Bij Dvořák lopen kinderen in Barendrecht in optocht door de klas

erwijl er een Slavische dans van Dvořak klinkt, lopen kinderen van groep 4a van de Rehobothschool in Barendrecht samen met hun juf in optocht door de klas.  beeld Cees van der Wal
4

Een rij kinderen loopt door een lokaal van de Rehobôthschool in Barendrecht. De leerlingen van groep 4a stampen met hun voeten of bewegen snel hun vingers voor hun mond. Ze genieten deze vrijdagmorgen voor de laatste keer van een Slavische dans van Dvořák.

De kleurplaat verdwijnt van tafel, want het is tijd voor ”Luisterland”. „Naar welk stuk luisteren we al de hele week?” vraagt juf Ageeth Visser. „Een Slavische dans”, weet Ruben. „Wie heeft dit stuk verzonnen?” Hanae: „Antonín Dvořák.”

Op de vraag welke instrumenten op de platen staan die naast het digibord hangen, weten de leerlingen ook het juiste antwoord: „Een trom, bekkens en pauken.”

De juf pakt de map van ”Luisterland” om het laatste stuk te lezen dat over het werk van deze week gaat. „Dvořák is de reisleider en zegt tegen ons: „Luister eens naar de muziek van de gewone mensen van mijn land, hoe ze zingen en dansen op hun feesten.””

De door Groen Educatief uitgegeven methode wil een „dagelijkse reisgids voor klassieke muziek” zijn voor de groepen 4 tot en met 8 van de basisschool. Elke week staat een muziekstuk centraal, dat dagelijks wordt gedraaid en waarover de kinderen steeds nieuwe informatie of vragen krijgen.

Slotnoot

Juf Visser heeft een idee: „Omdat de dans op een optocht lijkt, mogen jullie een optocht houden in de klas.” Daar hebben de 21 leerlingen wel oren naar. Tijdens het lopen imiteren ze bekkens door in hun handen te klappen en maken ze strijkende gebaren langs hun bovenlichaam alsof ze viool spelen.”

De groep praat even na. De juf peilt wie de instrumenten zou willen leren spelen die in de Slavische dans duidelijk te horen zijn. Eén kind kiest voor de trom. Drie vingers gaan de lucht in voor de pauken. De bekkens winnen: acht leerlingen gaan voor deze optie.

Alle kinderen van groep 4a zeggen ”Luisterland” leuk te vinden. „Klassieke muziek is mooi en vrolijk”, zegt Hanae. „Er is ook rustige muziek, die soms verdrietig klinkt”, weet Hannah.

Zeven leerlingen luisteren zelf weleens naar klassieke muziek. Soms dezelfde stukken als die ze bij ”Luisterland” horen. Maria: „”Für Elise” bijvoorbeeld. Jatou: „Ik hoor soms klassieke muziek op de radio in de auto.” Ruben vertelt dat zijn juf een viool heeft. „Die neemt ze af en toe mee. Dan zingen we psalmen en liederen terwijl de juf speelt.”

Ageeth Visser werkt al jarenlang met ”Luisterland”. Datzelfde geldt voor haar collega’s Kees van Wetten en Richtje Keizer, die respectievelijk voor groep 7 en 8 staan. Naast het voorlezen van de informatie bij de muziek doen de leerkrachten regelmatig extra dingen. Zo laten ze een filmpje zien met de uitvoering van het stuk van de week. Keizer: „Ik vraag kinderen soms hun hand op te steken als een nieuw deel in een compositie begint.”

Visser vindt het heerlijk om in de klas met klassieke muziek bezig te zijn. „”Luisterland” is een extraatje naast de wekelijkse muziekles. Ook een moment waarop leerlingen kunnen bewegen en ontspannen.”

Grote verschillen

Wat valt bij kinderen vooral in de smaak? Alle drie: „Vrolijke stukken met diverse instrumenten, ritme, tempo of met grote verschillen in klanksterkte.”

Van Wetten: „Aan zang en eigentijdse muziek moeten de meesten wennen. tijdens advent laat ik vier weken lang vocale werken uit de methode horen, carols en delen uit Bachs ”Weihnachtsoratorium” en Händels ”Messiah”. Daar genieten leerlingen van.” Keizer behandelt met Pasen Bachs ”Matthäus Passion”. „Als je uitlegt hoe Bijbelteksten verklankt worden, pikken kinderen dat op.”

In de bovenbouw hoort ”Luisterland” voor veel leerlingen bij de inventaris. Keizer: „Je moet er soms meer bovenop zitten om het stil te krijgen.” Van Wetten: „Het is luisterland en geen fluisterland. Via gerichte vragen probeer ik leerlingen betrokken te houden.”

Visser: „De waarde van de methode is dat elk kind naar klassieke muziek leert luisteren en ontdekt hoe mooi die kan zijn.” Van Wetten: „Al biedt ”Luisterland” geen garantie dat leerlingen popmuziek links laten liggen als ze ouder worden.”

Keizer: „Ik vind het waardevol dat kinderen veel achtergrondinformatie over de muziek krijgen.” Van Wetten: „De herhaling van een werk, een week lang, is een sterke kant van de methode. In de loop van de week gaan leerlingen steeds meer herkennen en neuriën ze soms mee.”

”Luisterland” sluit volgens de leerkrachten goed aan bij de leeftijd van de diverse groepen. Visser: „Zo maken de samenstellers voor groep 4 een vergelijking met kinderen die van een trapleuning glijden.” Van Wetten: „De lengte van de stukken neemt toe in de hogere groepen.”

Soms bezoeken klassen van de Rehobôthschool een lunchconcert in de Rotterdamse Doelen. Keizer: „Voor de kerstuitvoering studeren we muziek in met de kinderen. Een hoogtepunt was de uitvoering van Vivaldi’s ”Gloria”.

Dit is het slot in een drieluik over muziek op de basisschool.