Klavecinistenechtpaar maakt ruim 45 jaar samen muziek

Muzikaal echtpaar
Tini Mathot en Ton Koopman. beeld RD, Anton Dommerholt

Ze speelden samen tijdens talloze concerten, geven samen les, maakten samen meer dan 400 cd’s, en muziekcolleges vinden plaats in de huiskamer. Niet vreemd dat de kleinkinderen van het klavecinistenechtpaar Tini Mathot en Ton Koopman spreken van een muziekfabriek. „Samen Bachs ”Kunst der Fuge” spelen, dat is samen een berg beklimmen.”

Tini Mathot en Ton Koopman doen al meer dan 45 jaar alles samen. Behalve de tuin. De lusthof rond hun negentiende-eeuwse villa in Bussum –een voormalig bejaardentehuis– is het domein van Tini. Enthousiast toont ze haar meerjarenproject: een weelderige bloementuin die naar eigen zeggen voorlopig nog niet af is. Echtgenoot Ton heeft niet zo veel met bloemen en planten. „Een tuin is om in te zitten.” Via een overgeleverde conversatie tussen Telemann en Anna Magdalena Bach over zangvogels weet hij het gesprek behendig om te buigen naar het epicentrum van hun beider werk en leven: de muziek van Johann Sebastian Bach.

videchtpaar

Helemaal in de war

Binnen in de studeerkamer staan twee kistorgels opgesteld. Het klavierduo uit Bussum bereidt zich voor op een concert in Milaan. Een spannend project, want de orgels in de Milanese kerk staan mijlenver uit elkaar.

Het was ook het klavier dat Tini Mathot en Ton Koopman ruim 45 jaar geleden bij elkaar bracht. Mathot: „Toen ik tijdens mijn pianostudie voor het eerst van mijn leven een klavecimbel hoorde, dacht ik: dat is mijn instrument! Ik was er helemaal van in de war. Een docent raadde mij aan om een cursus te doen in Zuid-Duitsland, waar een goede klavecimbeldocent zou zijn. Dat was Ton.”

In de daaropvolgende jaren rondde Tini haar pianostudie af, verkocht haar piano en werd leerling van Ton Koopman. Zeven maanden later trok ze volledig bij hem in. Koopman: „We hadden toen wel een probleem, want de verhouding docent-leerling werd wat ingewikkelder.” Mathot: „Ik vond het erg moeilijk om te studeren waar de leraar bij was. Maar daar raakte ik snel aan gewend. We zijn op een gegeven moment gaan samenwerken. Dat werkte beter. Ik heb nog solo eindexamen klavecimbel gedaan bij Ton. Ik was toen zwanger van onze oudste dochter.” Koopman: „Toen er beoordeeld werd, ben ik wel de kamer uitgegaan, hoor.”

Leerlingen verdelen

Intussen zijn ze beiden de zeventig gepasseerd. Koopman: „Nee, we zijn voorlopig niet van plan te stoppen.” Mathot: „Samen Bachs ”Kunst der Fuge” spelen, dat is samen een berg beklimmen.” Koopman: „Ik zou dat met niemand anders kunnen. Er bestaat geen klavecimbelduo als wij.” Mathot: „Wij zijn zo ontzettend samen. En dat is te horen in het klinkende resultaat. We zijn dan ook al zo lang bij elkaar.”

Studenten waren altijd kind aan huis. Eerst in Amsterdam en later in Bussum. Koopman: „Wekelijks lesgeven werd voor mij onmogelijk vanwege drukke werkzaamheden als dirigent. Omdat we zo goed kunnen samenwerken, zeiden we tegen elkaar: „Waarom verdelen we de leerlingen niet gewoon?” Studenten kregen vier uur per maand les, twee uur van Tini en twee uur van mij.”

Mathot: „Ton is in dit huis de wetenschapper. Als er gediscussieerd moest worden over een triller, dan liepen we even zijn werkkamer binnen.” Koopman: „Speelde er een technisch probleem op? Dan plukten we Tini uit de keuken. „We hebben een dokter nodig”, zeiden we dan.” Mathot: „Ik ben meer de schoolfreak en Ton is meer van de finishing touch. Studenten wisten heel goed dat ze ons niet tegen elkaar uit konden spelen.”

Tussen al deze muzikale bedrijvigheid door bracht het duo drie dochters groot. Koopman: „Toen wij in Amsterdam woonden, studeerde Tini in de huiskamer en ik in het souterrain. Onze kinderen vroegen dan of er één deur open mocht staan. Dan klonk tenminste niet alles door elkaar. Terwijl wij hard aan het studeren waren, reden onze dochters op hun fietsjes rond de klavecimbels. Steeds rakelings langs die ellendige punt van de klankkasten.”

De hele dag Bach

Van 1994 tot 2004 werkten Mathot en Koopman aan een mammoetproject: het uitvoeren en opnemen van alle overgeleverde cantates van J. S. Bach. Later volgde het gehele oeuvre van Dietrich Buxtehude. Op de covers van de cd’s is de naam van Ton Koopman in koeienletters te lezen. Ergens op de achterkant of in de colofon staat steevast de naam van Tini Mathot als producer. Mathot: „Ik heb nagenoeg alle cd’s van Ton opgenomen. Ton en zijn musici speelden, maar ik moest binnen een bepaald tijdsbestek ervoor zorgen dat wat zij speelden er zo goed mogelijk op kwam te staan. Soms stonden we tegenover elkaar. Dan gingen we na een opnamesessie ruziënd de trein in op weg naar huis. Maar thuis dronken we weer samen een glaasje wijn.” Koopman: „Je maakt muziek met mensen en mensen hebben hun zwakke momenten. Dat maak ik als dirigent met hen mee. Ik kan dat accepteren. Maar dan zegt Tini terecht: „Nee, dat kan echt beter.” En dan maken we toch nog een take.”

Werden de kinderen niet gek van altijd maar Bach? Mathot: „Onze kinderen wilden Bach het liefst terugbrengen tot het absolute nulpunt. Er werd thuis gerepeteerd, maar ook de montage van de cd’s deed ik thuis. Ze hoorden dus de hele dag Bach en meestal ook nog eens in flarden.”

Koopman: „Wij zijn eigenlijk ook wel gek. Als we op vakantie gaan, draaien we in de auto Bachcantates. Rijden we weer naar huis, dan draaien we weer Bachcantates. Mathot: „Ik ben daarin wel eenkennig geworden. We beluisteren alleen eigen opnamen. Dat komt door mijn werk als producer. Ik sta vierkant achter onze opnamen. Het zijn mijn keuzes. Dan vind ik het moeilijk om andere opnamen mooi te vinden. Maar ik heb dan ook een man die geweldig muziek maakt.”

Tien weken

Dat een succesvolle muzikale carrière grote druk kan uitoefenen op het gezinsleven ondervonden ze beiden ook. Mathot: „Toen onze dochters pubers werden, kreeg Ton een aanstelling als chef-dirigent van het Radio Kamerorkest in Hilversum. Dat is hier bijna om de hoek. Ikzelf heb toen een tijd minder gespeeld. We hadden ook de verantwoordelijkheid voor onze kinderen, anders hadden we er niet aan moeten beginnen.”

Koopman: „Tien weken per jaar waren we er honderd procent voor onze kinderen. Tijdens deze weken geen muziek. Deze tien weken waren heilig en er werd ook niet gestudeerd. Vaak verbleven we in die periode in ons tweede huis in Frankrijk. We hebben daar oneindig vaak monopoly gespeeld. Als je onze dochters vraagt naar herinneringen uit hun jeugd, dan komen ze altijd met deze tien weken.” Mathot: „Het gaat er niet om hoeveel uur je per dag bij je kinderen bent, maar dat als je met elkaar bent het kwaliteit heeft.”

Zijn zulke beslissingen niet slecht voor je carrière? Mathot: „Onzin. Het leverde wel ruzie op met directeuren van concertseries en festivals aan wie we nee moesten verkopen. Van veel collega’s loopt het huwelijk mis, anderen hebben geen contact meer met hun kinderen. Dat hebben wij er echt niet voor over.”

Tini Mathot en Ton Koopman

Tini Mathot studeerde piano en klavecimbel aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam. Voor de opname van Haydn-trio’s (met Andrew Manze en Jaap ter Linden) ontving ze in Frankrijk de Diapason d’Or. Naast uitvoerend musicus is Mathot producent voor onder andere het Amsterdam Baroque Orchestra. Tot 2013 was ze verbonden als docente klavecimbel aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

Ton Koopman behoort al decennialang tot de nestors van de internationale oudemuziekbeweging. Hij studeerde orgel, klavecimbel en muziekwetenschap in Amsterdam. Naast een veelgevraagde organist en gastdirigent is Koopman oprichter van het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir. In 2016 ontving hij een ereprofessoraat aan de Musikhochschule Lübeck en werd hij honorair artistiek adviseur van het Guangzhou Opera House. Ton Koopman is hoogleraar muziekwetenschap aan de Universiteit Leiden en erelid van de Royal Academy of Music in Londen.

Tini Mathot en Ton Koopman wonen in Bussum en hebben drie dochters en vijf kleinkinderen.

Muzikaal echtpaar

Dit is het tweede deel in een serie interviews met muzikale echtparen.