Koorschool Ars Musica repeteert op sokken

Er wordt hard gewerkt tijdens een studieochtend van de koorschool van Ars Musica. Dirigente Marjon van der Linden bij het lied ”Ponder my words”: „Jullie klank moet hier helemaal opengaan.”  beeld Martin Droog
3

„Zing alsof je heel voorzichtig op je sokken over iets van kristal loopt.” De kinderen van de koorschool van Ars Musica begrijpen wat hun dirigent, Marjon van der Linden, bedoelt. De bede ”My voice shalt thou hear” klinkt direct breekbaarder. Van bijzondere verzoeken kijkt niemand deze studieochtend vreemd op.

Ze staan op hun sokken, ruim veertig zangers, onder wie zeven jongens. In een kring in de gymzaal van de Johannes Calvijnschool in Gouda. Samen met Marjon van der Linden en de drie zangpedagogen, Pieter van Breugel, Margreet Rietveld en Annemarie Verburg.

De zangpedagogen nemen de warming-up voor hun rekening. „Doe alsof je in de bus zit en in slaap valt. Mooi, nu je hoofd weer omhoog. Probeer zo’n losse kaak te houden tijdens het zingen.” De zangers werken toe naar het concert van 24 november in de hervormde kerk van Haastrecht. Die avond markeert het tienjarig bestaan van de koorschool.

Rietveld: „Maak je lang richting plafond, ga op je tenen staan en draai naar links en naar rechts.” Verburg: „Nu met je schouders draaien. Kin op de borst. Ga met je oor naar je schouder.”

Van Breugel: „Leg je handen op je buik en maak een lange sis-klank. Als het goed is, voel je je buik langzaam naarbinnen gaan.” Verburg: „Zing maar na: Jajajajajajaja.” Het gaat steeds een toontje hoger. „Nu graag Lilalilalilali.”

ytAM

Na zo’n twintig minuten opwarmen vraagt Rietveld aandacht voor het onderdeel podiumpresentatie. „Jullie mogen zingend binnen komen lopen. Wij kijken of jullie vrolijk kijken, rechtop lopen en contact zoeken met ons, het publiek.”

Even later komen de zangers een voor een de gymzaal binnen. „Er ging veel goed, maar sommige dingen kunnen beter”, zegt Van Breugel tijdens de evaluatie. „Ik zag enthousiaste gezichten bij binnenkomst. Maar toen jullie het tweede couplet zongen, keken jullie al minder blij. Ik kon niet alle woorden verstaan. Laat de klanken dus stromen.”

Opleidingskoor

Het is tijd om het repertoire voor het jubileumconcert door te nemen. Op de lessenaar ligt een A4’tje met een tijdschema. Achter de koorwerken staan afkortingen als ABC, ABOK, B en C, aanduidingen voor de diverse koren.

Van der Linden startte in 2008 met tien kinderen. „Met de intentie om wekelijks uitgebreid te repeteren en hen zangtechnisch en theoretisch te scholen. Ik ben dankbaar dat er zoveel moois uit dit initiatief is gegroeid.”

Het is hard werken voor het team, omdat de koorschool geen subsidie krijgt, zegt de artistiek leider. „Iedereen steekt ook veel vrije tijd in de koorschool.”

Naast het opleidingskoor (OK) is er tegenwoordig een A-, B- en een C-koor. Kinderen zijn vanaf hun zesde bij Ars Musica welkom en kunnen tot hun achttiende op de koorschool blijven. „Een zanger in koor C weet wat zangtechnisch nodig is om gezond te kunnen zingen en kan zichzelf corrigeren. De koorstukken van deze groep zijn vaak meerstemmig.”

De dirigente begint de repetitie met het lied ”Ponder my words” van de Engelse componist Thomas Attwood Walmisley. Na de eerste regel slaat ze af. „Zien jullie welke dynamiek erbij staat? Mooi, we doen het nog een keer. Oké, dankjewel.”

Ze zingt een passage voor. „Stem één: Jullie klank moet helemaal open gaan op die plek.” Even later: „Haal geen adem in maat 16, maar zing door bij ”Will I make”. Fijn, dat klinkt veel mooier.”

Er blijven verbeterpunten: „Begin op tijd bij ”My voice”. Graag iets zachter, want dit is een gebed.” Iets verderop: „Zing hier alsof je in elke noot nieuwe energie stopt.”

Geestelijke koorwerken worden deze morgen afgewisseld met luchtiger repertoire. Zo klinken ”Who can express the noble acts” van Wesley en het 16e-eeuwse lied ”Daar was een sneeuwwit vogeltje”, ”Come to the Lord with singing” van Althouse en het 19e-eeuwse kinderlied ”Auf einem Baum ein Kuckuck saß”. Het tempo ligt hoog. Alleen tijdens het opzoeken van een nieuw lied kunnen de kinderen even met elkaar kletsen. Ze staan in rijen opgesteld of in een kring. Eén keer laat de dirigente hen tijdens het zingen op de grond zitten. Haar echtgenoot, Gerben Budding, begeleidt de zangers vanachter een digitale piano.

Goed zingen

De koorleden repeteren wekelijks in Gouda of Ridderkerk. De maandelijkse studieochtenden worden afwisselend in deze plaatsen gehouden. Naast de koorschool kent de stichting Ars Musica een Meisjeskoor, een Jong Mannen-, een Jong Vrouwen- en een Jong Concertkoor, een Concertkoor en een Kamerkoor. Jongeren vallen na hun achttiende dus niet in een gat.

Van der Linden is naast artistiek leider van de koorschool van Ars Musica dirigent van deze Koorschool en het Ars Musica Meisjeskoor, van het Sweelinck Kamerkoor in Apeldoorn en van Cantus Gouda in Gouda. Ze geniet van de omgang met jongeren. „Het grappige van het werken met kinderen is dat ze niet snel iets raar vinden. Ieder kind kan goed leren zingen als het gemotiveerd is.”

Van der Linden en de drie repetitoren die aan de koorschool verbonden zijn, werken tijdens de wekelijkse repetities met kleine groepen van maximaal tien kinderen. „Daardoor kunnen we koorleden veel individuele aandacht geven.”

Zangles

Het is deze studieochtend een komen en gaan van kinderen in de gymzaal. Elk koorlid krijgt in een lokaal een kwartier zangles van een van de zangpedagogen. Meestal alleen, soms met één, twee of drie anderen.

„Vind je iets lastig?”, wil Rietveld van Hanna weten aan het begin van een les. Dat blijkt niet het geval. Rietveld vraagt aandacht voor de hymne ”Alleluia, sing to Jesus”: „Zing alleen de klinkers en verander de stand van je mond niet.” Hanna hapert even. „Ja, dat ging goed”, lacht de zangpedagoog. „Ga maar door en probeer de klinkers langwerpig te maken. Houdt je tong voorin, al voelt dat misschien een beetje sullig.”

Ook Eliatha en Violieske komen bij de zangpedagoge langs. Rietveld geeft hun tips tijdens het zingen van ”Dona nobis pacem”: „Probeer elke toon uit je tenen te halen. Lage adem en denk aan het operagevoel.” Als ze vertrekken, zegt Eliatha: „We hebben het gevoel dat we alles weer aankunnen.” Rietveld glimt: „Het is geweldig om zoiets te horen.”

Eigen keus

Volgens Van der Linden kiezen de kinderen en niet de ouders voor de koorschool. „Anders houden koorleden het niet vol, want er wordt veel van hen verwacht.” Ook Lucie Uitbeijerse (12) koos zelf voor de koorschool, vertelt haar moeder, Liesbeth Uitbeijerse. „Onze drie kinderen hebben allemaal muziekles. De twee meiden zingen daarnaast graag, maar onze zoon had geen zin in de koorschool. Jammer, maar we gaan hem niet pushen. Anna zit inmiddels op het meisjeskoor. Beide meiden oefenen trouw, al hebben ze soms een zetje nodig.”

Het gezin Uitbeijerse woont in Moordrecht. „Lucie zit op de Driestar, die naast de repetitieplek, de Johannes Calvijnschool, staat. We moeten haar enkel naar de maandelijkse studieochtend in Gouda of Ridderkerk rijden. Daarbij wisselen we af met andere ouders.”

Uitbeijerse waardeert de aanpak van de koorschool: „De zanglessen en de aandacht voor de ontwikkeling van de stem vormen een meerwaarde ten opzichte van andere kinderkoren.”

Gerard van der Waal uit Ridderkerk is vader van de koorleden Catharina en Roos. „Ze zouden niet graag een repetitie overslaan. Hoewel er een kinderkoor in onze kerkelijke gemeente is, kozen we voor de koorschool. Kinderen krijgen hier professioneel zangles en komen bovendien in aanraking met muziek waarvan niet alleen de inhoud, maar ook de klankkleur de tijd verduurt.”

Veel tijd kost het koorlidmaatschap de ouders niet. „We halen en brengen onze meiden naar de wekelijkse repetitie. We boffen natuurlijk dat dit in onze woonplaats is. Ongeveer eens in de twee maanden zijn we aan de beurt om kinderen naar een studieochtend in Gouda te rijden.”

Zijn dochters leren goed zingen op de koorschool, merkt Van der Waal. „En de omgang met goede muziek, bijvoorbeeld Bachs Matthäus Passion, is vormend voor het hele leven.”

Glimlach

De ochtend loopt ten einde, het is bijna halfeen. Van der Linden zet nog een paar puntjes op de i. „Ga met een lichte stem de hoogte in.” „We zijn hier omdat we zingen leuk vinden. Kunnen jullie aan iets grappigs denken? Ja, die glimlach in je ogen wil ik zien. Ook tijdens het concert.”

De dirigente is na afloop moe en voldaan. „Zo’n studieochtend is hard werken, maar ik rijd straks blij na huis, dankzij het enthousiasme van de kinderen.”

stichtingarsmusica.nl/koorschool

Genieten van klassieke muziek

Wie: Ronald de Jong (18) uit Waddinxveen.

Hoe lang koorlid: „Sinds september 2010. Op dit moment ben ik het oudste koorlid en ik heb het nog prima naar mijn zin. Inmiddels zing ik ook op het Jong Mannenkoor van Ars Musica.”

Waarom een koorschool: „Eerst was ik lid van De Zangvogels in Waddinxveen. Toen dit koor werd opgeheven, wilden mijn ouders graag dat ik bleef zingen. Via via kwamen ze in contact met Ars Musica.

Ik houd van zingen, maar na mijn twaalfde was die liefde een poosje bekoeld en ging ik vooral naar de koorschool voor de gezelligheid. Inmiddels geniet ik weer met volle teugen van het zingen van klassieke muziek. Het is fijn dat we op de koorschool voor kwaliteit kunnen gaan.”

Oefenen: „Ik moet bekennen dat ik de eerste jaren niet thuis oefende. Ik pikte de muziek snel genoeg op tijdens de wekelijkse repetities. Tegenwoordig oefen ik wel thuis, zo’n één tot drie keer per week. Daardoor verlopen de repetities voor mij soepeler.”

Favoriete stuk: „Het liefst zing ik de ”Johannes Passion” van Bach. Verder het oratorium ”Paulus” van Mendelssohn en de ”Matthäus Passion”. Ik voer liever grotere koorwerken dan kleine stukken uit, omdat je in grotere composities een verhaal kunt overbrengen op het publiek. In de passionen gaat het bijvoorbeeld over het lijden van de Heere Jezus.”

Blij worden van zingen

Wie: Catharina van der Waal (10) uit Ridderkerk.

Catharina van der Waal. beeld Martin Droog

Hoe lang koorlid: „Ik ben al twee jaar lid. Mijn zusje Roos is 7 jaar en zingt nu ook bij de koorschool.”

Waarom een koorschool: „Ik zing graag en word er blij van. Daarom wilde ik graag op een koor gaan. „Als je 8 bent, mag dat”, zei mijn moeder. Toen ik 8 was, ben ik twee keer bij een repetitie van Ars Musica gaan kijken. Ik vond het erg leuk en heb daarom voor de koorschool gekozen. We repeteren elke maandag tussen vier uur en zes uur in de Wilhelminakerk in Ridderkerk.”

Oefenen: „Meestal oefen ik thuis twee keer per week. Dan zing ik alle stukken die we moeten uitvoeren. Mijn vader en moeder hoeven daarbij niet te helpen, want op de site van de koorschool zijn de melodie en het tempo van elk stuk te vinden. Meestal kan ik tijdens een uitvoering alle stukken uit mijn hoofd zingen.”

Favoriete stuk: „We zingen op de koorschool meer klassieke stukken dan bij andere kinderkoren. Vaak muziek van Bach en daar leer ik veel van. Ik houd van klassieke muziek. Nu zing ik het liefst het ”Hallelujah” uit de ”Messiah” van Händel en ”Come to the Lord with singing” van Jay Althouse.

Er is geen muziek waar ik een hekel aan heb. Moderne stukken zijn ook best leuk om een keertje te zingen.”