Gerben van der Werf: ambassadeur van de klassiek muziek

Gerben van der Werf. beeld Sjaak Verboom

Jarenlang zong hij onder Bouwe Dijkstra in het Kampen Boys Choir. Nu werkt countertenor Gerben van der Werf (23) aan een carrière als solozanger. Wat hem drijft? „Je mag me wel een ambassadeur van de klassieke muziek noemen.”

video

Hij heeft heel wat in zijn mars. Na de Pieter Zandt in Kampen ging Gerben van der Werf in Utrecht studeren. Aanvankelijk scheikunde, vervolgens ook natuurkunde en een jaar later eveneens het conservatorium.

In die periode bood dirigent Pieter Jan Leusink hem een baan aan als zanger in zijn Bach Choir. „Dat heb ik van 2012 tot 2016 gedaan. Vijftig concerten per jaar. Ik weet ook niet hoe ik het allemaal gedaan heb.”

Inmiddels zit de Utrechtse zanger in het derde jaar van het conservatorium. Daarnaast doet hij de onderzoeksmaster wetenschapsfilosofie. Hij doet nuchter over zijn wapenfeiten. „Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg, was het devies. Of zoals Bouwe Dijkstra kon zeggen: Goed gedaan, maar...”

In 2016 studeerde hij een jaar in Londen bij de beroemde countertenor Lawrence Zazzo aan het Royal College of Music, het tweede conservatorium van de wereld. Daar ging een knop om, vertelt Van der Werf. „Ik stond voor de vraag of ik wilde wat ik daar meemaakte: een zangcarrière, in je eentje op het podium, de wereld over als solist.” En? „Ja, dat wil ik. Ik heb geaccepteerd dat mensen mooi vinden wat ik doe, dat ze genieten van wat ik goed kan.”

Hoe de zanger dat voor zich ziet? „Ik denk dat ik m’n brood kan verdienen als solist. Maar ik kan me niet zo’n voorstelling maken hoe zo’n leven is. Ik vind het niet negatief om veel te reizen. Internationale optredens lijken me leuk.”

Rivaal

Gerben groeide op met klassieke muziek. Zijn opa had veel cd’s en luisterde naar Radio 4. Lachend: „En mijn vader kwam in zijn verkeringstijd te laat bij m’n moeder omdat hij de Johannes Passion van Arvo Pärt eerst af moest luisteren.”

Hij weet nog waar het zaadje van zijn zangcarrière werd gestrooid. „Het was bij een kerstconcert van het Roder Jongenskoor in de Bovenkerk in Kampen. Ik zeurde vervolgens een halfjaar dat ik op het Kampen Boys Choir wilde.” Zo gebeurde. Vanaf zijn 7e tot z’n 19e zong Gerben in het jongenskoor.

Bouwe Dijkstra, die het koor tot 2011 leidde, heeft hem gevormd. „Hij is in maart vorig jaar overleden. Toen realiseerde ik me hoeveel hij voor me heeft betekend. Hij was een voorbeeld en wist ons aan zich te binden. Hij creëerde ook een competitieve sfeer. Mijn beste vriend Dirk was op het koor tegelijk mijn grootste rivaal. Dan stuw je elkaar tot grote hoogte. Sowieso hadden we een goede lichting: wel vijf of zes jongens konden solo zingen.”

Vol en rond

Eerst zong Gerben als jongenssopraan. Na zijn stembreuk ging hij verder als altus, ofwel countertenor. „Dat was heel normaal. En als je je als alt niet op je plek voelde, werd je tenor of bas. Het zingen als countertenor ging mij echter gemakkelijk af. En die had Bouwe ook altijd nodig.”

Dat sommige mensen iemand verwijfd noemen die zo hoog zingt, doet hem niets. „Ik let er niet op. Het is een onderdeel geworden van mijn leven. Ik luister trouwens zelf niet graag naar counters. Ik hoor vaak liever het volle en ronde stemgeluid van een vrouwelijke alt. Dat inspireert me meer.”

Wie zijn voorbeelden zijn? „Ik was fan van Lawrence Zazzo, tot ik in Londen bij hem ging studeren. En zijn interpretatie vind ik nog steeds heel sterk. De Georgische mezzosopraan Anita Rachvelishvili vind ik geweldig. Ik heb haar in Londen live gehoord. Ik was diep onder de indruk.”

Opera

Van der Werf groeide op in de gereformeerde gemeente van Kampen. Inmiddels kerkt hij in de Utrechtse Jacobikerk. Waar liggen voor hem de grenzen in zijn werk als beroepszanger? „Toen ik bij Pieter Jan Leusink zong, was ik gevrijwaard van optredens op zondag. Lang heb ik aan dat principe vastgehouden. Inmiddels zing ik soms op zondag, in cantatediensten of tijdens vespers hier in de Domkerk.”

Hij kijkt anders dan vroeger tegen de zondag aan, zegt hij. „Ik ga naar de kerk omdat ik het wil, niet omdat het moet. Ik probeer die dag nog steeds vrij te houden. Maar ik voel me ook vrij om op te treden. Ik heb niet het idee dat mijn persoonlijk geloof afbrokkelt. Eerder ben ik er meer op betrokken.”

Veel zangers zingen ook in opera’s. Hoe staat Van der Werf daarin? „Toen ik 12 was, had ik al mijn operadebuut in ”Die Zauberflöte” van Mozart. In de openlucht op de Vismarkt in Groningen. Dat was een bijzonder moment. Maar voor mijn ouders was het één keer en niet weer.”

Zelf ziet Van der Werf weinig kwaads in de opera. „Ik begrijp niet goed wat het probleem is. Ik heb in het koor van de Nederlandse Opera gezongen. Hartstikke leuk. Dat het toneelspel is? Dat vind ik onzin. Iedereen heeft momenten dat hij een rol speelt en niet zichzelf is.”

En de inhoud? „Vaak is het een prachtig verhaal, met indrukwekkende scènes en een heel mooie boodschap. In veel opera’s komen de grote vragen van het leven aan de orde.”

Barok

Als countertenor zingt Van der Werf veel barokmuziek: cantates en passionen van Bach of oratoria van Händel. „Prachtige muziek. Maar ik zou ook wel Puccini, Verdi en Wagner willen doen. Dat wordt ’m echter niet.”

Wel vertolkte hij de liedcyclus van de 20e-eeuwse componist Gerald Finzi. „Dat is laatromantische Engelse muziek. Fantastisch! Daar kan ik mijn ei in kwijt.”

Op z’n wensenlijstje staat ”A Midsummer Night’s Dream” van de Britse componist Benjamin Britten. „Dat stuk heeft een prachtige hoofdrol voor de countertenor. Het zou fantastisch zijn om zo’n stuk nog eens te zingen. Van welke plek ik droom? Het Royal Opera House in Londen, of La Scala in Milaan.”

Power

Vrijdag soleert Van der Werf in Amersfoort in de ”Messiah” van Händel (zie ”Scratch van de Lodenstein”). „Een prachtig werk. Een beetje mystiek. En schitterende aria’s. Direct al mijn eerste solo: ”But who may abide”. Heel ernstig. De aria ”Thou art gone up on high” is juist levendig, met veel power.”

Vorig jaar zong hij ook bij de scratch van het Van Lodenstein College. Daaraan bewaart hij een bijzondere herinnering. „Ik had er in Londen bij Zazzo hard aan gewerkt. Het stuk is voor de alt best laag. Terug uit Londen zat ik echter niet lekker in mijn vel. Er stond spanning op, ik was heel nerveus. Het was de eerste keer. Mijn ouders waren er ook. Ik keek hun kant op. Toen had ik even een onderonsje met m’n vader. Hij knikte me toe: Je kunt het. Dat was een heel bijzonder vader-zoonmoment. Vervolgens ging het goed die avond.”

Overgave

Heeft het voor Van der Werf een meerwaarde dat hij als christen de ”Messiah” zingt? „Ik kan me goed inleven in de boodschap van dit werk. Maar dat kan ik bij een opera van Händel ook. Die zing ik ook vol overgave.” Een evangelist voelt hij zich dus niet als hij de ”Messiah” vertolkt? Aarzelend: „Stiekem misschien toch wel.”

Mooi vindt hij het dat de scholieren van de Lodenstein zo enthousiast met deze muziek bezig zijn. „Daar worden anderen door aangestoken. Dat is wat ik ook wil bereiken met mijn optredens. Als mijn studiegenoten bij een concert komen luisteren en enthousiast worden van de muziek die ik zing: dat is toch prachtig!”

Is dat zijn missie? „Ja, zo kun je dat wel zeggen. Noem me maar een ambassadeur van de klassieke muziek.”

Meer informatie: www.gerbenvanderwerf.com

---

Scratch van de Lodenstein

Gerben van der Werf werkt vrijdagavond als solist mee in de scratch-Messiah van het Van Lodenstein College in Amersfoort. Het is de vijfde keer dat de school zelf een uitvoering van het meesterwerk van Händel organiseert; eerder gingen de scholieren naar de scratch-Messiah in Leiden. Tijdens deze lustrumeditie treedt, net als vorig jaar, muziekdocent Jan-Geert Heuvelman op als dirigent. Hij leidt het koor (dat bestaat uit (oud-)leerlingen, leraren en geïnteresseerden) en het Ars Musica Orkest. Behalve Van der Werf (alt) werken Margreet Rietveld (sopraan), Falco van Loon (tenor) en Daniël Hermán Mostert (bas) als solist mee. De avond in de Sint-Joriskerk in Amersfoort begint om 19.30 uur. De entree bedraagt 10, 20 of 35 euro.

Meer informatie: www.scratchamersfoort.nl