Ingenieur Stevin was zijn tijd ver vooruit

Geïnspireerd door Chinese zeilwagens bouwde Stevin in 1601 zijn eigen exemplaar. Allerlei bekende Nederlanders maakten een avontuurlijke tocht over het strand van Scheveningen naar Petten, een afstand van circa 90 kilometer. De gemiddelde snelheid lag op circa 40 kilometer per uur. beeld Wikimedia, Het Geheugen van Nederland
4

Hij was natuurkundige, wiskundige en ingenieur en geloofde dat Adam en Eva in het paradijs Nederlands spraken. Het is 400 jaar geleden dat Simon Stevin stierf.

Nederlands is volgens wetenschapper Simon Stevin de oertaal – doorspekt met korte woorden die gemakkelijk samenstellingen vormen. Met zijn pleidooi om wetenschap in het Nederlands te bedrijven, speelt hij een belangrijke rol bij de totstandkoming van het wetenschappelijk en technisch Nederlands.

„T’welck ick my soo inbeeldende, (…) voorsien te worden, hebbe my vervoordert dese beschrijvinghe van dien, in onse Neerduytsche Tale te laten uytghaen”, schrijft Stevin in 1585 in zijn inleiding op ”Dialectike ofte bewysconst”. De wijdlopige zin komt uit de breedvoerige inleiding waarin hij verklaart waarom zijn boek in de Nederlandse taal verschijnt en niet in het Latijn, de dan gangbare taal in de academische wereld.

Onwettig

Stevin wordt in 1548 in Brugge geboren als onwettig kind. Over zijn jeugd is weinig bekend, maar vaststaat dat hij in betrekkelijke weelde opgroeit. Simons moeder is een welgestelde vrouw, die eerder was getrouwd met een van de burgemeesters en schepenen van een onafhankelijk gebied rondom Brugge. Zijn vader is lid van het schuttersgilde, en dus ook niet geheel onbemiddeld.

Na zijn jeugd gaat Simon als kassier en boekhouder aan de slag in Antwerpen. In die periode onderneemt hij diverse reizen naar Pruisen, Polen, Zweden en Noorwegen. In 1577 keert hij terug naar Brugge, waar hij klerk wordt. Waarom hij Brugge voor Antwerpen verruilt, blijft onduidelijk. Mogelijk spelen de heftige godsdiensttwisten tussen rooms-katholieken en calvinisten een rol: tussen 1571 en 1577 is het voor de protestanten niet veilig in Brugge. Alom wordt dan ook aangenomen dat Stevin protestants is. Bovendien is het onwaarschijnlijk dat Stevin op latere leeftijd een vertrouwenspositie bij prins Maurits zou hebben verkregen als hij rooms-katholiek zou zijn geweest.

Carrière

In 1581 vertrekt Simon naar Leiden. Daar komt zijn wetenschappelijke carrière pas echt op stoom. In hoog tempo verschijnen er van zijn hand boeken over wiskunde en natuurkunde. Hij introduceert als eerste de decimale breuk in zijn boek ”De thiende”. Ook ontvangt Stevin diverse octrooien voor uitvindingen, en hij combineert wetenschappelijk onderzoek met praktische toepassing van nieuwe inzichten.

Zo verbetert hij de al bestaande poldermolen en ontwerpt hij de beroemde zeilwagen. Bovendien bouwt en verbetert hij met Jan Cornets de Groot, de vader van Hugo de Groot, windmolens.

Stevin is zijn tijdgenoten soms ver vooruit. Zo beklimt hij samen met De Groot de toren van de Nieuwe Kerk in Delft om door middel van een valproef een oud idee van Aristoteles te weerleggen. Vanaf de toren laten de mannen twee massieve ballen vallen die, ondanks het verschil in gewicht, nagenoeg op hetzelfde moment de grond raken. Daarmee ontkrachten ze de oude mythe dat zware voorwerpen sneller vallen dan lichte, ruim voordat Galileo Galilei grote roem oogst met hetzelfde experiment. Simon betoogt bovendien dat de aarde om de zon draait – opnieuw eerder dan Galilei, die door zijn beweringen in grote moeilijkheden komt met de Rooms-Katholieke Kerk.

Privédocent

Met zijn ideeën over toegepaste wiskunde weet Stevin de aandacht van Maurits van Nassau op zich te vestigen. De prins stelt hem aan als privédocent. Stevin wordt bovendien militair ingenieur van het staatse leger, waar hij onderzoek doet naar verdediging en navigatie.

Kennisoverdracht speelt voor Stevin een grote rol. Daarom ontwikkelt hij een onderwijsprogramma waarmee snel ingenieurs kunnen worden opgeleid. In het programma is een grote plaats ingeruimd voor het Nederlands: dat is volgens Stevin beter geschikt voor kennisoverdracht dan Grieks, Latijn of een andere moderne taal.

Soms stuiten Stevins ideeën op weerstand. Echte academici kennen hun klassieken en hielden zich niet te veel bezig met praktische en wiskundige zaken, vindt de Leidse hoogleraar Lipsius. Ubbo Emmius, rector magnificus van de Academie te Groningen, kraakt het wiskundeboek ”Wisconstighe ghedachtenissen” –overigens geheel ten onrechte– af: als Stevin gelijk heeft, „is Mozes een leugenaar en liegt de gehele Schrift.”

In 1620 eindigt Stevins werkzame leven. De wetenschapper sterft tussen februari en april. Hij laat manuscripten na over architectuur, vestingbouw, molenbouw, muziek en legerorganisatie. Waar hij begraven ligt, is onbekend.

Nadenken en testen

”Wonder en is gheen wonder”, luidt Stevins devies. Hij wil maar aangeven dat alle verschijnselen logisch verklaarbaar zijn. Mensen kunnen door na te denken veel zogenaamde wonderen ontkrachten. Het leidt tot baanbrekende bijdragen op het gebied van statica, mechanica en perspectief.

Als beeldmerk hanteert Stevin de ”clootkrans”, een kralensnoer. Het beeldmerk komt onder meer terug op de titelpagina van ”De beghinselen der weeghconst”. Aan de hand van deze krans met kogels bewijst hij dat de bollen even veel druk uitoefenen op zijde ”AB” als op zijde ”BC” omdat de klootkrans in evenwicht is. Hij laat daar mee zien dat een perpetuum mobile niet bestaat. Stevin zal dit bewijs later voor veel situaties met gewichten op hellende vlakken gebruiken en slaagt erin het zwaartepunt van vlakke en ruimtelijke figuren te bepalen.

De koppeling tussen theorie en experimenten is erg belangrijk voor Stevin. Hij beschrijft dit als „spiegheling en daet” – bespiegeling en praktijk. Daarmee breekt hij met de theoretische methode van Aristoteles en bewijst hij zijn inzichten met praktische experimenten.

Het woord ”daet” keert een enkele keer terug in Stevins bibliografie. Hij schrijft onder meer ”De weeghdaet” en ”Meetdaet”, waarin hij praktische toepassingen van zijn inzichten uit de doeken doet.

Nederlands in het paradijs

Voor Stevin staat het vast: Adam en Eva spraken Nederlands. Het is dé oertaal, met de meeste korte woorden die gemakkelijk samenstellingen vormen. De oertaal was volgens Stevin voertaal in de ”Wysentijt” – hij introduceert de term in ”Wisconstige gedachtenissen”.

In een poging de wetenschap toegankelijk en begrijpelijk te maken, introduceert Stevin nieuwe woorden voor bestaande fenomenen. Woorden als ”onparich” en ”viercanten wortel” komen tot dan toe niet voor in de wiskundige literatuur. Ook ”scheikunde”, ”wijsbegeerte” en ”wiskunde” worden door Stevin gemunt.

Soms gebruikt hij bestaande woorden, maar geeft ze een nieuwe betekenis. Zo komt de term ”sijde” eerder voor in reken- en woordenboeken, maar nooit in de betekenis die Stevin eraan toekent (”wortel”). Hetzelfde geldt voor de termen ”soomenichmael”, ”mael” en ”werf”. Zo krijgt het Nederlands kreeg eigen wetenschappelijke woorden, terwijl in andere Europese talen leenwoorden worden gebruikt.

Toch is het aantal neologismen dat Stevin in de rekenkunde introduceert niet erg groot. Reden daarvoor is dat er allang in de volkstaal wordt gerekend. Stevins ambities om de wetenschap te vernederlandsen vergen op het gebied van rekenkunde dan ook weinig inspanningen.

Binnen andere vakgebieden is dat anders: woorden als ”evenaar”, ”evenredigheid” en ”evenwijdig” zijn direct terug te voeren op Stevin.

Veilig verdedigen

Stevin was in veel vakgebieden baanbrekend, maar niet op het gebied van architectuur en stedenbouw. Dat was dan ook niet primair zijn doel: hij wilde vooral de belangrijkste kennis op het gebied van vestingbouw overdragen. Daarbij legde hij de toenmalige stand van zaken wel langs zijn meetkundige methode.

Stevin combineerde kennis van de oudheid met eigentijdse ervaringen. Het leverde een reeks plattegronden van woningen en steden op waarin symmetrie een belangrijke rol speelt en functie boven vorm gaat. Kenmerkend zijn de rechthoekige indelingen van steden met daaromheen een verdedigingsgordel.

In het leger van prins Maurits kreeg Stevin de kans zijn wiskundige theorie te toetsen aan zijn praktische ervaringen. In ”Castrametatio” beschrijft hij zijn ideeën over hoe legerkampen het best konden worden opgesteld.

Ook ontwikkelde hij manieren om weerstand te bieden aan de nieuwste vuurwapens. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog tegen koning Filips II werden veel steden nog beschermd door relatief dunne stenen muren. Die bleken nauwelijks bestand tegen de nieuwe kanonnen. Aarden wallen en puin bleken effectiever dan stenen muren.

Stevin introduceerde ook bolwerken, puntig uitstekende verdedigingswerken, een idee dat hij uit Italië overnam. Die beschermden schutters, en stelden hen in de gelegenheid om buiten de stadsmuren de vijand te raken. Hij publiceerde zijn vestigbouwkundige theorieën in zijn werk ”De stercktenbouwing”. Het resultaat is nog steeds zichtbaar in de vestingwerken van Coevorden, Zaltbommel en Hulst.