Zakendoen met een missie in Ethiopië

Hans en Alita Walhout bij de hoofdingang van staalfabriek ESPBC. „We hebben de lastige dingen nooit als lastig ervaren. Iedere morgen stonden we met veel energie op.”  beeld Arie Maasland
6

Hij vertrok in mei 2010 met zijn gezin naar Ethiopië, om general manager te worden van staalfabriek ESPBC. Over een paar maanden keert Hans Walhout (34) terug naar Nederland, na een periode die hij omschrijft als enorm waardevol. „Significant verschil mogen maken in het leven van mensen, dat is als ik terugkijk toch wel het mooiste.”

Ontwikkelingswerk kreeg zijn hart toen hij tot persoonlijk geloof was gekomen en samen met zijn aanstaande vrouw Alita op werkvakantie was in Brazilië. „We wilden graag dienstbaar zijn in het buitenland. Bij verschillende organisaties solliciteerden we, maar die deuren gingen dicht. Men adviseerde ons om eerst maar eens stabiliteit te creëren: trouwen, een gezin stichten, werkervaring opdoen – achteraf bezien het beste advies dat we ooit hebben gekregen.”

Na een hbo-studie technische natuurkunde vond Walhout een baan bij KEMA en deed ervaring op met werken in een internationale context en met management. Na drie jaar trok een advertentie in het RD zijn aandacht: ESPBC in Debre Zeit zocht een general manager. Zowel hij als Alita had de overtuiging: dit is voor ons. En inderdaad, ze werden aangenomen. Een paar maanden later woonden ze in Ethiopië.

Groei

„Vanaf de eerste dag, 18 mei 2010, hebben we ons hier op onze plek gevoeld. We vertrokken naar de stad Debre Zeit met de gedachte hier ontwikkelingswerk te gaan doen, door via ESPBC banen te creëren. Na verloop van tijd werd steeds duidelijker dat er veel potentieel in ESPBC zat; het bedrijf groeide. Dit zorgde voor nieuwe investeringsmogelijkheden, die weer extra groei met zich meebrachten.”

ESPBC was onderdeel van de stichting World Wide Employment. „Op een zeker moment is het bedrijf geprivatiseerd. Ook sindsdien was omzet draaien en winst maken geen doel op zich. Het belangrijkste is om de bevolking hier vanuit christelijke motieven vooruit te helpen. We zien het nog steeds als ”business as mission”, zakendoen met een missie.”

ESPBC –voluit: Ethiopian Steel Profiling and Building PLC– voorziet de binnenlandse markt van stalen profielen, dakplaten en andere constructiematerialen. Het bedrijf is gestart in 2004. Toen Walhout in dienst trad, telde het bedrijf ruim 50 werknemers, inmiddels zijn het er 115.

„De eerste vijf jaar dat we hier waren, ontwikkelde ESPBC zich stabiel. De groei ging gelijk op met onze eigen ontwikkeling en aanpassing aan de cultuur. Sinds de verkiezingen in 2015 is er meer turbulentie geweest. Verschillende keren was het politiek en economisch bezien kantje boord. Desondanks heeft het bedrijf zich ook de laatste jaren goed ontwikkeld.”

Cultuurverschillen

Tussen Ethiopië en Nederland bestaan er flinke cultuurverschillen. Zo kunnen Ethiopiërs volgens de general manager nogal trots en eigengereid zijn; ook heerst er veel onderling wantrouwen. „En de efficiëntie is vaak ver te zoeken. Mensen in deze cultuur zijn ook extreem op hun eigen taak gericht, zonder breder te kijken; een vrachtwagenchauffeur bijvoorbeeld houdt alleen het stuur vast, het openmaken van het dekzeil laat hij aan iemand anders over.

Pittig aan het wonen en werken hier is dat je steeds over je eigen schaduw heen moet stappen. Dingen gaan altijd weer anders dan je denkt en gewend bent. Het kan ingewikkeld zijn om elkaar goed te begrijpen. Bijvoorbeeld: hoe moet je een bepaalde gelaatsuitdrukking duiden?

Tegelijkertijd, we hebben de lastige dingen nooit als lastig ervaren. Iedere morgen zijn we met veel energie opgestaan. Een regel voor ons is om frustratie niet langer dan vijf minuten vast te houden.”

Walhout kijkt dan ook positief naar Ethiopiërs en hun cultuur. „Er is zo veel potentieel. Het is niet terecht om de prestaties hier te vergelijken met die van Nederlanders; wij hebben van jongs af aan zo veel meer ontvangen. Kijk liever naar waar mensen vandaan komen en naar hoeveel persoonlijke ontwikkeling er mogelijk is. Daar hebben we prachtige voorbeelden van gezien.

Als ik mensen hoor mopperen op het land en de bevolking, doet dat echt pijn. Mijn insteek is: je bent hier te gast. Trek je het niet, dan boek je gewoon een ticket terug naar Nederland.”

Principes

Van meet af aan probeerde Walhout binnen ESPBC Bijbelse principes gestalte te geven. „Bijvoorbeeld, mensen hebben hier de neiging om conflicten weg te stoppen. Ik vind het mooi om hen bij elkaar te zetten en aan te moedigen: „Vertel het maar.” Uiteindelijk wordt dat enorm gewaardeerd en is het ook heilzaam.

Binnen het bedrijf gaat het vaak over de vraag hoe Jezus zou handelen. Zeker met de protestantse collega’s ga ik hier graag over in gesprek. Dienend leiderschap is bij ons belangrijk. We stimuleren mensen om elkaar tot bloei te brengen en als er fouten zijn gemaakt zelf verantwoordelijkheid te nemen.”

De christelijke identiteit van het bedrijf krijgt ook gestalte in een weekopening en een weeksluiting met het personeel; daarbij gaat de Bijbel open en wordt er gebeden.

Leidinggeven over cultuurgrenzen heen heeft Walhout –die in Ethiopië via afstandsonderwijs een MBA behaalde– nooit als een probleem ervaren. „Uiteindelijk hebben alle mensen dezelfde behoeften: iedereen vindt het fijn om een complimentje te krijgen en gehoord te worden. Natuurlijk ben ik weleens boos geworden, maar in het algemeen is de werksfeer prima. Er wordt hier hard gewerkt.”

Aanpassingsvermogen

Hans Walhout is overtuigd van de waarde van ontwikkelingswerk, dat is wel duidelijk. Zou wat hem betreft niet iedereen er goed aan doen om naar het buitenland te vertrekken?

„Laat ik het zo zeggen: het zou mooi zijn als dit voor iedereen die praktisch bezien de mogelijkheid heeft een optie zou zijn. De wereld is zo veel groter dan Nederland, er valt op zo veel plekken zo veel positiefs bij te dragen. Maar iedereen heeft zijn eigen roeping. Ik besef dat God ons aan het eind van ons leven niet zal vragen: Waar heb je gewerkt, maar: Wat heb je gedaan? Was je gehoorzaam op de plek die Ik je gaf?”

Mensen die ontwikkelingswerk overwegen, adviseert Walhout om hun motieven goed te bekijken. Dienstbaarheid dient centraal te staan. „Verder is een nuchtere blik belangrijk. En zeker ook aanpassingsvermogen: je moet zo flexibel zijn als elastiek en snel kunnen schakelen. En pas op voor misvattingen.

Er zijn mensen die denken dat het leven in een ontwikkelingsland minder stressvol is dan in Nederland. Dat is flauwekul. Door alles waar je tegenaan loopt kun je serieus onder spanning komen te staan. Anderzijds, er wordt wel geklaagd over de bureaucratie in Ethiopië maar er zijn ook dingen die hier twintig keer zo snel geregeld zijn als in Nederland.”

Zegeningen

Anno 2019 telt het gezin Walhout vier kinderen, in de leeftijd van vier tot tien jaar. Daarin zit een van de redenen om komende zomer terug te keren naar Nederland. „Onze oudste dochter is over twee jaar toe aan middelbaar onderwijs. Dat willen we onze kinderen graag in een westers land aanbieden.

Verder voel ik dat het voor mij tijd is om verder te gaan. Als ik te lang hetzelfde blijf doen, zou er alsnog frustratie kunnen opkomen. Ook denk ik dat mijn vertrek goed is voor ESPBC. Een andere general manager heeft weer zijn eigen invalshoek en kan met nieuwe ideeën het bedrijf verder helpen.

Bij alle goede dingen die we hebben mogen tellen, geven we God de eer. ESPBC is kennelijk gezegend; daar voelen we ons klein en dankbaar bij.”

„Heel blij met dit bedrijf”

Selam Biredaw (29) kwam bij ESPBC binnen als caissière en is dit moment eindverantwoordelijk voor de inkoop van rollen staal. Ze onderstreept van harte dat ESPBC mensen stimuleert in hun ontwikkeling.

„In december 2010 ging ik aan de slag voor ESPBC. Ik reageerde op een vacature, en na een soort examen werd ik aangenomen.

Ik werkte als caissière, maar wilde graag leren. Al snel ging ik in de avonduren een accountancyopleiding doen. Ook kreeg ik de kans om rond te kijken op allerlei plekken binnen het bedrijf; ik heb bijvoorbeeld op de personeelsafdeling gewerkt. In acht jaar heb ik veel kennis en ervaring opgedaan, en ook mijn zelfvertrouwen is gegroeid.

Als caissière had ik een klein salaris, maar inmiddels verdien ik goed. Ook dat maakt een belangrijk verschil. Mijn inkomen gebruik ik allereerst voor mezelf en verder om mijn ouders te ondersteunen.

Collega’s zijn open en gaan prettig met elkaar om. Wat ik erg waardeer, is de christelijke werkcultuur. Tijdens de weekopeningen en -sluitingen heb ik geleerd dat we niet allereerst bezig zijn voor de baas, door goed ons best te doen als hij in de buurt is en verder lui te zijn. We werken allereerst voor God; Hij ziet ons altijd en daarom wil ik altijd ijverig zijn.

Ik ben er heel blij mee dat ESPBC bestaat, en dat niet alleen voor mezelf. Het bedrijf geeft sommige medewerkers een huis, dat is in dit land heel belangrijk. Ook krijgen sommige medewerkers met een kleiner salaris financiële ondersteuning, zodat ze hun kinderen naar een goede school kunnen sturen.

Tegen mensen in Nederland wil ik nog zeggen dat Ethiopië een goede plek is om een bedrijf te starten. Er zijn gunstige belastingregels en veel jonge mensen die graag willen werken. Hoe meer bedrijven zoals ESPBC er hier komen, hoe beter het is voor iedereen.”