Het pensioen van kernfysicus Eduard van Hengel (81): hele dagen Bach

Eduard van Hengel: „Ik zou heel graag willen weten wat Bach van de hedendaagse uitvoeringen van zijn muziek zou vinden.” beeld RD, Anton Dommerholt
2

Na zijn werkzame leven als kernfysicus bouwde Eduard van Hengel (81) gestaag aan een website over de vocale muziek van Bach. Het schrijven van toelichtingen liep uit de hand en groeide uit tot een immense ‘Bachipedia’. „Mijn site heeft als doel het naïeve luisteren een verdieping te geven.”

Alle kerkcantates, oratoria, missen en motetten van Bach staan ondertussen op zijn site. De afgelopen vijftien jaar voorzag Eduard van Hengel alle vocale werken van Bach van teksten, vertalingen, toelichtingen, schema’s en links naar uitvoeringen. Wie nog dieper in de materie wil duiken, klikt door naar de oorspronkelijke handschriften van Bach. Op zoek naar een cantate met een specifieke bezetting of voor een bepaalde bestemming? Volg de stappen in de uitgebreide zoekfuncties en de desbetreffende cantates rollen eruit.

„De afgelopen weken ben ik bezig geweest met het allerlaatste vocale werk van Bach, waar ik vreemd genoeg nog nooit mee bezig was geweest”, vertelt de 81-jarige kernfysicus in de verstilde stadstuin achter zijn statige 19e-eeuwse woning. Alleen de straaljagers van de nabijgelegen vliegbasis Volkel verstoren de paradijselijke rust in hartje ’s-Hertogenbosch.

„Toen Bach de zestig al was gepasseerd zette hij het ”Stabat Mater” van Pergolesi om naar een Duitse versie met de woorden van Psalm 51. Het is ontzettend interessant om te zien wat Bach doet met de muziek van zijn 25 jaar jongere Italiaanse collega. Die rococomuziek is echt van een andere orde, dat was de wereld van zijn kinderen! Maar de oude Bach kijkt daar toch serieus naar en probeert deze muziek zijn eigen universum binnen te halen door de muziek op allerlei punten te verbeteren en te verrijken.”

Wat doet een fysicus in de musicologie?

„Ik ben opgeleid als kernfysicus. Dat leek mij het spannendste onderdeel van de natuurkunde. Maar na mijn studie dwaalde ik al snel af. Vanwege de ontwikkeling van kernwapens hield ik mijn hart vast, en de civiele toepassing van kernenergie zag ik ook niet zo zitten vanwege de risico’s. Ik was vooral bezig met kritisch nadenken over de maatschappelijke functie van natuurwetenschap. Ik behoorde tot degenen die ervoor zorgden dat er op verschillende universiteiten structureel aandacht werd geschonken aan deze kritische reflectie. Zodoende begaf ik mij vooral in het gezelschap van filosofen. En juist daar voelde ik mij steeds een fysicus. Met breed uitgesponnen visies heb ik altijd wat moeite gehad. Ik ben meer filosoof op de vierkante centimeter.

Als wetenschapsfilosoof moest ik mij bezighouden met vakgebieden waar ik aanvankelijk weinig tot geen kennis van had. Om er iets verstandigs over te kunnen zeggen, moest ik mij dus voortdurend verdiepen in voor mij vreemde materie. Dat heeft zeker geholpen om mij ook de musicologie eigen te maken.

Al die toelichtingen schreef ik met in het achterhoofd de zangers van het Brabants Kamerkoor, waarin ik zong, en de concertbezoekers. Maar verrassend genoeg bezoeken ook veel professionals mijn website om zich in te lezen op de cantate die ze moeten uitvoeren.”

Wat is het succes van uw website?

„De website is volledig. Alle cantates, missen, motetten en oratoria komen aan bod. Het heeft allemaal als doel het naïeve luisteren een verdieping te geven.

Meer dan 200 bezoekers per dag weten mijn site te vinden. Wat ik ook kan zien, is welke pagina’s het meest worden bezocht. In een bepaalde week zijn dat steevast de cantates die Bach componeerde voor die specifieke zondag. Kennelijk zijn er veel mensen die zich aan de hand van Bach door het kerkelijk jaar laten leiden. Zelf houd ik er geen Bachrituelen op na; ik luister niet, zoals prins Claus dat deed, elke ochtend een Bachcantate. Ook speel ik niet, zoals Maarten ’t Hart, elke dag een prelude en fuga uit ”Das wohltemperierte Klavier”."

Wat is kenmerkend aan uw toelichtingen?

„Toen ik begon met het schrijven van stukjes voor concertprogramma’s voor het Brabants Kamerkoor, probeerde ik de kunst af te kijken van bestaande programmatoelichtingen. Dat viel niet mee. Wat mij opviel, is dat deze vooral bestonden uit een verzameling biografische gegevens. Maar daar help je de luisteraar niet mee. Zij willen wat weten over de muziek zelf. Ik vond dat ik dat beter kon, eigenwijs als ik was. In de bibliotheek bakte ik eigen stukjes die meer ingingen op de tekst. De tekst vertelt iets over de muziek en de muziek over de tekst.

Ik kan wat over vocale muziek schrijven, maar bij louter instrumentale muziek haak ik af. Daar mis ik dan toch de tekst als gids.

In het begin plaatste ik bestaande vertalingen van de cantateteksten bij de toelichtingen. Mijn vrouw, Ria, is professioneel vertaalster van Duitse literatuur, maar ik durfde haar eerst niet te vragen zich te wagen aan die dubieuze Bachteksten. Dat vond ik beneden haar stand. Uiteindelijk heeft zij toch zeker de helft van de cantates van een vertaling voorzien en de andere helft geredigeerd.”

Dubieuze Bachteksten?

„Ik wil niet onaardig doen hoor, maar de teksten die Bach gebruikte staan zo ver van onze belevingswereld af. Om die te begrijpen is wel enige toelichting nodig. Poëtisch gezien zijn ze ook niet zo sterk. Maar vooruit, de kwaliteit is wisselend. Met name de koralen springen eruit, die teksten zijn doorgaans zeer geslaagd.

Bach componeerde vanuit de teksten en wist die vaak heel gedetailleerd in muziek om te zetten; daarom biedt kennis van de relatie tussen tekst en muziek een extra toegang tot de muziek. Maar de muziek overstijgt natuurlijk de letterlijke tekst.”

Wat hebt u zelf met de geloofswereld die in Bachs kerkmuziek naar voren komt?

„Eerlijk gezegd niet zo veel. Ik heb een goede hervormde opvoeding genoten en die heb ik ook heel serieus genomen. Toen ik mij bezighield met bewapeningskwesties en de Koude Oorlog deed ik dat aanvankelijk heel bewust vanuit de kerkelijke traditie. Na mijn studietijd ging ik dan ook direct aan de slag bij Kerk en Wereld. Ik werd geïnspireerd door ideeën die ik aantrof in de seculiere werkelijkheid en ik was alleen maar bezig deze terug te vertalen naar een christelijk taalveld. Dat begon ik als een belastende omweg te ervaren. Mijn laatste relatie met het christendom was het arbeidscontract bij de Nederlandse Christen Studenten Vereniging (NCSV), dat afliep op 1 maart 1971.”

Toch wordt u geraakt door de kerkmuziek van Bach.

„Zeker, maar dat staat los van de verbale inhoud waar Bach zijn muziek op baseerde. Van Mendelssohn is een interessant gesprek opgeschreven over zijn ”Lieder ohne Worte”, een reeks pianostukken met de structuur van een lied, maar dan zonder woorden. Mensen wisten Mendelssohn soms haarfijn te vertellen op welke gedichten hij deze pianowerken gebaseerd zou hebben. Mendelssohn reageerde dat hij bij het maken van zijn melodieën best weleens geïnspireerd werd door een bepaald gedicht. Maar het heeft volgens hem totaal geen zin om die oorspronkelijke woorden terug te halen, want de muziek is veel rijker dan de taal. De muziek raakt emoties veel directer dan de taal. Daarom kan het ook zo zijn dat al die niet-gelovigen zo van Bachs muziek houden en massaal zijn ”Matthäus Passion” bezoeken.

Dat muziek de emoties direct raakt, had men in de tijd van Bach ook al wel door. De preek had twee onderdelen: de verbale preek en de muziek, meestal in de vorm van een cantate. Als de muziek geklonken had, stond de predikant met 4-0 achter.”

Iedereen weet wel de mooiste aria of het meest indrukwekkende koordeel aan te wijzen. Maar wat is volgens u het mooiste recitatief dat Bach componeerde?

„Het tweede deel uit cantate BWV 63. Een recitatief voor de alt, begeleid door een vierstemmige strijkersgroep. Alleen al als ik eraan denk, schieten de tranen mij in de ogen. Die harmonische rijkdom en wat Bach allemaal met de tekst uithaalt, het is zo ongelofelijk mooi.”

Stel, u zou Bach een vraag kunnen stellen…

„Ik zou heel graag willen weten wat Bach van de hedendaagse uitvoeringen van zijn muziek zou vinden. Waarschijnlijk zou hij steil achteroverslaan van verbazing en onder de indruk zijn van de hoge kwaliteit van de huidige uitvoeringen. Het is de vraag of er in Bachs tijd serieus werd gerepeteerd. Mendelssohn wordt door verschillende auteurs aangewezen als degene die begon met het systematisch repeteren. Tot in de 19e eeuw werd de muziek vaak uitgevoerd terwijl de inkt van de partijen nog nat was.”

---

Eduard van Hengel

Eduard van Hengel werd in 1937 geboren in Oudenrijn (Utrecht). In 1965 studeerde hij af als kernfysicus aan de Rijksuniversiteit Utrecht om vervolgens aan de slag te gaan als studiesecretaris bij Kerk en Wereld in Driebergen. Daarna was Van Hengel een jaar als politiek dienstweigeraar werkzaam bij de Deltadienst van Rijkswaterstaat in Den Haag. Van 1967 tot 1971 was hij algemeen secretaris bij de Nederlandse Christen Studenten Vereniging (NCSV) in Zeist, vervolgens kreeg hij de functie van hoofd bureau Studium Generale aan de Technische Universiteit Eindhoven. Van 1980 tot 2002 was Van Hengel docent aan de Landbouwuniversiteit Wageningen bij de vakgroep wijsbegeerte.

Als amateurmusicus was Van Hengel actief als organist, paukenist, fagottist en blokfluitist. Momenteel zingt hij nog in diverse koren en speelt hij piano in kamermuziekgezelschappen. Voor het Brabants Kamerkoor en barokensemble De Swaen (Amsterdam) schreef hij lange tijd programmatoelichtingen.

Vanaf 2006 bouwt Van Hengel aan een website met ‘alles’ over de vocale muziek van Bach.

De kernfysicus is getrouwd met Ria van Hengel, vertaalster van Duitse literatuur. Samen kregen ze twee kinderen, vier kinderen en een achterkleinkind.

Meer informatie: www.eduardvanhengel.nl