Slimme immuuncel herkent coronavirus; groepsimmuniteit dan toch dichtbij?

Medisch
Zogenaamde T-cellen, die onderdeel uitmaken van het aangeleerde immuunsysteem, kunnen het nieuwe coronavirus (zie beeld) herkennen, vermoedelijk door eerdere blootstelling aan seizoenscoronavirussen. beeld iStock
2

Bepaalde afweercellen van mensen die nooit met het nieuwe coronavirus in aanraking zijn geweest, zijn toch in staat dit te herkennen en er fel op te reageren. Betekent dit dat de helft van de bevolking al weerstand heeft tegen corona? Niet per se, zegt viroloog dr. Rory de Vries. „Reactiviteit staat niet gelijk aan immuniteit.”

Zodra een lichaamsvreemd deeltje zoals het coronavirus het lichaam binnendringt, wordt een afweerreactie in gang gezet. In eerste instantie reageert het aangeboren immuunsysteem, dat bestaat uit onder meer zogeheten natural killercellen. Bij een stevige infectie die langer aanhoudt, komt ook het aangeleerde immuunsysteem in actie. Dit bestaat onder meer uit B-cellen, die antistoffen produceren, en T-cellen, een soort witte bloedcellen die in de aanval gaan als ze een vijand ontdekken die ze eerder hebben gezien.

Seizoenscoronavirussen

Nu is het opmerkelijke dat deze T-cellen fel kunnen reageren op het coronavirus bij mensen die er nooit mee besmet zijn geraakt. Dat hebben verschillende studies de afgelopen maanden laten zien. Hoe is dat mogelijk? Vermoedelijk door eerdere blootstelling aan seizoenscoronavirussen, zegt dr. Rory de Vries, viroloog aan het Erasmus MC en gespecialiseerd in T-celreactiviteit. Deze virussen waren al decennia rond en zorgen bij veel mensen in de winter voor verkoudheidsklachten. „De meeste volwassenen zijn meerdere keren –ik schat gemiddeld zo’n tien keer– hiermee in aanraking geweest.”

Ongeveer de helft van de mensen heeft van die T-cellen die reageren op het nieuwe coronavirus, blijkt uit een studie die in juni werd gepubliceerd in het tijdschrift Cell. Maar betekent dit dan dat de helft van de bevolking al resistent is? Ja, zeggen sommigen, zoals huisarts Rob Elens.

Tel daar 10 tot 20 procent bij op, en je zit op het magische getal van 60 tot 70 procent dat nodig is voor groepsimmuniteit. „Er is groeiend bewijs dat groepsimmuniteit al wordt bereikt bij 10 tot 20 procent besmettingsgraad van de bevolkingsgroep”, valt te lezen op Elens' website zelfzorgcovid19.nl. „Dat zou dan verklaren waarom lockdowns of mondmaskers geen wezenlijk verschil maken in dichtbevolkte gebieden.”

Dr. Rory de Vries. beeld Twitter

Overreageren

Nee, die conclusie is veel te kort door de bocht, vindt De Vries. „Er is inderdaad reactiviteit tegen het nieuwe coronavirus gezien bij mensen die hier nog nooit aan zijn blootgesteld. Maar reactiviteit staat niet gelijk aan immuniteit. T-cellen herkennen het virus dan wel, maar we weten niet of dat ook zorgt voor bescherming. Het kan zelfs zijn dat deze cellen overreageren door de herkenning van een virus dat net iets anders is.”

De Vries doet zelf onderzoek naar dit verschijnsel, dat met een mooi woord kruisreactiviteit heet. „Onze kleinschalige studie laat zien dat T-cellen bij ongeveer 20 procent van de niet-blootgestelde mensen ‘kruisreageren’ op het nieuwe coronavirus. Als je alle studies bij elkaar neemt, verwacht ik dat dit bij 20 tot 50 procent van de bevolking zo is.”

Milde klachten

Zou kruisreactiviteit kunnen verklaren waarom sommige mensen slechts milde klachten krijgen, terwijl anderen ernstig ziek op de ic komen te liggen? De Vries: „Dat klinkt als een plausibele verklaring. Het zou zeker kunnen, maar er is geen bewijs voor. Dat is ook heel moeilijk vast te stellen.”

Daar komt bij dat T-cellen maar voor een beperkt deel bijdragen aan iemands weerstand. Ook het aangeboren immuunsysteem en antistoffen spelen een rol. „Bij de mens werken die gebalanceerd samen. We weten niet wat de afzonderlijke bijdrage van elke component is. Wel weten we dat antistoffen bij hamsters kunnen voorkomen dat ze ernstig ziek worden. Voor T-cellen is soortgelijk onderzoek niet gedaan.”

In tegenstelling tot antilichamen, die enkele maanden na een infectie al goeddeels uit het bloed zijn verdwenen, hebben T-cellen een uitstekend geheugen. Een studie van juli in Nature vond dat mensen die tijdens de SARS-uitbraak van 2002 tot 2003 zijn besmet, nog T-cellen bij zich hebben die reageren op het nieuwe coronavirus.

Toekomstmuziek

Mensen routinematig testen op hun T-celactiviteit en zo –indien mogelijk– voorspellen of zij bij een infectie milde of ernstige klachten zullen krijgen, is verre toekomstmuziek. „Dat is een lastige en dure methode en zal daarom geen standaard diagnostische test worden. Het Erasmus Medisch Centrum is voor zover ik weet samen met bloedbank Sanquin de enige plek in Nederland waar T-celreactiviteit wordt onderzocht. Dit is vooral vanuit wetenschappelijk oogpunt interessant.”

De Rotterdamse viroloog wil niet dat mensen met deze kennis laks worden. „Ondanks kruisreactiviteit bij 20 tot 50 procent van de bevolking in februari kwam toch deze pandemie. Je kunt die daarom niet zomaar vertalen naar groepsimmuniteit. Op basis van wat we nu weten, is die nog lang niet bereikt.”