Monteverdi: Italiaanse muziek voor nu

De Italiaanse componist Claudio Monteverdi (1567-1643) werd 450 jaar geleden in Cremona geboren. beeld Wikimedia
3

Er gaapt een kloof van 450 jaar tussen de geboortedag van de beroemde Italiaanse componist Claudio Monteverdi en het heden. Hoe kan de serene vocale muziek van destijds de luisteraar anno nu bereiken en boeien? Op die vraag geeft dirigent Krijn Koetsveld een gepassioneerd antwoord.

Eeuwenlang werd de muziek van Monteverdi (1567-1643) weinig uitgevoerd. Vandaag de dag kunnen de madrigalen, opera’s en Mariavespers van de Italiaan echter weer op belangstelling van het publiek rekenen.

In Nederland is Krijn Koetsveld (1953) uit Amersfoort een warm pleitbezorger van deze vocale muziek. Met de vijf zangers van zijn ensemble Le Nuove Musiche werkt hij aan het project ”Monteverdi XL”. Daarin worden alle ongeveer 200 madrigalen (meerstemmige zangstukken op wereldse tekst) van de componist, die in negen boeken zijn verzameld, op het cd-label Brilliant Classics uitgebracht. Het huzarenstukje is bijna afgerond.

Komend pinksterweekend vindt bovendien in Amersfoort voor het tweede jaar op rij een heus Monteverdifestival plaats. In een reeks concerten staat de muziek van de Italiaan centraal. Maar daarbij is er ook ruimte voor cross-overs naar hedendaagse muziek, bijvoorbeeld in het programma ”Monteverdi meets Jazz”.

Koetsveld, artistiek leider van het festival ”Monteverdi XL”, heeft een passie voor deze Italiaanse componist.

Wanneer kwam u in aanraking met de muziek van Monteverdi?

„Ik studeerde orgel aan het conservatorium in Den Haag. Het was de tijd van de beginnende oudemuziekbeweging, met mannen als Gustav Leonhardt en Nikolaus Harnoncourt. Het conservatorium organiseerde op enig moment een Monteverdiweek. Er werd een koortje opgericht. Instrumenten met darmsnaren werden ingezet. Dat het vals klonk, was niet erg. Ik zong in het koor. Ik weet nog welk madrigaal we zongen: ”Sfogava con le stelle” uit boek IV, over een man die zijn liefdesverdriet aan de sterren vertelt. Later heb ik onder Harnoncourt meegezongen in een uitvoering van Monteverdi’s opera ”L’Orfeo”. Fascinerend, deze muziek.”

Wat is er zo fascinerend aan?

„Het kenmerk van die muziek is dat er met relatief weinig middelen heel veel gebeurt. Als je de noten ziet, denk je: Is dat alles? Ja, dat is alles. Monteverdi had in Cremona als koorjongen leren componeren naar de regels van de polyfonie, het contrapunt. Maar hij doet in de madrigalen meer. Hij varieert voortdurend met melodie, harmonie, hoog en laag. Daarbij vormt de prachtigste poëzie van dichters als Petrarca en Torquato Tasso de grondstof voor zijn muziek. Die teksten worden van allerlei affecten, gevoelswaarden voorzien. Bovendien zie je een ontwikkeling binnen de negen boeken met madrigalen. In de eerste boeken beschouwt de componist de vijf stemmen van het vocale ensemble, dat a capella zingt, nog als één geheel. Gebruikelijk in de renaissance. Maar gaandeweg de boeken wordt de muziek solistischer, concertanter. Meerstemmigheid en eenstemmigheid wisselen elkaar af. De zangers opereren individueler. En ook komt er instrumentale begeleiding van het basso continuo bij. In boek VIII staan complete miniopera’s.”

Monteverdi is daarmee uniek in zijn tijd?

„Ja. Iemand als Palestrina in Rome schrijft op dat moment keurig in de strenge kerkstijl. Monteverdi zat in Noord-Italië: eerst in Cremona en Mantua, vanaf 1613 in Venetië. Dat was een andere wereld dan Rome. Monteverdi componeert in 1610 zijn Mariavespers. Die worden beschouwd als een sollicitatie naar een aanstelling bij de pauselijke kapel in Rome. Maar die muziek bleek veel te revolutionair te zijn voor de toenmalige paus. Ook vergeleken met tijdgenoten als Schütz in Duitsland en Sweelinck in Nederland was Monteverdi zijn tijd vooruit. Schütz, die in Venetië is geweest en waarschijnlijk Monteverdi heeft ontmoet, gaat in Duitsland helemaal verder in de polyfone stijl van de renaissance. En als het gaat om Sweelinck: hij heeft ook een aantal Franse en Italiaanse madrigalen gecomponeerd, maar het concertante, affectvolle, solistische is bij hem ondenkbaar. Het mooie aan Monteverdi is dat hij de grenzen verkent en nieuwe wegen durft in te slaan. Zijn werk markeert de overgang van renaissance naar barok.”

Hoe voer je deze Italiaanse muziek het beste uit?

„De taal is voor mij gelukkig geen probleem. Mijn vrouw is Italiaanse; ik kom vaak in het land en spreek de taal vloeiend. Het mooie aan het Italiaans is dat er niet veel veranderd is sinds het begin van de 17e eeuw. Voor de zangers van Le Nuove Musiche vraagt het heel veel discipline. Want als je niet-moedertalig zingt, is het eerste wat afvalt als je onder spanning staat de betekenis van de tekst. Terwijl dat in deze muziek juist essentieel is. Vanuit de tekst moet je komen tot de interpretatie. Er staat nergens aangegeven hoe hard of zacht of langzaam of snel deze muziek moet klinken. Dat moet blijken uit de tekst. Dan doemt de dynamiek vanzelf op. Welk drama heeft Monteverdi naar aanleiding van de inhoud in de noten gestopt? Met Le Nuove Musiche zoeken we daarbij een gulden middenweg tussen een cleane benadering die Britse gezelschappen vaak kiezen, en een uitvoering van sommige Italiaanse ensembles met veel belcanto en extreme tempowisselingen waarbij het lijkt of het Verdi is.”

Hoe slaat u voor het publiek de brug tussen toen en nu?

„Monteverdi is geen ”music for the millions”. En ook voor mensen die wel van die muziek houden, moet je tijdens een concert niet tien madrigalen op rij uitvoeren. Dan heb je het na het vierde stuk wel gehoord. Op een cd ontkom je er niet aan om bijvoorbeeld het hele vijfde madrigalenboek achter elkaar te zetten. Maar bij concerten groeperen we de muziek graag rond thema’s. Zo staat tijdens ons komende festival het achtste madrigalenboek centraal onder het thema ”Strijd & Liefde”. In het theatrale openingsconcert ”Bruiloft in Mantua?” koppelen we de muziek van Monteverdi bijvoorbeeld aan het verhaal over de verloren liefde van de 16e-eeuwse Antwerpse dichteres Anna Bijns, die geen rederijker mocht zijn omdat ze vrouw was. Zo wordt het publiek meegetrokken in het verhaal. Daarnaast zoeken we naar manieren om de klassieke muziek van toen in gesprek te laten gaan met muziek van nu. Vorig jaar hebben we bijvoorbeeld de madrigalen uitgevoerd terwijl een jazzduo en blokfluitist Erik Bosgraaf daarbij improviseerden. Het contrast dat zodoende ontstond, was heel bijzonder. Mensen die nog nooit van Monteverdi hadden gehoord, waren dolenthousiast. Dit jaar doen we weer zo’n concert, nu met sopraan Klaartje van Veldhoven en het trio van jazzpianist Rembrandt Frerichs. Zo wordt barokmuziek van haar stoffige imago ontdaan.”

Er is dus markt voor deze muziek?

„In 2007 heb ik voor Brilliant Classics met mijn ensemble, dat toen nog een andere samenstelling had, boek V en VI van de madrigalen opgenomen. Toen stokte het. Vijf jaar geleden kwam Brilliant toch met de vraag ook de andere boeken te doen. In een nieuwe samenstelling zijn we verdergegaan. Als we straks de cd met boek IX presenteren, is alles gezongen. Alleen wil ik boek V en VI graag overdoen, zodat er een eenheid is in het project. De cd-verkoop loopt goed. Het festival vorig jaar was een succes. Voor de komende jaren heb ik nog genoeg ideeën voor de invulling van het festival. Daarnaast betrekken we jongeren bij deze muziek. In samenwerking met basisscholen en het Vathorst College hier in Amersfoort hebben we een lichtvoetig programma ontwikkeld. Concessies aan de muziek van Monteverdi doen we niet: er wordt geen noot aangepast; de madrigalen blijven de rode draad vormen. Maar door die muziek in een eigentijds jasje te brengen, kunnen zo veel mogelijk mensen ervan genieten.”

---

Mijlpaal in de muziekgeschiedenis

De Mariavespers van Monteverdi vormen een mijlpaal in de muziekgeschiedenis, zegt dirigent Remco de Graas. „Het stuk betekende in die tijd, toen de strenge polyfone kerkstijl van Palestrina gebruikelijk was, een ware revolutie.” Zaterdagmiddag 13 mei voerde De Graas in de reeks Zaterdagmiddagmuziek van de Utrechtse Domkerk met koor, solisten en barokorkest van de Domcantorij het stuk van de Italiaanse componist uit.

De Mariavespers, in 1610 geschreven als sollicitatie naar een aanstelling bij de pauselijke kapel in Rome, bestaan net als normale vespers uit een openingsgebed, Bijbelteksten uit onder andere de Psalmen en Hooglied, het Magnificat en een slot. Vóór het Magnificat klinken twee onderdelen waarin Maria wordt gegroet en aanbeden. Daaraan dankt het stuk zijn naam.

Omdat het dit weekend Moederdag is, vond de Domcantorij het een mooi moment om aandacht te vragen voor „de moeder aller moeders”, aldus De Graas. „Er is de laatste tijd in protestantse kring meer aandacht voor de betekenis van Maria. Dat vinden we belangrijk. Daar willen we aan bijdragen.”

Het is niet voor het eerst dat de Domcantorij de Mariavespers uitvoert. Maar het blijft een klus, aldus de dirigent. „Het is een lang programma, anderhalf uur. Daarbij hebben wij ervoor gekozen om bij de psalmen ook de bijbehorende antifonen te zingen. Dat maakt het stuk extra lang.”

De muziek kent de nodige afwisseling, zegt De Graas. „Aan de ene kant motetten in de strenge polyfone stijl van Palestrina, zes- tot tienstemmig. Aan de andere kant concertante delen met één of meer solisten. Daarbij komen de antifonen in gregoriaanse stijl. Dat betekent dat de uitvoerenden snel moeten schakelen. Dat vraagt een behoorlijke inspanning. Ook het orkest verkeert voortdurend op de grens van renaissance en barok. De ene keer klinkt de cornetto, de andere keer de barokhobo.”

De muziek biedt voor elk wat wils, aldus de dirigent. „Daardoor spreekt ze mensen van nu makkelijk aan. De afwisseling van de verschillende stijlen en de feestelijkheid van de concertante onderdelen maken het stuk heel boeiend.”