„Beleving maakt jeugd enthousiast voor orgel of carillon”

beeld Stichting Klinkend Erfgoed Nederland
3

„Wat kan die man vet spelen”, zegt een jongen tegen zijn vriendje, even nadat een organist tijdens een rondleiding in een kerk allerlei bekende deuntjes op zijn orgel had laten horen. Het voorbeeld werd vrijdag in Nijmegen genoemd op een symposium waarmee de Stichting Klinkend Erfgoed Neder­land (SKEN) haar oprichting markeerde.

Beleving is de beste manier om jongeren enthousiast te maken voor luidklokken, carillons, mechanische torenuurwerken en pijporgels, zo was de conclusie. SKEN wil bij „jong en oud” de interesse voor dit „klinkend erfgoed” bevorderen. Ze zet zich er tevens voor in dat het goed wordt beheerd en blijft functioneren of klinken.

„Veel kerken worden onttrokken aan de eredienst en krijgen vaak een nieuwe functie. Daardoor verdwijnt niet zelden de tijd die de torenklok aangeeft, worden de klokken niet meer geluid en dreigen orgels en carillons hun vaak eeuwenoude stem te verliezen”, aldus de stichting.

In de SKEN werken onder andere het college van Orgeladviseurs Neder­land, de commissie orgelzaken van de Protestantse Kerk in Nederland, de Vereniging van Orgelbouwers in Nederland, de Vereniging van Beheerders van Monumentale Kerkgebouwen in Nederland en de Stichting tot Behoud van het Torenuurwerk samen.

Orgelkids

„Wat hebben we eraan dat we orgels restaureren als er straks niemand meer op kan spelen?” verwoordde Lydia Vroegindeweij het thema van het symposium. Met haar project Orgelkids laat zij kinderen zelf een orgel bouwen en erop spelen. Vroegindeweij pleitte voor „meer gastvrijheid” bij speeltafels. „Wees niet te bang dat er iets stuk gaat. Laat kinderen het orgel spelen ervaren. Niet iedereen hoeft dan organist te worden, mogelijk herinneren ze zich later wel dat moment als ze in een bestuur moeten beslissen over het behoud van klinkend erfgoed.”

Reitze Smits, behalve organist en docent orgelimprovisaties ook artistiek leider van het festival Voor de Wind, combineert orgel met podiumkunsten. Hij zoekt aansluiting bij de jeugdcultuur. „Het contact met een orgel moet vooral ervaring zijn. Het is beter om te laten horen wat een orgel kan, dan uit te leggen hoe het technisch in elkaar steekt. Daar zijn jongeren bij hun mobieltje ook niet in geïnteresseerd. Belang­stelling wekken voor orgels is noodzaak, anders komt er over dertig jaar niemand meer naartoe.”

Als gevolg van de secularisatie is het orgel voor veel kinderen een onbekend instrument geworden, zo werd enkele malen vastgesteld. „Als een beiaard een sinterklaasliedjes over het dorp of de stad laat klinken, bereik je meer kinderen.”

Schoonheid

Voor Kirstin Gramlich, cantor-
organist van de Grote of Lebuïnuskerk in Deventer, is haar orgelspel op zondagmorgen in de eredienst niet de enige mogelijkheid om „de rijkdom van het instrument” onder de aandacht van kinderen te brengen. Ze werkt samen met kindertheater.

Gramlich: „Een keertje iets voor kinderen doen, is te comfortabel gedacht. De belangstelling voor het orgel gaat stoppen als we niet veel meer ondernemen. Als we de schoonheid van een kerk en een orgel voor kinderen zichtbaar maken, is de kans groot dat het hen raakt, want de muziek is goed, de orgels zijn fascinerend en de kerken zijn van een schoonheid die kinderen vaak niet kennen. Wie weet doet het bij een kind de wens ontstaan om een orgel te bespelen. Het hoeven niet honderden kinderen tegelijk te zijn, maar her en der wel één die het diep genoeg raakt en wil doorgaan met orgel en orgelmuziek. Dat moet ons streven zijn.”

>>klinkenderfgoed.nl

----Vrijwilliger controleert klinkend erfgoed

Vrijwilligers gaan de staat beoordelen van klinkend erfgoed dat niet of weinig meer wordt bespeeld, onder meer in leegstaande kerken. Ook bespelers met onvoldoende kennis om zelf goed en kritisch toezicht te houden, kunnen een beroep op hen doen. De vrijwilligers doen hun werk onder de vlag van de nieuwe vereniging Mentoren Klinkend Erfgoed. Woordvoerder Egbert Hoving presenteerde de vereniging op het symposium van SKEN in Nijmegen. De mentoren begeven zich niet op het terrein van orgel­adviseurs en andere deskundigen. Ze controleren globaal de „instandhoudingstoestand”, verhelpen eventueel kleine onrechtmatigheden en adviseren bij grotere gebreken of storingen de eigenaar. „Steeds meer kerkgebouwen komen leeg te staan. Dat heeft gevolgen voor behoud en beheer van orgels, klokken en ander erfgoed”, aldus Hoving. „Veelal zal een globale beoordeling voldoende zijn. Het inschakelen van een gecertificeerd adviseur is dan een te zwaar middel.”