Zon, sta stil! Stond de zon wel stil?

„De zon nu stond stil in het midden des hemels en haastte niet onder te gaan omtrent een volkomen dag. En er was geen dag aan dezen gelijk, vóór hem noch na hem.” Wie in staat is een natuurlijke, wetenschappelijke verklaring voor de wonderen in de Bijbel te geven, kan mogelijk ook het wonder van de verlengde dag uit Jozua 10 verklaren. Foto: De slag bij Gibeon volgens de Britse schilder John Martin (1789-1854). beeld Wikimedia

De slag bij Gibeon uit Jozua 10:12-14 brengt al eeuwenlang tal van pennen in beweging, en dan met name de zinsnede: „Zon, sta stil te Gíbeon, en gij maan, in het dal van Ajálon.” Stonden zon en maan toen wel echt stil?

Voor de meeste wetenschappers is dit een onzinvraag, een non-issue, iets voor simpele zielen. Natuurwetten gelden immers altijd en overal: wonderen zijn gewoon onvoorstelbaar.

Ook vrijzinnige natuurwetenschappers en theologen roepen om het hardst dat zon en maan nooit stil hebben gestaan, schrijft de Britse historicus Bill Cooper in zijn boek ”The Authenticity of the Book of Joshua”. „Ze tonen met tal van wetenschappelijke argumenten aan dat het ook helemaal niet kon gebeuren. De meer conservatieve wetenschappers zoeken een verklaring via natuurlijke processen.”

Zoals wetenschappers van de University of Cambridge vorig jaar in het wetenschappelijke tijdschrift Royal Astronomical Society Journal Astronomy & Geophysics. Ze menen dat er sprake is van een zonsverduistering. Volgens hen luidt de juiste vertaling van de tekst uit Jozua: „De zon stopte met schijnen”, legt onderzoeker Colin Humphreys uit. Hij baseert zich daarvoor op de vertaling van de Britse taalkundige Robert Wilson uit 1918.

De Britse onderzoekers verbinden het Bijbelse verslag aan de zogeheten Stèle van Merneptah, een enorm granieten blok met Egyptische inscripties dat de overwinningen van Egypte in Kanaän beschrijft, en dat melding maakt van een zonsverduistering. Daarvan is de datum bekend: 30 oktober 1207 voor Christus, bijna 3225 jaar geleden. Daarmee is een groot mysterie opgelost. Of toch niet?

De klassieke uitleg van de tekst van Jozua 10 laat echter iets heel anders zien: het was een eenmalige, unieke dag die twee etmalen duurde. Daarop wijst onder anderen prof. Mart-Jan Paul in zijn boek ”Oorspronkelijk” (2017). „De zon nu stond stil in het midden des hemels en haastte niet onder te gaan omtrent een volkomen dag. En er was geen dag aan dezen gelijk, vóór hem noch na hem” (Jozua 10:13 en 14).

De verklaring van de Britse onderzoekers, dat het om een –regelmatig terugkerende– zonsverduistering zou gaan, voldoet dus niet.

Almacht

Die kant wil Bill Cooper dan ook niet op. „Al die zogenaamde wetenschappelijke verklaringen gaan voorbij aan de bedoeling van de Heilige Schrift, en miskennen de almacht van God. Leg maar eens uit welk natuurlijk proces Christus gebruikte om water in wijn te veranderen; hoe Hij doden opwekte; blinden ziende maakte; melaatsen genas; een lamme deed lopen; 5000 en later 4000 mannen voedde met enkele broden en visjes; een storm stilde; hoe Hij opstond uit de doden, en hoe Hij opvoer ten hemel. Wie in staat is een natuurlijke, een wetenschappelijke verklaring voor al deze wonderen te geven, kan misschien ook het wonder van de verlengde dag verklaren.”

De Britse historicus wijst erop dat ook Habakuk 3:11 melding maakt van de geschiedenis van de slag bij Gibeon. „De zon, de maan stonden stil in haar woning; met het licht gingen Uw pijlen daarheen, met glans Uw bliksemende spies.”

Natuurwetenschappelijk

Cooper gaat wetenschappelijk onderzoek echter niet uit de weg, maar kiest dezelfde route als de wetenschappers van de University of Cambridge. Met dit verschil dat hij niet uitgaat van een eclips, maar van een verlengde dag.

Hoewel geen enkele natuurwetenschappelijke verklaring voldoet, zijn er mogelijk wel oude overleveringen die de geschiedenis van Jozua bevestigen. „De zon en de maan bevinden zich niet alleen aan de hemel boven Israël. Als iets hun natuurlijke loop onderbreekt dan moet die verstoring wereldwijd te zien zijn geweest, en niet alleen in Israël.” De vraag is dus of er historische overleveringen van andere volkeren bestaan die de stilstaande zon en maan bevestigen.

Vele volken hielden zich in de oudheid bezig met het bestuderen van de loop van de hemellichamen. Zo’n onderzoeker was de Chaldeeuwse astronoom Nabu-iqisha van Borsippa. Hij bekeek niet alleen de bewegingen van de zon, sterren en planeten, maar deed ook voorspellingen die te maken hadden met bijvoorbeeld de samenstanden van planeten. De astronomen baseerden zich voor deze astrologische voorspellingen op historische gebeurtenissen. Wanneer bijvoorbeeld ooit tijdens een samenstand van de planeten Saturnus en Jupiter een koning was vermoord, dan was een nieuwe samenstand van deze planeten ook bedreigend voor de huidige koning.

„Hoewel deze voorspellingen onzinnig waren, is het belangrijk te onderkennen dat ze werden gedaan op grond van historische gebeurtenissen”, legt Cooper uit.

Nabu-iqisha schreef bijvoorbeeld: „Wanneer de maan stopt in zijn baan, dan zullen rovers welig tieren, en er zullen veel diefstallen plaatshebben in het land. Wanneer maan en de zon langer zichtbaar zijn dan verwacht, zal een sterke vijand het land overvallen.”

Volgens Cooper is dat een duidelijke verwijzing naar de lange dag uit Jozua. „Nabu-iqisha voorspelde dat een sterke vijand het land zou overvallen wanneer zon en maan stil zouden staan. Dit baseerde hij volgens de logica van de astrologie op een historische gebeurtenis, hoogstwaarschijnlijk de verovering van Kanaän door het volk Israël onder leiding van Jozua.”

Onnatuurlijk

Nabu-iqisha is de enige niet. De Griekse geschiedschrijver Herodotus vertelt van Egyptische priesters die hem meedeelden dat de gewone loop van de zon op een zekere dag was veranderd. De Latijnse dichter Ovidius maakt er melding van dat de godheid Apollo zijn zonnewagen Phaeton plotseling stilzette. Virgilius, eveneens een Latijnse dichter, spreekt van een ‘godheid’ die de zon en de maan stilzet, de banen van planeten omkeert en die rivieren tegenhoudt.

Er zijn echter meer opmerkelijke getuigenissen, zelfs van de andere kant van de wereld. Zoals die van de Zuid-Amerikaanse Maya’s, die melding maken van een onnatuurlijk lange nacht. „Samen stonden ze, wachtend op de dageraad en het rijzen van de grote ster genaamd Icoquih, die precies voor de zon opgaat. Daar stonden ze samen, Balam-Quitzé, Balam-Acab, Mahucutah en Iqui-Balam. Ze sliepen niet, maar bleven staan; groot was hun angst. (…) O, we zijn onze vreugde kwijt! Als we de opkomende zon maar konden zien! Wat zullen we toch doen?” Groot was de blijdschap van de Maya’s toen de zon na een buitengewoon lange nacht toch opging.

De Azteken beschrijven dat de zon een hele dag laag aan de horizon bleef hangen voordat hij zijn gewone loop vervolgde. De Maori’s uit Nieuw-Zeeland beschrijven ook hoe de zon maar niet wilde opkomen. In een legende van de oorspronkelijke bewoners van Vancouver Island is er sprake van de held Kug-e-been-gwa-kwa die de zon een dag lang tegenhield. De held ”Katoenstaart” deed hetzelfde bij de Shoshone-indianen.

Raadselachtig

De Chinezen zijn exacter in hun vermelding, die ze ook een plaats geven in hun geschiedenis. Zo zou in de tijd van keizer Yao de zon tien dagen niet zijn ondergegaan. Cooper citeert een Amerikaanse historicus die denkt dat de Chinezen deze periode overdreven vanwege de angst die ze ondervonden. „De mannen waren bevreesd dat de wereld in brand stond en dat er grote vuren brandden aan de horizon.”

De Chinezen noemen ook de tijd van deze raadselachtige gebeurtenis: het jaar 2554 van de wereld, het 67e jaar van de regering van Yao. Cooper kan daarmee gemakkelijk de slag maken naar de datum dat dit wonder plaatshad: het jaar 1450 voor Christus. Dat komt doordat de Chinezen in de oudheid de schepping dateerden in hetzelfde jaar als de Ierse aartsbisschop James Ussher: 4004 voor Christus.

In totaal telt Cooper niet minder dan negentien verschillende verslagen van over de hele wereld dat deze ene dag onnatuurlijk of bovennatuurlijk lang was, en minstens een hele dag langer duurde. Opmerkelijk genoeg ontbreken de Kanaänieten in zijn opsomming.

Smeekbeden

De oorspronkelijke inwoners van Kanaän hebben de verovering van hun land door de Israëlieten vastgelegd in de zogeheten Tell-e-Amarnatabletten. In zo’n 300 kleitabletten zijn brieven bewaard van Kanaänitische koningen met vergeefse smeekbeden aan de Egyptische farao of die hen te hulp wilde komen. Maar van de verlengde dag wordt met geen woord gerept.

Van deze Tell-e-Amarnatabletten zijn er zo’n 200 vernietigd door onzorgvuldig transport of ze zijn opzettelijk verdonkeremaand, schrijft Cooper. Hij vraagt zich af of de geschiedenis uit Jozua 10 mogelijk op die verdwenen kleitabletten heeft gestaan. „Komt de waarheid over de verdwenen tabletten ooit aan het licht? Waarschijnlijk niet. We moeten ons behelpen met de paar stukken die door de mazen van het net zijn geslipt en de gedeelten die door wetenschappers publiek zijn gemaakt.”

Voor het geloof in de waarheid van het boek Jozua maakt het bestaan van een authentiek Kanaänitisch getuigenrelaas echter niets uit. „We zijn geen kunstig verdichte fabelen nagevolgd, maar de waarheid. Zelfs allerlei oude overleveringen tonen aan dat God niet liegt.”

Zoals al Gods wonderen ons verstand te boven gaan, geldt dat ook voor de stilstaande zon en maan, vervolgt Cooper. „Het is onbevattelijk voor de menselijke geest. De wetten van Newton, Faraday of Einstein doen hier niet ter zake. Dat maakt juist het wonder uit. Dat is hoe God Zijn almacht toont.”

Mede n.a.v. The Authenticity of the Book of Joshua, Bill Cooper; uitg. Creation Science Movement, Portsmouth 2017; ISBN 9780993141591; 72 blz.; € 7,50.

----

Ontbrekende dag gevonden?

In het ruimtevaartcentrum van de NASA in Green Belt, Indiana, waren astronauten bezig om de positie te bepalen van de zon, maan en sterren over 100 en 1000 jaar. Ze moesten dat doen om te voorkomen dat er op een of ander tijdstip een botsing zou ontstaan bij de lancering van een satelliet. Een computer rekende en rekende, en stopte onverwacht. Wat was er aan de hand?

De wetenschappers constateerden dat er een dag ontbrak aan de tijd die in het heelal was verstreken. Waar konden die 24 uur gebleven zijn?

Een lid van het wetenschappelijke team herinnerde zich de geschiedenis van Jozua. Hij pakte een Bijbel en las daar: „De zon nu stond stil in het midden des hemels en haastte niet onder te gaan omtrent een volkomen dag.” Voilà, de verloren dag was achterhaald.

Maar bij nauwkeurig narekenen vond de computer dat er eigenlijk 23 uur en 20 minuten ontbraken aan de tijd van het heelal. Ze moesten een verklaring vinden voor die veertig minuten. En die werd al gauw gevonden in 2 Koningen 20. De koning Hizkia was ziek en kreeg de belofte dat hij weer beter zou worden. De Heere gaf hem als teken van zijn genezing „dat de schaduw tien graden achterwaarts zou keren.” Die tien graden kwamen exact overeen met de mankerende veertig minuten.

Het tijdschrift Bible-Science Newsletter publiceerde het verhaal in april 1970. Deze ”waargebeurde geschiedenis” haalde zelfs De Saambinder. De scribent constateerde destijds dat „zelfs de computer mee moet werken om de waarheid van Gods Woord te bevestigen.”

Maar van het hele verhaal klopt geen letter, ontdekte de Amerikaanse onderzoeker dr. Bolton Davidheiser toen hij in 1989 navraag deed bij de NASA. De organisatie wist niets van berekeningen aan een verloren dag…

Met enige regelmaat duikt het verhaal echter op als bewijs voor de waarheid van de geschiedenis in Jozua 10. Nepnieuws is kennelijk niet alleen iets van vandaag de dag.