Weeskinderen voeden of terreur financieren?

Standplaats Spangen
De Rotskoepel in Jeruzalem (foto) is een belangrijk heiligdom voor moslims. Posters van deze gedenkplaats geven het gebouw van stichting Al Quds in Rotterdam aan de buitenkant een bijzondere uitstraling. beeld Wikimedia
3

In het pand aan de Rotterdamse Vierambachtsstraat waarin vroeger de openbare bibliotheek was gevestigd, zit nu de grootste „Nederlands-Arabische bibliotheek” van Nederland. Ook biedt het gebouw onderdak aan een stichting die zich inzet voor Palestijnse weeskinderen. In het bestuur ervan zit de voormalige „gevaarlijkste man van Nederland.”

Cultureel Centrum Al Quds, prijkt er in witte letters op de blauwe gevel van het pand. In het oog springen enkele afbeeldingen van de befaamde Rotskoepel op de Tempelberg in Jeruzalem en het opschrift ”Waar culturen elkaar ontmoeten!”

Naam en posters verhelderen de focus van de stichting. Al Quds is Arabisch voor ”de heilige”, oftewel Jeruzalem. De Rotskoepel is een belangrijke gedenkplaats voor moslims. Achter de voordeur kun je, zoals een voormalige Rotterdamse predikant eens treffend omschreef, op geen enkele manier heen om „de overduidelijk gedemonstreerde claim dat Jeruzalem onopgeefbaar is en ondeelbaar islamitisch behoort te zijn.”

Knoeien in de Bijbel

Rijen met boeken vullen een aanzienlijk deel van het pand. De schappen bevatten Nederlandse werken, maar ook veel Arabische titels. Al Quds laat zich erop voorstaan de grootste „Nederlands-Arabische bibliotheek” van Nederland te zijn. Zo wordt er het boek ”De uniciteit van Allah” verkocht, geschreven door Mohammed ibnoe ’Abdoel Wehhèb oftewel Wahhab. Hij is de grondlegger van het zogeheten wahabisme, de uiterst orthodoxe Saudische variant van de islam.

Ook voor kinderen is er materiaal te over. Zo vertelt een kinderboek de islamitische versie van de geschiedenis over David (Dawoud) en Goliath. Polemische werken tegen het christendom ontbreken evenmin. Op een plank staat ”Tegenspraken en veranderingen in de Bijbel”. „De Bijbel dat ooit zuiver en het woord van God was, is lang niet meer het woord van God”, vermeldt de achterflap. „Men heeft aanpassingen en veranderingen aangebracht in de Bijbel. Men voelde zich gemachtigd om ermee te knoeien op de manier dat hen uitkwam....”

Een ander werk in dit genre is ”Het gebroken kruis”. Volgens de tekst achterop stichtte Jezus geen nieuwe godsdienst. „Maar o.a. Paulus kwam met enkele substantiële innovaties waardoor er een nieuwe religie ontstond: het Christendom.” Het ”Voorwoord door de uitgever” stelt daarom onder meer dat de „Islaam een logisch vervolg is op het Christendom en wel moest komen om de mensen weer naar het rechte pad (dat leidt naar God en Zijn Paradijs) te leiden.”

Langeafstandsgeweer

De ruimte aan de ene kant van de boekhandel is ingericht als ”Al Quds Shop”, een winkel met levensmiddelen. De zaal aan de andere kant is gereserveerd voor Arabische lessen en het houden van debatten. Dan is er nog een ruimte waar stichting Israa zit, afkorting voor Internationale steun rechtstreeks aan armen. Enkele dagen van tevoren maak ik via een allerhartelijkste medewerkster van Al Quds een afspraak met bestuurslid „Rob.” „Hij wil vast het een en ander vertellen over de stichting”, krijg ik te horen.

Rob legt uit dat de armenstichting in 2012 introk bij de boekhandel. De stichtingen hebben geen gezamenlijk bestuur, maar maken zich wel allebei hard voor „de Palestijnse zaak.” Israa houdt zich volgens hem uitsluitend bezig met charitatieve doelen. Hij zegt dat de stichting geld geeft aan de Verenigde Naties, ziekenhuisposten in de kampen financiert en „arme Palestijnen” sponsort zodat zij hun huizen kunnen repareren. Ook zet Israa zich al bijna vijftien jaar in voor Palestijnse weeskinderen. Donateurs kunnen voor 35 euro per maand een kind sponsoren. Inmiddels onderhouden 1600 donateurs zo’n 2000 weeskinderen. Een accountant licht de boekhouding door en onderzoekt of het geld op zijn bestemming komt, zegt Rob. „Er gaat geen cent naar terreurorganisaties”, verzekert hij. Ook de opbrengst van de (boek)winkel gaat richting de Palestijnse gebieden.

Rob noemt Palestina „de enige overgebleven kolonie ter wereld.” Israël houdt „de Palestijnen er al zeventig jaar onder en lapt daarbij het internationale recht aan zijn laars.” Dat kan zo niet blijven, meent hij.

Bij het afscheid geeft Rob zijn e-mailadres. Hij blijkt Groenhuijzen te heten. Na enig zoekwerk op Google blijkt deze man een bekende Palestina-activist te zijn. Uitvoeriger archiefonderzoek leert dat de rechter hem in 1980 veroordeelde tot drie jaar cel wegens verboden wapenbezit. In oktober 1977 hield een antiterreurteam hem aan toen hij met een aantal politie-uniformen onder zijn arm een garagebox in Capelle aan den IJssel binnenging. Naast een langeafstandsgeweer vond het team onder meer foto’s van 170 medewerkers van de Binnenlandse Veiligheidsdienst, nu de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. Omdat BVD’ers kennelijk zijn doelwit waren, stond Groenhuijzen in die jaren ook wel bekend als „de gevaarlijkste man van Nederland.”

Rookgordijn

Ook Israa is omstreden. De Telegraaf meldde in september 2010 een inlichtingenrapport van een westerse geheime dienst te hebben ingezien waarin wordt gewaarschuwd voor islamitische ‘liefdadigheidsinstellingen’. Die zouden fungeren als rookgordijn voor de financiering van terreurorganisaties. Israa wordt in het rapport met name genoemd. De stichting zou onderdeel zijn van Hamas, omdat medeoprichter Amin Abou Rashed een prominente Europese Hamasleider is. Stukken van de Kamer van Koophandel maken duidelijk dat deze man sinds juli 2009 „uit functie” is.

Israa lijfde in 2003 Al Aqsa in. Het ministerie van Buitenlandse Zaken beschuldigde die stichting in 2003 van het steunen van Hamas, bevroor de tegoeden en plaatste Al Aqsa op de zogeheten EU-bevriezingslijst. Maar in 2010 gaf het Europees Hof van Justitie Al Aqsa ruim baan door EU-regeringen te verplichten de stichting van deze lijst te schrappen.

Islamkenner en blogger Carel Brendel publiceert regelmatig over islamitische organisaties. Het is voor hem nieuw dat Groenhuijzen bestuurslid –Groenhuijzen zegt zelf dat hij penningmeester-secretaris is, maar volgens stukken van de Kamer van Koophandel is hij sinds 27 juli 2016 voorzitter– is van stichting Israa, maar het verbaast hem niets. Hij wijst erop dat Groenhuijzen in 2011 kartrekker was van de organisatie om een Nederlandse boot te laten meevaren in een vloot naar Gaza. De initiatiefnemers voor dat konvooi waren Hamas en de moslimbroeders, aldus Brendel. Ook Israa-oprichter Abou Rashed was nauw bij de organisatie betrokken. Brendel zegt dat Groenhuijzen sinds die tijd „zeer actief is voor de Palestijnse zaak in het algemeen en die van Hamas in het bijzonder.”

Maar zoals zo vaak zegt de samenstelling van het bestuur niets over de daadwerkelijke leiding, stelt Brendel. „Volgens uitgelekte notulen trad Ibrahim Akkari, een vooraanstaande moslimbroeder, namens Israa op in de organisatie van de Nederlandse Gazaboot.” Israa zou ook hebben geholpen met de financiering. En hoewel Abou Rashed formeel geen bestuurslid meer is, was hij vorig jaar wel betrokken bij een inzamelingsactie van Israa.

Hamasconferentie

Dat Israa liefdadigheidswerk doet, lijkt buiten kijf te staan. Deze maand postte Abou Rashed op Facebook foto’s van enkele mensen (onder wie Groenhuijzen) die in hesjes van Israa hulpgoederen uitdelen in Libanon. En hoewel banden met Hamas klip-en-klaar zijn –in een op 6 april 2017 verschenen video op YouTube riep Groenhuijzen ertoe op de Hamasconferentie in Rotterdam te bezoeken–, is daarmee nog niet aangetoond dat de stichting terreur financiert. Brendel: „Net als met de Gazavloot zie je steeds weer dezelfde deelnemende organisaties, die in het verleden betrokken waren bij financiering van Hamas. Maar zo lang we geen harde aanwijzingen hebben, moeten we ervan uitgaan dat er geen directe terreurfinanciering is. Het is in elk geval moeilijk om dit hard te maken.”

Na deze ontdekkingen informeerde ik bij Groenhuijzen of hij inmiddels afstand heeft genomen van zijn gewelddadige verleden. Verder vroeg ik hem wat hij van Hamas vindt; of hij gewelddadige acties van Palestijnen tegen Israëliërs te allen tijde goedkeurt en wat hij als oplossing ziet voor het Israëlisch-Palestijns conflict. Zijn reactie: „Je had met mij een gesprek over Israa. Niet over mij. Je vragen zijn derhalve niet relevant.”

Standplaats Spangen

Hoe leven moslims in Rotterdam? RD-journalist Ben Provoost verbleef twee weken in Spangen en ging op onderzoek uit.Vandaag deel 6. Lees hier de hele serie.