Improviseren met de hele klas op Eben-Haëzerschool Rhenen

Zeshandig pianospel. beeld RD, Anton Dommerholt
4

De één speelt viool, een ander zit achter het harmonium, weer een ander achter de piano. Elke leerling in groep 8 van Adrie van Manen heeft een eigen rol tijdens de muziekles. „Uiteindelijk gaat het om de ondersteuning van het geestelijk lied”, zegt de leerkracht uit Rhenen.

Er zijn weinig klaslokalen met vijf harmoniums en twee piano’s. Wie deze ruimte binnenloopt ziet direct: hier wordt enthousiast muziek gemaakt. Aan de ene wand hangen portretten van historische en kerkelijke grootheden: Voetius, Thorbecke, ds. Van den Oever, koningin Wilhelmina. Aan de andere wand een hele rij componisten: Bach, Grieg, Fauré, Mozart.

We zijn in het lokaal van groep 8 van de Eben-Haëzerschool in Rhenen. Vandaag luisteren de leerlingen naar een sonate van Johannes Brahms. Meester Adrie van Manen stelt vragen aan de klas. Hoe heette zijn beste vriend? Welke stijlperiode hoort bij de 19e eeuw? Vast onderdeel van de muziekles is het improviseren. Dat gebeurt aan de hand van de rondovorm. „We beginnen met een heel simpele vorm”, zegt Van Manen, terwijl hij de letters a-b-a op het digibord schrijft.

Zeshandig pianospel. beeld RD, Anton Dommerholt

Laura en Justin beginnen. Ze mogen zelf bedenken welke tonen ze laten horen. Laura speelt een stukje op de fluit, Justin op de piano, en dan gaat Laura weer. „Top, ga maar zitten”, zegt de meester. „We gaan uitbreiden.”

Hij voegt de letter c toe, zodat er a-b-a-c-a op het digibord komt te staan. Nu is er een extra leerling nodig om de c-partij te spelen.

En zo breidt Van Manen verder uit, met steeds een letter extra, totdat alle leerlingen meedoen. Je mag zelf bedenken welke tonen je speelt. Die opdracht leidt tot een gevarieerd geheel: de één speelt op viool een klassiek motief, een ander drukt gewoon heel veel toetsen tegelijk in („Dat noem je een cluster”, legt de meester uit), weer een ander speelt op piano een regel uit ”Stille Nacht” en een vierde tikt gewoon met z’n potlood op tafel.

In de blauwe mappen staan de geestelijke liederen. beeld RD, Anton Dommerholt

Van Manen geeft de spelers een tip. „Luister goed naar je voorganger, probeer iets in zijn of haar ritme te doen. Je mag ook na-apen, dan hoef je zelf niets te bedenken.”

Solisten

Na de improvisatieles komen de blauwe mappen op tafel. Daarin staan geestelijke liederen uit de bundel ”Elk zing’ Zijn lof”.

„Zoek lied nummer 178”, zegt Van Manen. ”De verloochening van Petrus”. Alle leerlingen gaan staan. Meester nummert op het digibord van 1 tot 6, en geeft per couplet aan welke instrumenten meedoen. Vier leerlingen lopen met hun blauwe map naar voren: de solisten.

En zo klinkt het uit alle monden: „Jezus sprak: dit is de nacht/ van de duivel en zijn macht/ voor het kraaien van de haan/ en het morgenlicht breekt aan/ vluchten jullie van Mij weg/ ’t Is voorwaar wat Ik nu zeg.”

Fluitisten, violisten, pianisten. beeld RD, Anton Dommerholt

Het is bijna kwart over drie. Tot slot zingt de klas, staand, Psalm 68 vers 14, uit het bovenstemboek van Van Manens collega Martijn den Haan. Van Manen begeleidt op de piano, terwijl hij zelf luid de bovenstem zingt.

Geestelijk lied

„De leerlingen krijgen twee keer in de week muziekles”, legt Van Manen na schooltijd uit. „Meestal duurt een muziekles een halfuur of drie kwartier. Daarnaast krijgen ze vier keer per week ”Luisterland”.” De muziekles bestaat uit drie onderdelen: improviseren, het geestelijk lied en het wereldlijk lied.

„De rondovorm die we nu behandelen, kom je vaak tegen in de klassieke muziek. Iedereen krijgt een beurt. Leerlingen blijven naar elkaar luisteren en kijken, want iedereen is benieuwd: Wat gaat mijn klasgenoot doen?”

De kern van de muzieklessen is het geestelijk lied, zegt Van Manen. „Uiteindelijk is alles wat we doen tot ondersteuning van het geestelijk lied.”

De muziekles is bij van Manen in goede handen. Als organist sleepte hij menig prijs in de wacht. Zo won hij vorig jaar in de Groningse Martinikerk de eerste prijs van het prestigieuze SGO-orgelconcours. Blijven leren, is zijn motto, en dat houdt hij ook zijn klas voor. Orgellessen volgt hij bij de organist Gerben Mourik in Oudewater. „De kinderen zeggen weleens verbaasd: Hebt u dan nog les? Ja, zeg ik dan, er valt ook voor mij nog heel veel te leren.”

Adrie van Manen begeleidt het zingen van de klas op de piano. beeld RD, Anton Dommerholt

Intussen bespelen in de klas al heel wat kinderen een instrument. Van Manen: „Er zijn twee violisten, drie dwarsfluitisten, een blokfluitist, drie pianisten. Het optreden is een goede oefening. Vooral voor het solo zingen is best lef nodig. Ongeveer de helft van de leerlingen vindt solo zingen nog best spannend.”

Eén keer per jaar geven de leerlingen en leerkrachten van de school een concert in de Cunerakerk in Rhenen. Het wordt georganiseerd in samenwerking met Woord en Daad. Van Manen wijst naar een van zijn harmoniums. „Deze nemen we altijd mee naar de Cunerakerk. Het heeft een breed geluid en is loeisterk. We begeleiden het docentenkoor ermee. Er staat in de Cunerakerk ook een prachtige vleugel, waar de kinderen op mogen spelen.”

Dit is het tweede artikel in een drieluik over muziek op de basisschool.