PFAS zitten zowel in je teflonpan als in je regenjas

Koekenpan met antiaanbaklaag. beeld RD, Anton Dommerholt
2

Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS): een ingewikkelde naam voor een verzameling van zo’n 6000 chemische stoffen. Ze zijn nauwelijks afbreekbaar en worden al sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw ontwikkeld en toegepast. Jaren geleden al wezen toxicologen op de grote giftigheid en slechte afbreekbaarheid van PFAS.

„Dat drong slecht door, maar na de problemen rond de uitstoot van het chemische bedrijf Chemours –het vroegere DuPont– in Dordrecht is het tij plotseling gekeerd”, zegt VU-hoogleraar milieuchemie en toxicologie Jacob de Boer. „Er geldt nu sinds juli 2019 een betrekkelijk strenge norm voor bouwgrond en baggerslib.”

PFAS hebben bijzondere eigenschappen. Ze zijn oersterk, nauwelijks afbreekbaar, water-, vet- en vuilafstotend. Om die reden zijn ze verwerkt in veel producten zoals teflon (PTFE), de antiaanbaklaag in pannen en cupcake bakjes, in regenkleding en fietskettingspray. De stoffen worden vanwege hun vuilafstotende werking ook veel toegepast in meubels, matrassen en vloerbedekking. Ook zijn ze vlamdovend, reden waarom ze in schuimvormende blusmiddelen zitten.

Teflonpan

De consumentenproducten zijn op zich niet gevaarlijk, zegt De Boer. „Als PFAS eenmaal tot een polymeer is verwerkt, zoals teflon of teflonspray, dan zijn deze stoffen niet meer giftig. Bij normaal gebruik is een teflonpan veilig. Je moet hem uiteraard niet droog verhitten. Als er stukjes losraken moet je zo’n pan meteen weggooien. Juist op de rafelrandjes kunnen monomeren ontstaan die toxisch zijn. Een glad oppervlak is dus erg belangrijk.”

Het gaat om de tussenstoffen die nodig zijn bij de fabricage van PFAS, zoals PFOA, aldus de Boer. „Die zijn tientallen jaren gebruikt. Na een verbod stapten de bedrijven over op GenX, maar die stof is ook giftig. De fluorverbindingen zijn geloosd naar het oppervlaktewater en de lucht. Via rivieren kwamen ze terecht in ons drinkwater en in baggerslib. Door regenval sloegen ze neer op de bodem, ook ver buiten de productielocaties. We hebben ze allemaal in ons bloed, zelfs in het bloed van ijsberen vinden we ze terug. Het probleem is vergelijkbaar met DDT en dioxines, gifstoffen waar we eerder mee te maken hadden. Dankzij ingrijpen van overheden zijn die problemen nu teruggedrongen.”

Datzelfde gebeurt nu ook met PFAS. „Aan de lozingsvergunning zijn voorwaarden verbonden voor een maximumhoeveelheid per jaar. Nu die voorwaarden worden aangescherpt, zijn de bedrijven ook zelf gaan zuiveren”, zegt hij.

Blootstelling

De schadelijke effecten zijn net zo divers als de stoffen zelf en afhankelijk van de mate van blootstelling. Het gaat om verhoogde risico’s voor bijvoorbeeld nier- en teelbalkanker en leveraandoeningen. Sommige PFAS verhogen ook het cholesterolgehalte. PFAS binden zich goed aan het bloedeiwit albumine en zo verspreiden ze zich in het menselijk lichaam.

De veilige internationale norm voor opname van PFAS lag op 0,15 microgram per kilogram lichaamsgewicht per dag. Die norm is door de Europese Voedsel en Veiligheidsautoriteit (EFSA) recent echter verlaagd naar 0,013 microgram/kg lichaamsgewicht per week. Nederland heeft daar bezwaar tegen gemaakt. Die discussie is nog niet afgerond, aldus De Boer. De veilige norm voor drinkwater van bijvoorbeeld PFOA is 0,0875 microgram per liter. „De concentraties zitten daar tenminste een factor 20 onder. Vooralsnog is er voor drinkwater dat wordt gewonnen uit rivieren geen reden tot paniek en voor opgepompt grondwater uit diepe bodemlagen al helemaal niet”, stelt De Boer.

Inmiddels is uit onderzoek van het RIVM gebleken dat meer dan 85 procent van de onderzochte bodem- en slibmonsters hogere concentraties fluorverbindingen bevat dan 0,1 microgram per kilo, de nieuwe norm die de overheid deze zomer heeft ingesteld. Het gaat in afwachting van verder onderzoek om een tijdelijke norm. Alle grond die wordt verplaatst, moet eerst worden onderzocht. Bij overschrijding van de norm mag de grond, het slib of het zand niet worden afgegraven en vervoerd. „Die norm is mijns inziens wel aan de strenge kant”, zegt De Boer. „Ik mis de onderbouwing ervoor. Mogelijk dat bouwvakkers en grondarbeiders die stoffen tijdens hun dagelijks werk snel kunnen opnemen.”

Bacterie

Er is ook goed nieuws, meldt De Boer. Aan de Princeton University in de VS is een bacterie ontdekt –Acidimicrobium bacterium A6– die PFAS grotendeels kan afbreken. De Boer spreekt van een verrassend bericht. „De bacterie zorgt als een soort happertje ervoor dat het molecuul uiteenvalt in koolstof en fluor waardoor het schadelijke effect zo goed als verdwenen is. De werkzaamheid is nog slechts in het lab getest en niet in het buitenmilieu. Voorwaarden zijn een juiste zuurgraad en ijzerconcentratie in de bodem, maar daar is wel een mouw aan te passen. Verder onderzoek en veldwerk is nodig. Er is echter een manier gevonden om deze schadelijke stoffen af te breken en dat is mijns inziens hoopvol.”

>>rivm.nl/pfas