Dr. Anthon van der Horst na vijftig jaar herdacht

Dr. Anthon van der Horst in 1956. Beeld J. D. Noske J. D. Noske
5

Hij dirigeerde vanaf 1931 jarenlang de Matthäus Passion in Naarden. Had een grote invloed op zeker twee generaties organisten. Stond bekend als Bachkenner. Schreef vernieuwende orgelcomposities. Zaterdag 7 maart vijftig jaar geleden overleed op 65-jarige leeftijd dr. Anthon van der Horst. Een reactie van twee oud-leerlingen, een dirigent en een organist die graag de werken van Van der Horst speelt..


Hollandse helderheid

tekst Jaco van der Knijff

Piet Kee (87) uit Haarlem herinnert zich hoe hij als jongen al gefascineerd was door Anthon van der Horst. „We hadden thuis een grammofoonplaat waarop hij te horen was in een Engelse concertzaal met de Toccata in F van Bach. De manier waarop hij dat stuk speelde, met intensiteit en flexibiliteit: dat boeide mij.”

Zijn vader, Cor Kee, wilde dat Piet aan het conservatorium in Amsterdam orgel ging studeren bij Van der Horst. „Hij is mijn belangrijkste leermeester. Ik had grote bewondering voor hem. Hij was heel goed op de hoogte van de oude uitvoeringspraktijken, wist waar hij het over had. Tegelijk bewonderde ik zijn veelzijdigheid en progressiviteit. En ook zijn artisticiteit: als uitvoerende, maar ook als componist.”

Mensen vonden Van der Horst weleens te berekenend, te koel in zijn spel, zegt Kee. „Maar dat was niet zo. Bij hem was sprake van een typische Hollandse helderheid, gecombineerd met kunstenaarschap. Hij voelde zich bijvoorbeeld helemaal in de lijn van iemand als Sweelinck staan. Zijn stijl sloot daar ook bij aan. Maar dan wel met de noodzakelijke vernieuwing.”

Van der Horst lijkt wat vergeten te zijn. „Ten onrechte”, zegt Kee. „Het zal te maken hebben met de trends van de tijd. Maar zijn composities zijn minder gedateerd dan allerlei werken uit de 19e eeuw waar men nu vaak druk mee is.” Waar hij dan op doelt? „Muziek in de stijl van de Duitse romantiek. Neem bijvoorbeeld de sonates van Samuel de Lange. Hoewel ik veel respect heb voor dat soort muziek, die van Van der Horst bevat zo veel meer artisticiteit.”

Hoe Van der Horst als mens was? „Een aristocraat. Een heer. Geen ouwe-jongens-krentenbrood. Maar wel een heel aimabel en boeiend mens.”

Wat zijn mooiste herinnering aan zijn leermeester is? „Dat is de uitvoering voor de radio van zijn eigen ”Suite in modo conjuncto” uit 1943. Gespeeld op het orgel van de Oude Kerk in Amsterdam, waarvoor hij het ook gecomponeerd had. Een meesterwerk, vierdelig, monumentaal opgebouwd. Een compleet nieuwe verschijning in de Nederlandse orgelmuziek. En dan de manier waarop hij dat speelde op dat orgel: een prachtige eenheid!”


Intieme Bach

tekst Gert de Looze

„Hij is een van de wegbereiders van de oudemuziekbeweging. Samen met zijn tijdgenoot Hans Brandts Buys.” Jos van Veldhoven (1952) heeft veel respect voor zijn voorganger Anthon van der Horst. „Af en toe blader ik in zijn boek over de Hohe Messe. Ook uit deze uitgave blijkt met hoeveel hartstocht hij zich met de muziek van Bach bezighield.”

Van Veldhoven is dirigent en artistiek leider van de Nederlandse Bachvereniging. Hij was 13 toen Van der Horst, destijds dirigent van dit gezelschap, in 1965 overleed. „Ik maakte voor het eerst kennis met de Bachvereniging via de tv-beelden van de uitvoering van de Matthäus Passion onder leiding van Charles de Wolff.”

Toen Van Veldhoven in 1983 bij de Nederlandse Bachvereniging aantrad, ontmoette hij er bestuurslid Jaap van der Horst. „Hij vertelde het nodige over zijn vader. Die had veel contact met zijn muzikale vrienden in het Gooi. Ze discussieerden, hielden lezingen en musiceerden. Van der Horst was een harde werker en een familieman.”

Er lopen talrijke lijnen van hem naar de huidige muziekwereld, zegt Van Veldhoven. „Simon C. Jansen was een van zijn leerlingen. De huidige organist van de Nederlandse Bachvereniging, Leo van Doeselaar, is weer een leerling van Jansen. Gustav Leonhardt zei dat hij veel aan Van der Horst te danken had. Leonhardts vader was bestuurslid van de Nederlandse Bachvereniging. Aan zijn hand ging hij mee naar de concerten onder leiding van Van der Horst en kreeg ook les van hem.”

Van der Horst heeft de Nederlandse Bachvereniging een vaste plek in het Nederlandse muziekleven gegeven. „Hij streefde ernaar om een intieme Bach te brengen, maar hij gebruikte toch moderne instrumenten en grote koren. Daarom klinkt zijn aanpak gedateerd. De tegenstelling tussen Van der Horst en de romanticus Willem Mengelberg wordt tegenwoordig groter gemaakt dan die in werkelijkheid was. Zo maakten ze regelmatig gebruik van dezelfde solisten en zette eerstgenoemde regelmatig het Concertgebouw Kamerorkest in.”


Bekwaam docent

tekst Jan-Kees Karels

Jan. J. van den Berg (85) uit Delft kijkt „met respect en achting” terug op dr. Anthon van der Horst, van wie hij les kreeg op het conservatorium in Amsterdam. „Hij was een uiterst bekwame docent en organist, een eminent dirigent ook. En tegelijk een heel ander persoon dan mijn geestelijke vader Adriaan C. Schuurman, die mijn grootste inspirator was.”

Voordat Van den Berg bij Van der Horst ging studeren, kreeg hij les van Schuurman in de Joriskerk van Amersfoort. „Van der Horst kende Schuurman goed en had respect voor hem. Hij zei: „Jan, jij zult altijd een leerling van Schuurman blijven.”

Al voor zijn conservatoriumtijd was Van den Berg een keer registrant geweest bij Van der Horst. „Dat was in februari 1947 in de Joriskerk, tijdens een concert met de toentertijd bekende bariton Charles Panzera. De kerk zat behoorlijk vol. Tja, de Joriskerk was in die tijd mijn tweede huis. Ik weet het programma nog: Bachs Preludium en fuga in c-klein, Francks Prélude, fugue et variation, Brahms’ twee bewerkingen over ”O Traurigkeit, o Herzeleid” en tot slot Van der Horsts eigen ”Suite in modo conjuncto”. Deze suite heb ik zelf ook gespeeld op het conservatorium. Het is een prachtig stuk, geschreven in twee verschillende toonsoorten die door elkaar heen gevlochten zijn. Jammer genoeg zit er wel een bedenkelijk luchtje aan: het stuk is geschreven in 1943 in opdracht van de nazicultuurkamer. De meeste musici waren in de oorlog lid van de cultuurkamer. Vaak moesten ze wel, omwille van de broodwinning. Zo was het ook bij Van der Horst, want ik kende hem als een betrouwbaar en integer mens. Maar Schuurman is nooit lid geweest van de cultuurkamer.”

Van den Berg heeft zojuist zijn eigen opus 310 afgerond, een compositie voor orgel. In het componeren is hij altijd gestimuleerd door Van der Horst, hoewel Schuurman dit in eerste instantie heeft bevorderd. „Op het conservatorium was Van der Horst er heel content mee dat ik componeerde. Hij moedigde het aan, en zei: „Doorgaan, Jan, doorgaan!””


Flitsende toccata

tekst Jaco van der Knijff

Jaap Zwart (60) uit Hattem wil niet één specifieke compositie van Anthon van der Horst als mooiste noemen. Hij speelde vorig jaar nog Van der Horsts variaties over Psalm 8 tijdens een concert. „Een heel bijzonder stuk, vanuit een koraal in Goudimel-stijl.” Ook noemt hij de variaties over het paaslied ”Christ lag in Todesbanden” en het concert voor orgel en orkest dat Van der Horst ooit in opdracht van het Haarlemse improvisatieconcours schreef.

Er is echter één stuk van de componist dat Zwart al zijn hele carrière vergezelt: de ”Suite in modo conjuncto”, en dan met name het eerste deel, de toccata. „In mijn jeugd hoorde ik dat uitvoeren door Charles de Wolff, die het stuk vaak speelde. Ik heb het zelf in 1979 voor mijn eindexamen gedaan, op het orgel van de Amsterdamse Westerkerk. In de beoordelingscommissie zaten bijna allemaal leerlingen van Van der Horst: Piet Kee, Klaas Bolt, Albert de Klerk. Het was inderdaad gewaagd. Maar wel leuk.”

De reden dat Zwart voor het stuk koos? „Het begin van de toccata is een pedaalsolo die technisch gezien volgens mij de moeilijkste uit de orgelliteratuur is. Die solo is het unieke van het stuk. Niet zozeer dat het werk in de zogenoemde ”modo conjuncto” staat, een modus die Van der Horst zelf heeft bedacht: het eerste deel van de toonladder in d-klein en het tweede deel in as-klein. Die pedaalsolo maakt het stuk bijzonder: zeer flitsend en lastig. En dan een zeer snelle toccata, gevolgd door een rustig middendeel. Waarna het werk afsluit met een enorme climax waarbij je het gevoel hebt dat de kerk instort. Geweldig! Wat Paganini op viool deed en Liszt op de piano, naar nieuwe wegen zoeken, dat doet Van der Horst in dit stuk.”

Het leuke is, zegt Zwart, dat er aan het eind een ”cadenza” is voorgeschreven: een deel waar de uitvoerder zelf kan improviseren. „Dat was in Mozarts tijd gebruikelijk bij pianoconcerten. In de cadens kon de uitvoerder laten zien wat hij kon. Later, bij Beethoven, worden de cadensen uitgeschreven. Ik vind het leuk om juist die oorspronkelijke improvisatietechniek weer toe te passen.”

Ook dit jaar zet Zwart het werk van Van der Horst weer een paar keer op zijn programma. „Je hebt wel een groot orgel in een kerk met akoestiek nodig. Maar het is elke keer weer overdonderend.” Hij gaat het stuk onder andere spelen tijdens het concert dat hij in november samen met neef Everhard Zwart in de Eusebiuskerk in Arnhem geeft. „Everhard gaat een groot werk van Liszt spelen. Ik vond het wel leuk om als tegenhanger de toccata van Van der Horst te programmeren.” Van het publiek vraagt het wel wat, erkent hij. „Het is misschien wat abstracte muziek, niet commercieel. Je moet je inspannen om het te kunnen volgen.” Ook de uitvoerende wordt het niet makkelijk gemaakt. „Je moet als organist wel wat in huis hebben, ja.”