Recensie: Noé Inui speelt Eugène Ysaÿe

De Belgische vioolvirtuoos Eugène Ysaÿe (1858-1931) was een absolute meester op zijn instrument, aan wie componisten als Franck, Chausson en Debussy werken opdroegen.

Ysaÿe componeerde ook. Toen hij eens Bachs Sonate voor soloviool in g (BWV 1001) hoorde spelen, inspireerde dat hem tot het componeren van de Zes sonates voor soloviool opus 27. In de voetsporen van Bach onderzocht Ysaÿe de meerstemmige mogelijkheden van de viool en je hoort dat de grote meester als het ware over Ysaÿe’s schouder meekijkt. In de tweede sonate duikt zelfs een citaat uit Bachs bekende Vioolpartita in E op. Maar dat maakt Ysaÿe’s sonates bepaald geen kopieën! Hij experimenteerde evengoed met modernismen als kwarttonen, heletoonstoonladders en vernieuwende stok- en linkerhandtechnieken.

Hoe technisch dit ook allemaal klinkt, Ysaÿe was wel degelijk uit op muzikale verdieping. Hij waarschuwde violisten niet alleen met techniek bezig te zijn. Een goede violist „moet hoop, liefde, passie en wanhoop hebben gekend, hij moet door het hele scala van emoties zijn gegaan om die te kunnen uitdrukken in zijn spel.” Zulke eisen kun je uiteraard alleen maar stellen aan de zeer groten.

Zo’n grote is Noé Inui, een jonge, uit Grieks-Japanse ouders geboren Belgische violist. Wat een techniek! Ysaÿe’s razend moeilijke dubbelgrepen, parallellen en akkoorden speelt Inui schijnbaar moeiteloos. Toch is zijn spel ook gepassioneerd en beeldend, transparant en met veel gevoel voor detail. Een geweldige prestatie!

Ysaÿe – Noé Inui; Ars Produktion (ARS 38 269); € 21,-; bestellen: www.ars-produktion.de

Allegro giusto non troppo vivo: Sonate 6 in E

Les Furies. Allegro Furioso, uit: Sonata 2 in a

Grave. Lente assai, uit: Sonata 1 in g