In memoriam organist Jean Guillou: het mirakel uit Parijs

Jean Guillou bij het Van den Heuvelorgel in de Saint-Eustache in Parijs. beeld AFP

De Franse organist Jean Guillou, die zaterdag op 88-jarige leeftijd overleed, was als mens een tikje schuchter. Maar als virtuoos bespeler van alle mogelijke orgels over de hele wereld maakte het „mirakel uit Parijs” de nodige gevoelens los: van euforie tot afkeer.

De naam van Guillou is voor altijd verbonden aan de Saint-Eustache in Parijs, waar hij in 1963 werd benoemd en waar hij pas in september 2014 –inmiddels 84– afscheid nam. In die kerk realiseerde de Nederlandse orgelbouwer Van den Heuvel in 1989 een gigantisch instrument, dat in september 1989 onder grote belangstelling uit Nederland door Guillou werd ingespeeld.

De Fransman deed in 1976 voor het eerst Nederland aan, met een concert in Haarlem. Een tournee in 1978 bracht vervolgens ruim 6000 mensen op de been. Het jaar erop kwam hij opnieuw, voor een tour langs orgels in onder andere Haarlem, Zwolle, Bolsward en Rotterdam. Het Reformatorisch Dagblad riep juli 1979 zijn lezers op de concerten bij te wonen. „De gemeenplaats: „dit mag u niet missen” is hier volledig van kracht. Het is een belevenis Jean Guillou te horen spelen.”

Mensen kwamen af op het virtuoze spel van de Fransman, die soms halsbrekende toeren uithaalde. Hij speelde alles uit het hoofd en beheerste de moeilijkste partituren. Daarbij was hij allerminst een stijlpurist. Guillou speelde als allroundmusicus op ieder orgel alles, op vaak controversiële wijze.

Dat leverde behalve euforie ook de nodige kritiek op. De manier waarop hij Bach speelde werd in Trouw als „even bizar als bedroevend” gekenschetst. „Dit Bachspel kan níét serieus worden genomen.” Een ander medium: „Guillou lapt alles aan zijn laars.” Weer een ander: „Het is alsof je op de kermis staat.”

Zelf stelde de maestro in 2000 in een RD-interview dat deze manier van spelen voor hem „heel natuurlijk” was. „Het is niet mijn intentie excentriek te zijn. Het is toch komisch dat mensen wel verrukt zijn wanneer ze een pianist iets nieuws met een Beethovensonate horen doen, maar dat hetzelfde voor een organist taboe is. Het lijkt wel alsof sommigen willen dicteren hoe je Bach moet spelen. Een organist mag toch wel zelf nadenken? Anders leeft de muziek, de kunst niet en hebben we met diepbevroren materie te maken.”

Guillou –leerling van Dupré, Duruflé en Messiaen– maakte ook naam als improvisator, componist en orgelbouwadviseur. Er verschenen meer dan honderd opnamen van zijn hand, onder andere op het Nederlandse label Festivo.

Guillou bleef ondanks zijn hoge leeftijd spelen. Hij reisde de afgelopen jaren nog de hele wereld rond. Voor de stichting Vox Humana zou hij komend voorjaar nog, samen met de Slowaakse Zuzana Ferjenčíková, optreden in de Rotterdamse Laurenskerk. Het mirakel is echter niet meer.