Boek over Maarten Kooy in Domkerk gepresenteerd

De Domcantorij. beeld RD
4

In de Utrechtse Domkerk is vrijdagmiddag 19 mei onder grote belangstelling een boek over het leven en werk van kerkmusicus en voormalig domcantor Maarten Kooy (1927-2013) gepresenteerd.

Het eerste exemplaar van ”Alles voor de Muziek”, geschreven door musicoloog Mieke Breij, werd overhandigd aan de weduwe van Kooy, Ine Kooy-Vollaard (96). Anderen die een exemplaar overhandigd kregen, waren Annette Hendrikse (Berlijn), cantor-organist Gonny van der Maten van de Oude Kerk in Soest, en de huidige domcantor, Remco de Graas.

Hendrikse is de dochter van Dolf Hendrikse, een Haarlemse kerkmusicus die grote invloed uitoefende op de ontwikkeling van Kooy en later naar Duitsland vertrok. Van der Maten werkt nu op de plek waar Kooy van 1950 tot 1971 cantor-organist was. De Graas vervult de functie die Kooy tussen 1971 en 1991 in de Domkerk vervulde.

Tijdens de bijeenkomst vertolkte de Domcantorij vocale muziek van Distler (”Singet dem Herrn ein neues Lied”) en Kooy (”Magna res est amor”). Domorganist Jan Hage speelde orgelmuziek van Dolf Hendrikse (partita over ”De nacht, de moeder van de rust”) en Kooy (Tien meditaties over ”Jezus, om uw lijden groot”). Aan het eind werd –in de geest van Kooy– met alle aanwezigen de canon ”In Gloria!” van de voormalige domcantor gezongen.

Behalve Breij, die jarenlang de rechterhand was van Kooy, voerde ds. Hans Kronenburg het woord. Hij was dompastor in de tijd dat Kooy als cantor aan de Domkerk verbonden was. Hij stelde dat Breij het leven van haar muzikale vader „liefdevol” heeft beschreven.

Hij vertelde dat het boek hem heeft geleerd dat Kooy gevormd is door de omgeving waarin hij opgroeide, een gereformeerd gezin in Haarlem. Ook al zette de kerkmusicus het gereformeerde geloof later overboord, hij kwam er volgens ds. Kronenburg nooit helemaal los van. Ook het feit dat Kooy na de oorlog de orgelboeken van zijn omgekomen vriend Pim Breebaart kreeg, hebben hem gevormd. „Door de orgelboeken van Pim is hij tot de kerkmuziek bekeerd.”

Ds. Kronenburg noemde Kooy een „kerkmusicus van uitzonderlijke allure”, iemand die „als een stormwind tekeerging” en diepe sporen trok. Creatief en charmant, maar ook moeilijk om mee om te gaan. „Maar dat is eigen aan alle grote geesten.” Volgens de oud-dompastor voldeed Kooy aan alle kenmerken die gelden voor iemand die geniaal genoemd kan worden.

Vlak voor Kooy’s overlijden in 2013 was ds. Kronenburg nog bij de oud-domcantor en vroeg hem naar diens lievelingscomponist. Kooy noemde niet Bach, maar Brahms. „Ineens zag ik dat Maarten Kooy ten diepste een romanticus was, een warmbloedig mens”, aldus ds. Kronenburg.