Kampioen kunstfluiten: Technisch niet de beste, maar er zit wel muziek in mij

Frank Oppedijk won het wereldkampioenschap kunstfluiten. beeld Frank Oppedijk

Pas half juli besloot Frank Oppedijk mee te doen aan het WK kunstfluiten, terwijl hij maar tot 6 augustus de tijd had om een video in te sturen. Met zijn bijdrage liet hij vijf voormalig wereldkampioenen achter zich en ging hij vorige week met de hoofdprijs aan de haal.

Uitbundig genieten van zijn overwinning op de ”Global Whisling Championship 2020” was er nog niet bij voor de Amersfoortse pianist. Op de dag van de uitslag verloor hij zijn stem en kreeg hij een longontsteking. Zijn dochters van 4 en 6 hebben daarom de honneurs voor hun vader waargenomen en een dansje door de woonkamer gemaakt. Oppedijk (34): „Ook mijn vrouw vond het fantastisch.”

video

Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen en ververs dan de pagina.

De kersverse wereldkampioen kunstfluiten –fluiten wat alleen met de mond wordt gedaan– gaat sinds zijn zevende fluitend door het leven. Niet dat hij mensen op straat of in de supermarkt op zijn melodietjes trakteert. „Dat doe ik liever niet. Ik herinner me nog dat ik mijn eerste toon floot. Dat gaf een voldaan gevoel. Tegenwoordig fluit ik tijdens de afwas, terwijl ik de was ophang of autorijd. Vaak zonder dat ik er erg in heb.”

Van wie heeft u dat fluitvirus geërfd?

„Mijn moeder floot samen met mijn oma allerlei liedjes. Ze speelt goed gitaar, zingt graag en pikt muziek snel op. De stamvader van haar familie zou violist zijn geweest. Mijn vader kon prachtig zingen. De cd-collectie bij ons thuis bevatte slechts één klassieke cd, ”Aangenaam Barok”. Juist dat schijfje wilde ik altijd horen. Met de piano die thuis stond, een erfstuk, deed ik weinig. Ik improviseerde er soms op met mijn ellebogen en vuisten. Maar toen ik op de muziekschool een instrument mocht kiezen, werd het de piano. Vooral omdat ik onder de indruk was van de omvang van het instrument. Het fluiten heb ik tot voor kort enkel voor de lol gedaan.”

Wat fluit u zoal?

„Je zult mij zelden een compleet stuk horen fluiten. Meestal is het een mix van wat ik hoor en van wat mij te binnen schiet. Een kinderliedje gecombineerd met een vioolconcert van Mozart bijvoorbeeld, waarbij improvisatie veel ruimte krijgt. Van mijn inzending voor het WK –de tango ”Chiquilin de Bachin” van de Argentijnse componist Astor Piazzolla– was 60 procent geïmproviseerd.”

Wanneer hebt u het voor-het-vaderland-wegfluiten ingeruild voor het kunstfluiten?

„Ik ben nooit bezig geweest met de vraag of ik goed kan fluiten en wist niet eens dat er kunstfluiters zijn. Na mijn conservatoriumstudie heb ik een eigen concertserie ”Verrassend Klassiek” opgezet in de Johanneskerk in Amersfoort. Bij het verzamelen van ideeën daarvoor, stuitte ik op Geert Chatrou, die zelf drie keer het wereldkampioenschap kunstfluiten won. Ik heb een aantal concerten met hem gegeven. Toen ik een keer na een repetitie gedachteloos liep te fluiten, viel dat Geert in positieve zin op. Hij meende dat ik ook een keer mee moest doen aan het WK kunstfluiten. Ik vond het echter een brug te ver om voor zo’n wedstrijd naar Amerika te vliegen. Nu het WK dit jaar vanwege corona voor het eerst online werd gehouden, heb ik mijn kans gegrepen en het stuk van Piazzolla ingestuurd.”

Piazzolla heeft uw hart gestolen?

„De tango ”Chiquilin de Bachin” raakt mij emotioneel, elke keer weer. Het stuk gaat over een straatjongetje in Argentinië dat rozen probeert te verkopen aan mensen die in op het terras van restaurants zitten. Een uitgewerkte partituur van het stuk is niet voorhanden, het betreft slechts een melodie met aanwijzingen voor akkoorden. Ik arrangeerde het werk ooit voor piano, viool, cello en zang. Voor het WK schreef ik een pianopartij, die ik zelf inspeelde om vervolgens de melodie te fluiten en op te nemen. In ”Chiquilin de Bachin” komen mijn fluitkunsten goed tot hun recht. Ik kan mijn gevoel goed in dit stuk kwijt en er is ruimte om virtuoze elementen toe te voegen.”

Was de concurrentie groot of bleek winnen een eitje?

„Het leuke van een onlinewedstrijd is dat je alle inzendingen kunt bekijken. In het begin zaten er de nodige matige bijdragen tussen, maar naarmate de tijd verstreek, werd het niveau steeds hoger. Er bleken ook vijf voormalige wereldkampioenen kunstfluiten mee te doen. Uit de 131 deelnemers werden 25 finalisten gekozen. Van hen haalden er elf ooit een prijs op een WK-finale. Ik had daarom niet gedacht dat ik de finale zou winnen.”

Waar heeft u de winst aan te danken?

„Het juryrapport heb ik nog niet gekregen. Het viel mij op dat diverse inzendingen technisch heel knap zijn, maar in muzikaal opzicht onder de maat blijven. Technisch ben ik niet de beste fluiter ter wereld, maar er zit wel muziek in mij. Op dat laatste heb ik de nadruk proberen te leggen. Sowieso is kunst meer dan een kunststukje. Het gaat om het maken van muziek.”

Stelde het teleur dat u niet in de top drie van de jury staat?

„De punten van de driekoppige jury telden voor 80 procent mee, de stemmen van het publiek voor 20 procent. De 1300 stemmen die ik van kijkers kreeg, hebben mede voor de eerste plaats gezorgd. Dat laatste is natuurlijk een beetje dubieus, want als je veel mensen weet te mobiliseren, eindig je hoger. Maar de eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat een jury niet altijd objectief handelt. Soms belonen juryleden enkel degenen die in hun eigen straatje passen of is hun stemgedrag sterk afhankelijk van hun stemming. Grappig genoeg ziet de top drie van Geert Chatrou er compleet anders uit dan die van de jury.”

Kan iedereen goed leren fluiten?

„Een muzikaal ontwikkeld gehoor en voorstellingsvermogen zijn onmisbaar, anders hoor je de nuances in de intonatie onvoldoende en klinkt iets snel vals. Als ik in mijn hoofd een bepaalde toon in gedachten heb, gaan mijn lippen wonderlijk genoeg zo staan dat die toon ook klinkt. Een muzikale opleiding en ervaring in het samenspelen met andere musici dragen ook bij aan het goed kunnen fluiten. Niet voor niets hebben de drie winnaars van dit jaar elk een muzikale opleiding genoten.”

Wat is uw geheim?

„Geen idee. Van veel technieken weet ik niet eens hoe niet ik dat doe. Net als Geert Chatrou. Hij vertelde me dat hij met een mond vol tanden staat als mensen vragen om hun les te geven, omdat hij hen nauwelijks wegwijs kan maken in de techniek van het fluiten. Natuurlijk komt het kunstfluiten je niet aanwaaien. Ik denk dat het om een combinatie van aanleg, gevoel en vele uren trainen gaat. Zo is mijn bereik steeds groter geworden en omvat dit nu drie octaven, tot en met de hoogste c op een piano.”

Wat levert het winnen van het WK u op?

„Een mooie titel en de kampioensbeker. Verder hoop ik op uitnodigingen voor concerten. Waarschijnlijk ga ik samen met een orkest werk van Piazzolla uitvoeren. Optreden op festivals lijkt mij leuk, misschien zelfs samen met Geert Chatrou. Voorwaarde is wel dat het publiek stil en aandachtig luistert. Fluiten voor publiek is voor mij alleen leuk als het echt om de kunst gaat. Niemand hoeft mij dus uit te nodigen voor een setting waarin ik mag proberen boven het geroezemoes uit te komen. Hopelijk kan ik daarnaast bij internationale evenementen een voet tussen de deur te krijgen. Als dat lukt, ga ik flink oefenen om beter te worden. Zo was ik niet helemaal tevreden over mijn inzending voor het WK, omdat sommige noten niet loepzuiver zijn.”

De piano hangt u aan de wilgen?

„Nee, al geef ik tegenwoordig veel minder concerten en richt ik mij op het lesgeven. Daarnaast ben ik een bedrijfje begonnen. Ik coach online drukbezette mensen uit het bedrijfsleven, zodat ze meer balans in hun leven krijgen.”

Heeft het WK contacten met kunstfluiters opgeleverd?

„Als prijswinnaars, de Amerikanen Brian Crowley en Lauren Elder en ik, gaan we een trio vormen. We nemen elk onze partij op, voegen die samen en zetten het stuk vervolgens online. Zulke contacten zijn inspirerend.”

---

In Spanje op straat spelen

Na zijn conservatoriumtijd is Frank Oppedijk klaar met de piano en verkoopt hij zijn vleugel. Om na een rustperiode en een tijdje werken in de horeca met een draagbare digitale piano naar Spanje te reizen om daar op straat te spelen. De passie voor de piano komt terug. Eenmaal weer in Nederland koopt Oppedijk een piano én een vleugel, zonder hij er onderdak voor heeft. Een briefje op de deur van Amersfoortse Johanneskerk –”Wij zoeken een vleugel”– brengt uitkomst. De vleugel staat nog altijd in deze kerk.

---

De liefde vinden dankzij muziek uit een open raam

De liefde van je leven vinden via de muziek. Mooier kun je het voor musici toch niet maken? Frank Oppedijk en zijn vrouw Anoek Brokaar groeiden allebei op in Amersfoort en studeerden beiden aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. De pianist en de violist liepen elkaar echter niet voor het eerst in de hofstad tegen het lijf.

„Anoek had wekenlang een melodie in haar hoofd. Hoe ze ook peinsde, het lukte haar niet te achterhalen om welk stuk het ging”, vertelt Oppedijk. „Ze vroeg veel mensen in haar omgeving of zij haar konden helpen. Zonder resultaat.”

Oppedijk oefende in die tijd vaak in de muziekschool in Amersfoort, omdat de buren niet gecharmeerd waren van zijn pianospel. „Op een dag zocht ik mijn spullen bij elkaar om richting muziekschool te gaan. In een impuls pakte ik ook de vioolsonates van Brahms, hoewel ik niet eens een violist kende om ze mee te spelen. Eenmaal in de muziekschool zette ik dit boek op de lessenaar en begon het eerste deel van Brahms’ Tweede sonate te spelen. Juist op dat moment liep Anoek buiten langs en hoorde ze door het open raam de melodie klinken, die ze al weken in haar hoofd had. Ze liep daarom de muziekschool binnen om na te gaan wie dit stuk zat te spelen. Ik kon haar uit de droom helpen.”

Oppedijk was toen 18 en Brokaar een jaar jonger. Al tijdens hun eerste contact ervoeren de twee diepe verbondenheid en voelden ze zich bij elkaar op hun gemak. Oppedijk: „Het leek ons leuk samen muziek te maken en we prikten daarvoor een paar data. Niet lang daarna gingen we verder als een stel.”