Prof. W. de Vries: Theïstische evolutieleer zet deur open naar vrijzinnigheid

Prof. dr. ir. W. de Vries maakt zich grote zorgen over de opmars van de evolutietheorie in de theologie. Dit tast het Schriftgezag aan en het principe van Schrift met Schrift vergelijken.  beeld Sjaak Verboom
3

Het idee dat God heeft geschapen door evolutie verslaat zijn duizenden in de gereformeerde gezindte. „Onderhuids gebeurt dat ook in de rechterflank. Binnen één generatie kunnen we helemaal zijn afgegleden.” Het was voor prof. dr. Wim de Vries aanleiding om het boek ”Woord en wetenschap” te schrijven.

De Vries schrok toen hij een paar jaar terug een groepje hoogleraren uit de breedte van de gereformeerde gezindte sprak. „Bij een lezing over geloof en wetenschap bleken sommigen veel minder kritisch te staan ten opzichte van theïstische evolutie dan ik dacht. Een theoloog stelde ook dat de bezwaren daartegen aan het begin van de twintigste eeuw vooral uit fundamentalistische en chiliastische kring afkomstig waren.”

Devries

Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen en ververs dan de pagina.

Daarvan wilde de Wageningse hoogleraar milieusysteemanalyse het zijne weten. „Ik heb me daar drie maanden in verdiept. Ik wilde weten of dit klopt. Inderdaad etaleerden orthodoxe theologen zoals Chalmers, Spurgeon en Bavinck een open houding naar een hoge ouderdom van de aarde.”

De theïstische evolutiegedachte is echter het idee dat God alle leven op aarde via evolutie heeft geschapen, een miljarden jaren durend proces van lijden en dood vóór de zondeval. „Dat zij zich positief zouden hebben uitgelaten over de evolutie van eencellige tot mens, dat is iets heel anders. Ik kwam er al gauw achter dat dit absoluut niet waar is”, laat De Vries weten in de serre van zijn woning in Veenendaal.

Vaak gaan theologen voorop in de aantasting van het Schriftgezag. De Vries: „Geruisloos krijgt de evolutietheorie een plaats in de theologie. Het vreemde is dat ook theologen uit eigen kring nauwelijks vragen stellen over de waarheid van de evolutietheorie. Die accepteren ze klakkeloos. Dat vind ik echt schokkend.” Kerken lopen niet direct leeg wanneer de evolutietheorie daar een plaats krijgt. „Maar ik zie wel een wisselwerking.”

Intussen was, in 2017, het boek ”En de aarde bracht voort” van prof. dr. Gijsbert van den Brink gepubliceerd. De commissie opleiding en vorming van de Hersteld Hervormde Kerk besloot het jaar daarop een lezingencyclus te organiseren over schepping en evolutie. Met Wim de Vries als spreker, samen met zijn broer dr. P. de Vries en de Delftse hoogleraar christelijke filosofie prof. dr. M. J. de Vries.

Wim de Vries werkte zijn lezing uit in een aantal artikelen in het Hersteld Hervormd Kerkblad. Alle drie de lezingen vormden feitelijk het begin van het boek ”Woord en wetenschap”, dat deze maand verscheen bij uitgeverij Labarum in Apeldoorn.

Prof. dr. ir. W. de Vries maakt zich grote zorgen over de opmars van de evolutietheorie in de theologie. Dit tast het Schriftgezag aan en het principe van Schrift met Schrift vergelijken.  beeld Sjaak Verboom

Het boek gaat over wetenschap. Wat is wetenschap?

„Je zou wetenschap kunnen omschrijven als systematisch verkregen, geordende en verifieerbare menselijke kennis en de regels waarmee deze kennis verkregen kan worden. Wetenschapsfilosofen worstelen nog altijd met een sluitende omschrijving van kennis, en met de criteria voor wetenschappelijke kennis. De regels betreffen wetenschappelijke methoden en afspraken om hypothesen experimenteel te toetsen, en uit de resultaten wetmatigheden en theorieën af te leiden.

Het onderscheid tussen wat wetenschap is en wat niet wordt uiteindelijk mede bepaald in discussies tussen wetenschappers. Behalve de waarnemingen spelen ook menselijke en sociale factoren een grote rol. Zo bestaan in de wetenschap paradigma’s, heersende denkkaders zoals de evolutietheorie.”

In hoeverre is de evolutietheorie gebaseerd op feiten?

„De belangrijkste feiten zijn de volgende vier. Soorten kunnen zich aanpassen. Dat is duidelijk te zien bij de snavels van de Darwinvinken en de kleur van de berkenspanner, die ook wel peper- en zoutvlinder wordt genoemd. Dat heet adaptatie of micro-evolutie. Het vakgebied van de vergelijkende anatomie laat nauwe overeenkomst zien in de lichaamsbouw van veel soorten. Verder komt het DNA, de belangrijkste drager van erfelijke informatie, van veel diersoorten sterk overeen, ook dat van apen en mensen. Ten slotte zitten er verschillende soorten fossielen in aardlagen, die een bepaalde opeenvolging van soorten op aarde zou kunnen veronderstellen.”

Als dit de feiten zijn, waarom hebt u er dan bezwaren tegen?

„Behalve de feiten hebben we te maken met interpretatie van die feiten. De gangbare interpretatie is dat bovengenoemde feiten het bewijs zijn voor de hypothese dat de mens en alle leven op aarde, uiteindelijk uit een eencellig organisme voortkomen. Maar er bestaan ook veel waarnemingen die daar tegen ingaan. Dat heet falsificatie.

Prof. dr. ir. W. de Vries maakt zich grote zorgen over de opmars van de evolutietheorie in de theologie. Dit tast het Schriftgezag aan en het principe van Schrift met Schrift vergelijken.  beeld Sjaak Verboom

Zo bestaat er overeenkomst in de lichaamsbouw van veel soorten die volgens de evolutietheorie niet uit elkaar zijn geëvolueerd. Mensen delen niet alleen 96 procent van hun DNA met apen, maar ook 88 procent met muizen, terwijl mensen volgens de evolutietheorie niet van muizen afstammen. Een belangrijk probleem is verder dat in de aardlagen vrijwel alle overgangsvormen tussen de fossiele soorten ontbreken.

Kortom, evolutie in de zin dat een eencellige zich kan ontwikkelen tot alle diversiteit op aarde, inclusief de mens, is wetenschappelijk gezien nogal problematisch.”

Heeft de scheppingsgedachte de wetenschap vandaag de dag dan nog iets te zeggen?

„Jazeker. Een christen gaat uit van een ordelijke schepping, omdat God een God van orde is. Daarom is het mogelijk om in de schepping te zoeken naar wetmatigheden. Het is daarom ook geen probleem om gebruik te maken van het methodisch materialisme: ook een christen zoekt naar een natuurlijke verklaring van zijn waarnemingen.

In het evolutionaire wereldbeeld is alles door kans en toeval ontstaan. Een aanhanger van de evolutietheorie zou daarom een chaotische wereld verwachten. De christelijke schrijver C. S. Lewis schrijft daarom ergens dat een evolutionist niet kan vertrouwen op zijn eigen gedachten omdat zijn hersenen door kans en toeval zijn ontstaan. In een chaotische wereld is bovendien geen wetenschap mogelijk, want dan bestaan er geen vaste wetmatigheden.”

In hoeverre is de oorsprong van alles wetenschappelijk te verklaren?

„Voor het ontstaan van onze werkelijkheid is geen wetenschappelijke verklaring mogelijk. Die is ontstaan uit God, de onveroorzaakte Oorzaak, door een scheppingswonder. Maar een volledig seculiere wetenschapper móét een materiële verklaring vinden voor de schepping. Die is er echter niet; al komt hij met ideeën dat de werkelijkheid zichzelf heeft voortgebracht via de oerknal en evolutie. Maar iets kan niet de oorzaak zijn van zichzelf.”

De theïstische evolutiegedachte is volgens de voorstanders van theïstische evolutie een begaanbare route om hoogopgeleiden bij de kerk te houden. Herkent u het probleem dat hoogopgeleiden de kerk vaarwel zeggen vanwege de evolutietheorie?

Nadenkend: „Niet in mijn naaste omgeving. Maar ik hoor er wel over. Veelal sluit de evolutietheorie bij dergelijke hoogopgeleiden aan bij hun seculiere levensgevoel. Als dit levensgevoel al niet spoort met de Bijbel, komen dergelijke ideeën sneller binnen. Ze geven dan een intellectuele basis aan twijfels over het Godsbestaan.”

Is theïstische evolutie wetenschappelijk gezien dan een begaanbaar pad?

„In geen geval. Een theïstisch evolutionist schuift uiteindelijk bovennatuurlijke elementen in de evolutietheorie, zoals sturing van het evolutieproces door God. Hij verlaat dan de zuivere wetenschap die louter materialistisch is, en waarin goddelijke sturing geen plaats krijgt.”

omslag

En theologisch gezien?

„In het boek som ik ook op welke concessies het theïstisch-evolutionistische gedachtegoed doet aan de Bijbelse theologie. Zij tast het Schriftgezag aan en het Bijbelse principe van Schrift met Schrift vergelijken.”

Hoe dan?

„Het theïstisch-evolutionisme suggereert dat het Nieuwe Testament onbetrouwbaar is. Daarin wordt keer op keer naar Genesis 1 tot 11 verwezen; onder andere in Lukas, het geslachtsregister van Christus tot Adam. Noach zou een mythische figuur zijn geweest, en de zondvloed een plaatselijke vloed; terwijl Christus aan Noach refereert als een historische persoon, en Petrus de wereldwijde zondvloed aanhaalt in verband met Christus’ wederkomst.

Ook zouden Christus’ uitspraken over bijvoorbeeld man en vrouw „in het begin van de schepping” onbetrouwbaar zijn. Adam en Eva leefden immers vele miljoenen jaren na het begin van de schepping door evolutie. Mijn vraag is dan: Zou Christus Zelf niet weten hoe Hij geschapen heeft? Zonder Hem is immers geen ding gemaakt dat gemaakt is?

Verder tast theïstische evolutie Gods eigenschappen aan. Hoe kan God spreken over een schepping die zeer goed is, als Adam en Eva zouden zijn ontstaan na miljoenen jaren van lijden, dood en verderf?

Daarnaast komt de leer van het heil op losse schroeven te staan. De staat der rechtheid –Adam en Eva waren zondeloos geschapen in een rechte verhouding tot God– wordt impliciet ontkend. Het theïstisch evolutionisme verduistert het Bijbelse gegeven dat de mens naar Gods beeld is geschapen, maakt de zondeval tot een mythe, ondermijnt wat de Bijbel leert over de dood als gevolg van de zonde. Het ondermijnt het verlossingswerk door Christus, want er is geen plaats voor de erfschuld. Bovendien: wie de eerste Adam als werkelijke persoon ontkent, raakt ook de tweede Adam, Jezus Christus, kwijt.

Ten slotte gaat de ethiek op zijn kop. Zo tast het theïstisch-evolutionistische gedachtegoed de scheppingsorde aan en de plaats die God heeft gegeven aan de man en aan de vrouw. Denk aan de discussies over de vrouw in het ambt. Ook wordt daardoor de uniciteit van het huwelijk van man en vrouw minder vanzelfsprekend, en moet een homoseksuele relatie in liefde en trouw ook mogelijk zijn.”

In hoeverre speelt deze discussie ook in de gereformeerde gezindte?

„Onderhuids gebeurt dat volop in onze eigen gezindte. Ik denk dat we ons zouden verbazen als we weten hoe ver het theïstisch-evolutionistische gedachtegoed al is doorgedrongen bij hoogopgeleiden in eigen kring. Ik maak me grote zorgen. Binnen één generatie kunnen we helemaal zijn afgegleden. Daarom zou ik willen oproepen om vast te houden aan het gezag van de Schrift en de Bijbelse boodschap van zonde en genade. De Bijbel is volstrekt helder over de goede schepping, de staat der rechtheid, de zondeval, de verzoening door Christus en de staat der heerlijkheid.

Soms zetten onze kerken mensen met vermeende remonstrantse leerstellingen onder censuur, terwijl ze het gevaar van het theïstisch-evolutionistische gedachtegoed niet onderkennen. Maar we moeten onder ogen zien dat het theïstisch-evolutionisme een veel ernstiger dwaling is. Dan verlaten we de leer van de Schrift; en voor we het weten, zijn we de Rubicon naar de vrijzinnigheid overgestoken.”

Woord en wetenschap. Goddelijke openbaring en menselijk inzicht, W. de Vries, M. J. de Vries, P. de Vries; uitg. Labarum Academic; 231 blz.; € 15,95