Nationale iconen koplopers met steun van kabinet

Technologiebedrijf Hiber liet het Amerikaanse ruimtevaartbedrijf SpaceX vorig jaar twee satellieten lanceren voor een nieuwe infrastructuur om apparaten en netwerken wereldwijd draadloos berichten te laten uitwisselen. beeld Hiber
3

De kunstnier, bluetooth en de Deltawerken: ze verbeterden of redden levens en worden wereldwijd toegepast. En, niet geheel onbelangrijk: ze komen uit Nederland. Onlangs kregen drie nieuwe innovatieve ”Nationale Iconen” een heuse ambassadeur in het kabinet.

Om Nederland en Nederlandse innovaties op de kaart te zetten, werd er dit jaar voor de derde keer gezocht naar nationale iconen: baanbrekende ideeën die een grote impact kunnen hebben op wereldburgers. Eind september vond de finale plaats.

Inreda Diabetic, Ioniqa en Hiber kunnen de komende drie jaar rekenen op steun vanuit het kabinet. Mogelijk zijn ze na die tijd niet meer uit ons leven weg te denken.

Uit 55 inzendingen selecteerde een jury eind mei 10 innovaties die kans maakten om 3 jaar lang te worden vertegenwoordigd door bewindslieden uit het huidige kabinet. Het moet deuren in binnen- en buitenland openen en partners en financiering opleveren om de producten op grote schaal uit te rollen.

De tien finalisten waren even divers als veelzijdig. Ze bieden een oplossing op het gebied van gezondheid, duurzaamheid of technologie, bedoeld voor diagnostiek of behandeling van een aandoening, duurzame energie- en watervoorziening, innovatieve communicatie of transport, of circulair gebruik van middelen. De gemene deler: de finalisten zijn stuk voor stuk innovatief en pioniers in hun vakgebied.

Maar om een nationaal icoon te worden, moet er wel meer zijn dan innovatie. Bedrijven worden ook beoordeeld op hun visie, marktpotentie en hun bijdrage aan de Nederlandse economie.

....

Alvleesklier 2.0

Nooit meer zelf insuline hoeven spuiten en geen hypo of hyper meer: de kunstmatige alvleesklier van Inreda Diabetic kan voor diabetespatiënten worden wat de kunstnier voor nierpatiënten werd. Het apparaatje regelt autonoom het glucosepeil met behulp van twee hormonen: insuline om het bloedsuikerniveau te verlagen en glucagon om het te verhogen.

De kunstmatige alvleesklier werd in 2003 bedacht door Robin Koops, zelf diabetespatiënt. Hij testte het apparaat op zichzelf en ontwikkelde het tot een geïntegreerd systeem dat indertijd nog niet draagbaar was. Na een tussenversie ter grootte van een laptoptas volgde het huidige prototype, van zo’n 10 bij 15 centimeter. Bij testen met diabetespatiënten daalden de bloedsuikerwaarden en verminderden de klachten.

„Het systeem is ontwikkeld voor alle mensen die afhankelijk zijn van insuline”, vertelt Robin Koops. „In eerste instantie voor volwassenen met type 1-diabetes. En in de toekomst zal het systeem ook gebruikt kunnen worden door type 2-patiënten en door type 3-patiënten – bij wie de alvleesklier werd verwijderd als gevolg van alvleesklierkanker. Ook kinderen vormen een heel belangrijke en grote doelgroep.”

Er liggen plannen voor meer mogelijke toepassingen, maar daarover wil de maker in dit stadium weinig kwijt: alle aandacht gaat nu uit naar het CE-keurmerk dat nodig is om de markt op te mogen.

Het nieuwe icoon werd al zonder keurmerk getest in een klinische setting – dus onder streng toezicht en begeleiding van artsen.

Koops: „We hebben al een deel van de CE-certificering behaald en moesten voor het tweede deel klinische studies uitvoeren. De resultaten daarvan nemen we mee bij de uiteindelijke goedkeuring voor de Europese markt.” De certificering zal in mei 2020 rond kunnen zijn.

Inreda Diabetic wil het systeem laten vergoeden door zorgverzekeraars. Na de kleinschalige start in Nederland moet het apparaat ook in de rest van Europa beschikbaar komen.

Koops: „We hebben veel enthousiaste mensen nodig die ons willen helpen bij het testen. Zij geven ons het duwtje in de rug om ons doel te bereiken. En natuurlijk helpt meer geld om sneller te kunnen testen, en dus onze beschikbaarheid te versnellen.”

Ambassadeur: minister Ank Bijleveld

....

Berichtendienst in de ruimte

Het Internet of Things (IoT) is zeker niet nieuw. Maar nieuwe zakelijke toepassingen en de beschikbaarheid van slimme apparaten nemen een hoge vlucht. Ze leggen een groot beslag op internetverbindingen. Daarom liet technologiebedrijf Hiber het Amerikaanse ruimtevaartbedrijf SpaceX vorig jaar twee satellieten lanceren. Ze vormen de ruggengraat van een infrastructuur waarop apparaten en netwerken wereldwijd draadloos berichten uitwisselen.

Het idee van Hiber ontstond door innovaties in de ruimtevaart en de opkomst van het internet der dingen, vertelt medeoprichter Coen Janssen.

De ondernemer zag een gat in de markt en bedacht met zijn team een heel nieuw netwerk. Met de twee gelanceerde satellieten wil hij een betere dekking bieden dan bestaande netwerktechnologieën, zoals gsm, wifi en bluetooth. Doordat de satellieten sneller informatie kunnen uitwisselen, bieden ze een belangrijke oplossing nu nog geen 10 procent van de wereldbevolking is voorzien van mobiele communicatie en waarin het aantal IoT-toepassingen blijft groeien.

„Onze satellieten draaien per dag zestien rondjes om de aarde”, vertelt Janssen. „Daarmee zien we de sensoren minimaal twee keer per dag. Hiber garandeert dat de satellieten minimaal één keer per dag de sensoren en applicaties uitlezen. Deze gegevens worden opgeslagen totdat de satellieten langskomen en deze weer oppikken.” Volgens Janssen is „realtime IoT-connectiviteit in afgelegen gebieden namelijk minder belangrijk dan in bewoonde gebieden.”

Momenteel testen zeventig klanten het netwerk. Zij betalen enkele euro’s per maand om hun apparaten informatie te laten uitwisselen via de Hiberband: elke satelliet kan elke dag 1 miljoen berichten verwerken. De satellieten verbranden na drie jaar in de atmosfeer. Om zo vaak nieuwe satellieten te financieren, moet het bedrijf voldoende klanten aan zich weten te binden.

Ambities heeft de Nederlandse start-up genoeg. Janssen: „De komende twee jaar willen we veertien extra satellieten omhoogschieten, zodat we één uitlezing per uur kunnen aanbieden.” De selectie van Hiber als nationaal icoon helpt ook al mee. „We worden de komende drie jaar gesteund door de overheid. Dat levert extra publiciteit, ingangen bij bedrijven en toegang tot financiering op.”

Ambassadeur: staatssecretaris Mona Keijzer

....

Circulaire flesjes uit gerecycled plastic

Plasticsoep, zwerfafval en afgedankte consumentenproducten: de mensheid zadelt zichzelf op met een probleem dat niet binnen enkele generaties is uitgebannen. Voor de drinkflesjes is er nu een oplossing. Het Geleense Ioniqa Technologies ontwikkelde een technologie om afval uit petflesjes circulair te maken.

PET Upcycling heet de circulaire techniek uit Geleen. De technologie belooft 25 procent van de wereldwijde plasticproductie oneindig vaak een nieuw leven te geven. Bij dit zogeheten upcyclen krijgt petmateriaal na het recyclingproces een hogere zuiverheid dan de oorspronkelijke grondstof. Technische belemmeringen zijn verleden tijd: zelfs gekleurde flesjes kunnen worden geüpcycled. De geproduceerde nieuwe grondstof is identiek aan plastic dat uit olie wordt geproduceerd en leent zich ook voor veilige voedselverpakkingen.

De technologie oogt bedriegend eenvoudig: het plastic wordt ondergedompeld in water of glycol. De moleculen van het plastic worden vervolgens langzaam losgemaakt. Een katalysator herkent en verwijdert verontreinigingen en materiaal van lage kwaliteit. Dit levert ten slotte een zuivere petgrondstof op voor nieuwe petflesjes.

Een energiezuinige techniek zorgt ervoor dat er 75 procent minder energie wordt gebruikt dan in het oorspronkelijke petproductieproces. Klanten profiteren bovendien van vaste lage prijzen: het proces van Ioniqa Technologies is goedkoper dan de productie van bioplastic én niet afhankelijk is van de schommelende olieprijs.

Inmiddels is Ioniqa in zee gegaan met Indorama, Coca-Cola en Unilever. Zij hebben de ambitie en de schaalgrootte om consumenten te stimuleren tot duurzaam koopgedrag. Unilever streeft er bijvoorbeeld naar om in 2025 alleen nog maar herbruikbare plastic verpakkingen te gebruiken. De keuze voor PET Upcycling is een eerste stap in de goede richting.

De circulaire technologie van Ioniqa biedt meer mogelijkheden dan voor plastic alleen. De techniek kan in de toekomst ook worden gebruikt voor textielrecycling en mogelijk zelfs voor hergebruik van bioplastics. Ioniqa wil tegelijkertijd de afvalscheiding in Europa verbeteren, waarbij Nederland een belangrijke rol moet gaan spelen.

Ioniqa startte de fabriek net voor de zomer op. Als de technologie zich heeft bewezen, wil het bedrijf licenties gaan verkopen om te voorzien in de grote vraag naar hoogwaardig pet. Met de inkomsten wil de Geleense start-up de techniek verder ontwikkelen.

Ambassadeur: staatssecretaris Stientje van Veldhoven