus cum laude en studeerde enkele jaren later af voor het diploma uitvoerend musicus. Ook volgde zij masterclasses bij de panfluitisten Simion Stanciu en Gheorghe Zamfir.

Noortje van Middelkoop geeft als pan­fluitiste concerten met koren, organisten en pianisten. Zij maakte solo-cd’s met diverse bezettingen: orgel, piano, combo en symfonie­orkest. Ook werkte ze mee aan radio-, televisie-, dvd- en cd-opnamen. Tot haar discografie behoren de cd’s ”Festivo”, ”Colours of Classics” en ”Close to You”. Met de pianist Jan Lenselink nam ze onder meer ”Just Music” en ”Just Christmas” op.

Noortje van Middelkoop bespeelt ver­schillende panfluiten, waaronder een 22 pijps sopraanpanfluit, een 26 pijps altpanfluit, een 23 pijps tenorpanfluit, een 21 pijps baspanfluit en een 15 pijps contrabaspanfluit.

Ze schrijft eigen muziek en organiseert elk jaar samen met Gemma Gielen drie Panfluit Workshop Dagen. De panfluitiste maakte concertreizen door Engeland, Israël, Roemenië, Canada, Amerika en Australië.

Van Middelkoop is getrouwd en moeder van vier kinderen.