De lieflijke scherpte van de orgels van Schnitger

Sietze de Vries is kind aan huis in de Jacobikerk in Uithuizen. Hij roemt de tongwerken van het orgel van Schnitger, de Duitse orgelbouwer, die driehonderd jaar geleden overleed.” beeld Duncan Wijting
3

Zet Sietze de Vries achter een Schnitgerorgel en hij raakt niet uitgepraat en uitgespeeld. Met verve etaleert hij drie Schnitgerorgels en laat hij de klanken van snijdende mixturen en poëtische fluiten horen.

Tijdens de autorit door ‘zijn’ provincie probeert de Groningse organist zijn Zuid-Afrikaans op peil te houden. De TomTom ‘spreekt’ de taal van het land waar zijn vrouw Sonja vandaan komt.

De hervormde kerk in Nieuw Scheemda is de eerste halteplaats. Gastheer Hans Tiddens heeft gisteren de Trompet al gestemd. Daarom zijn slechts een paar correcties nodig voordat De Vries improviseert over Psalm 140. Om de sfeer op de video te verhogen, gaat Tiddens op zoek naar een aansteker om de kaarsen naast de speeltafel aan te steken. Tevreden slaat hij even later de verrichtingen van de speelman gade.

viddeo

Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen.

Het eenklaviers orgel in Nieuw Scheemda is het kleinste bewaard gebleven instrument van Arp Schnitger (1648-1719), een in zijn tijd al beroemde Duitse orgelbouwer. Hij overleed 300 jaar geleden.

Van het pijpwerk van de acht stemmen in Nieuw Scheemda is circa de helft nog origineel. De mechaniek, windladen en klaviatuur bleven compleet bewaard. „Schnitger bouwde hoogstaande instrumenten, die lang meegaan”, aldus De Vries. Hij looft de sensibele klank in Nieuw Scheemda. „De registers mengen prachtig. Zowel de zachte fluiten als de krachtige prestanten en trompet.”

Klankkroon

De Vries heeft bijna alle dertig overgebleven Schnitgerorgels bespeeld. „Op die in Faro in Portugal en Mariana in Brazilië na.”

Tijdens de rit naar Uithuizen probeert hij de klank van de orgels in woorden te vangen. „Het gaat om briljantie, graviteit en poëzie. Briljantie dankzij de hoog klinkende mixturen, scherpen en cimbels. Ze zorgen voor een feestelijke en sterke klank. Het mooie evenwicht tussen die klankkroon en het machtige fundament in het pedaal geven de graviteit. Met poëzie doel ik op de milde fluiten en de kleine tongwerken in al hun schakeringen.”

video

Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen.

Schnitger zelf sprak over een snijdende klank en lieflijke scherpte. „Ik denk dat hij daarmee vulstemmen als de mixtuur en scherp bedoelde. Die zijn stevig en zeker bij de speeltafel soms bijna op het agressieve af. Kerken zaten vroeger vol en de kleding van kerkgangers absorbeerde veel klank. Het was dus verstandig van Schnitger om voor de nodige power te zorgen.”

Rijke familie

Schnitger vond via de Groningse Martinikerk ingang in Nederland. De orgelmaker kreeg in 1691 de opdracht het in slechte staat verkerende Martiniorgel te herstellen. „Binnen de kortste keren kreeg hij het instrument weer aan de praat. De opdrachtgevers waren zo blij met het resultaat, dat Schnitger het verzoek kreeg om het orgel uit te breiden.”

In de Groningse dorpen hadden rijke families het voor het zeggen. „Deze mensen verbleven tijdens de wintermaanden in de stad Groningen en troffen elkaar op zondag in de Martinikerk. Onder de indruk van het orgel besloot de landadel Schnitger te vragen ook in hun dorp zoiets moois te realiseren. Vandaar dat in Uithuizen een instrument met 28 stemmen verrees, het grootste dorpsorgel in de toenmalige Nederlanden. Schnitger hergebruikte meestal pijpwerk uit een bestaand instrument, maar Uithuizen is compleet nieuw.”

Het orgel van de Jacobikerk in Uithuizen is in de ogen van de Groningse speelman een kunstwerk van de hoogste orde qua klank, makelij en snijwerk. Zoals vaker in de provincie werkte de orgelbouwer samen met schrijnwerker Allert Meier, die het front ontwierp, terwijl beeldhouwer Jan de Rijk het snijwerk voor zijn rekening nam.

Optimaal resultaat

Het instrument van Uithuizen bleef vrijwel compleet bewaard. De Vries komt bijna wekelijks in de Jacobikerk en kent het orgel als zijn broekzak. De tongwerken vormen volgens hem het visitekaartje van dit instrument. Het betreft de Vox Humana van het hoofdwerk, de Dulciaan van het rugpositief en de Bazuin, Trompet en Cornet van het pedaal. „Ze kleuren prachtig met álle registers.”

Er is meer dat de organist bekoort, vertelt hij na zijn improvisatie over Psalm 87. „Het krachtige prestantenplenum met de briljante mixturen en de poëtische fluiten.”

Zoals vaker gebeurde deed Schnitger iets extra’s en betaalde hij uit eigen zak de Quint 1 1/3’ op het rugwerk. „Hij ging voor het optimale resultaat. In zijn ogen was het beste voor God nog niet goed genoeg.”

Pedaaltorens

Schnitger verbleef geruime tijd in Groningen en bezocht er de diensten in de lutherse kerk. De Martinikerk in deze stad vormt het eindpunt van de reis. Daar staat in de optiek van De Vries misschien wel het mooiste orgel van de wereld. „Dankzij de combinatie van het pijpwerk uit de 16e, 17e en 18e eeuw –warme, volle prestanten en loden fluiten– en de briljante vulstemmen. Het is geen echt Schnitgerorgel, maar wel een instrument dat deze bouwer naar zijn hand heeft gezet. Orgelbouwer Jürgen Ahrend heeft het orgel in 1984 schitterend gerestaureerd. Daarbij vormde de situatie in 1740 het uitgangspunt, toen Hinsz zeven registers aan het instrument toevoegde.”

vidddeo

Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen.

In de kerk zijn mensen druk bezig met het neerzetten van stoelen en het opbouwen van een podium voor een bijeenkomst van de Rijksuniversiteit Groningen. Ze vinden het desgevraagd prima als De Vries een kwartier lang het orgel demonstreert waarop hij tweewekelijks op zondagmorgen de gemeentezang begeleidt.

De gastheer vraagt aandacht voor het orgelfront. „Schnitger voegde in 1692 de pedaaltorens toe, in de stijl van de renaissancekas van het hoofdwerk. Schnitgers zoon Frans Caspar realiseerde in 1630 het rugwerk, dat zestien stemmen telt.”

Van de hand van Arp Schnitger resten vandaag de dag de Prestant 32’, Bazuin 16’, Trompet 8’ en Cornet 4’ van het pedaal, de Trompet 8’ van het hoofdwerk en een deel van de Nasard 3’ van het bovenwerk.

Donkere kleur

De Prestant 32’ van het Martiniorgel is het enige 32-voetsregister dat van Schnitger bewaard bleef. „De langste pijp meet slechts 8,5 meter. Meer ruimte was er niet onder het gewelf van de kerk.”

vdo

Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen.

De Vries laat de donkere kleur en diepe klank van het lage pedaalregister horen. Daarna speelt hij Psalm 65 met alle prestanten 32’, 16’ en 8’. „Hiermee kan ik op zondag prima een klaagzang begeleiden. Ook als de kerk vol zit, dankzij de enorme draagkracht. De klank is niet luid, maar wel intens.”

De Trompet 8’ van het hoofdwerk noemt De Vries een prachtexemplaar. „Typisch Schnitger: luid, maar nooit overheersend. De warme klank kleurt prachtig met andere registers.”

Met de Holfluit 8’ uit 1564 maakt De Vries een stap terug in de tijd. „Dit register is dankzij de intense klank wereldberoemd. De Roerfluit 8’ van Schnitgers zoon Frans Casper vind ik een sprookje, zeker met de tremulant erbij. Heb je ooit zo’n ijle en rond klinkende roerfluit gehoord?”

De werkmensen beneden in de kerk moeten geduld oefenen, want De Vries raakt niet uitgepraat en uitgespeeld op het Martiniorgel. Het met hen afgesproken kwartier wordt verdubbeld. Afsluitend laat De Vries in Psalm 134 het volle werk horen. Lachend: „Wát een orgel hè? Het enorme fundament in de bas en de bekroning van de mixturen zijn fraai in verhouding. Écht Schnitger.”

---

Beroemd in Europa

De roem van de Duitse orgelbouwer Arp Schnitger (1648-1719) strekte zich uit over heel Europa. Hij leverde vanuit zijn werkplaats in Hamburg orgels niet alleen in zijn vaderland, maar ook in Engeland, Nederland, Portugal, Rusland en Spanje. In totaal 150 instrumenten. Hij kwam tot die productie dankzij een effectief leerlingenstelsel, waarbij meesterknechten na hun opleiding zelfstandig opdrachten uitvoerden.

Schnitger maakte wel zelf ter plaatse een plan voor nieuwbouw van of werkzaamheden aan een instrument, voerde de onderhandelingen en tekende het contract. Onder contracten en andere documenten zette hij vrijwel altijd ”Soli Deo Gloria” of woorden van soortgelijke strekking.

In zijn aantekeningen schreef hij: „Velen zullen misschien denken dat ik in de tijd van mijn werken veel geld verdiend of overgehouden heb, maar dit is niet zo, want ik heb niet veel willen vorderen, maar de kerken liever, indien er geen genoegzame middelen waren, ter ere Gods voor half geld orgels willen leveren.”

Na Schnitgers dood in juli 1719 zetten zijn zonen Johann Jürgen en Frans Caspar het bedrijf voort. Dat is nu 300 jaar geleden. In Groningen vinden in dit herdenkingsjaar veel activiteiten rond Schnitger plaats. De start heeft 29 juli plaats in de Der Aa-kerk in Groningen.

Meer informatie: www.orgelzomer.nl