Recensie: Debuut-cd Geerten van de Wetering

Het jaar 1918 markeert een kantelpunt in de westerse geschiedenis. De Eerste Wereldoorlog is voorbij. Een nieuw tijdperk breekt aan, waarin ook orgelcomponisten zoeken naar nieuwe klanken.

Hendrik Andriessen verrijkt in 1918 de orgelliteratuur met zijn ”Fête-Dieu”. Anthon van der Horst volgt met zijn ”Suite in modo conjuncto”. Bij de oosterburen zijn het Paul Hindemith en Siegfried Reda die nieuw voor orgel schrijven. In Oostenrijk Johann Nepomuk David. Orgelmuziek in een nieuw tijdperk: Geerten van de Wetering, sinds 2012 organist van de Haagse Kloosterkerk, vult er op ‘zijn’ Marcussenorgel (1966) zijn eerste solo-cd mee. De instrumenten van Marcussen in de Utrechtse Nicolaïkerk (1957) en de Rotterdamse Laurenskerk (1959) gingen aan dat in de Kloosterkerk vooraf. Het zijn nog altijd hoogtepunten in het Nederlandse orgelbestand.

Ronduit voortreffelijk hoe Van de Wetering de Kloosterkerk met de nieuwe klankwereld vult; hoewel die wereld nu niet echt nieuw meer is. Voor mijn gevoel zou Andriessen op een Ademaorgel beter tot z’n recht komen, ondanks de in 2016 op het Kloosterkerkorgel aangebrachte bedienbare deurtjes van het borstwerk. Van der Horsts Toccata uit diens Suite, Hindemiths Sonate, Reda’s Orgelkonzert en Davids ”Wachet auf” zijn de Marcussen op het lijf geschreven.

In die wereld van nieuwe klanken kunnen enkele Bachkoralen en Buxtehudes Ciacona natuurlijk niet ontbreken. Deze oudjes blijven altijd nieuw.

1918 – Organ Music from a new Area, Geerten van de Wetering, orgel Kloosterkerk Den Haag; Excellent Recordings (ER 133218); € 16,95; bestellen: www.geertenvandewetering.nl

Toccata, uit: Suite in modo conjuncto (Anthon van der Horst)

Herr Gott, nun schleuß den Himmel auf, BWV 617 (Johann Sebastian Bach)

Vivace, uit: Orgelkonzert III (Siegfried Reda)