Wat een herrie buiten

beeld SaltyStock, Gemma Pauwels
2

Barbecuende buren. Laag overvliegende Boeings. Brommende ventilatoren, airco’s en warmtepompen. Auto’s met stampende muziek. Stil en gerust in je eigen achtertuin zitten is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Sterker nog: het lijkt wel alsof het steeds lawaaiiger wordt.

Voor mensen met gevoelige oren is de zomer geen best seizoen. Denk je op een zonnige middag lekker in de tuin een boek te gaan lezen, gaat de buurman rechts z’n gras maaien, organiseren de buren links een kinderfeestje met zwembad en muziek, scheuren op de provinciale weg vlakbij groepen motoren langs en komt er ook nog eens elke drie minuten een vliegtuig over, onderweg naar Schiphol.

Een boek lezen, daar komt met al die herrie natuurlijk niets van terecht. Tenzij je er op de een of andere manier in slaagt een knop om te zetten door je voor al die externe prikkels af te sluiten. Maar het probleem is nu juist dat mensen met gevoelige oren dat vermogen missen. Je kunt beter iets gaan doen, bij wijze van afleiding: de heg snoeien of de tomatenplanten opbinden. Of binnen gaan zitten.

Bromvlieg

Geluidsoverlast is iets heel persoonlijks. Terwijl ik dit zit te schrijven, probeert een dikke blauwzwarte bromvlieg via het vensterglas de weg naar het licht te vinden. Qua geluidsvolume valt dat driftige maar vruchteloze gebots en gezoem in het niet bij een laag overkomend vliegtuig of een jankende schuurmachine. Maar in m’n hoofd neemt het niettemin steeds grotere porties aan. Die vlieg moet weg, die vlieg moet weg. Pas dan is er weer ruimte voor een creatieve gedachte. Maar ik kan hem nergens vinden.

Ook voor serieuze bronnen van lawaai geldt dat de een zich er meer aan stoort dan de ander. Wie graag naar vliegtuigen kijkt, vindt het misschien wel leuk om zittend in de achtertuin de firmanaam op de buik van een Boeing te ontcijferen. Maar bij de meeste mensen zal het toch vooral ergernis oproepen als een gesprek elke paar minuten door zo’n jankend gevaarte wordt onderbroken. Als je niet oppast, is dat op een gegeven moment nog het enige waar je aan kunt denken. Komt er alweer een aan?

„Het is eigenlijk een vorm van terreur”, hoorde ik hier iemand pas over zeggen. Wat daarbij niet echt helpt, is de wetenschap dat vliegtuigen voor 90 procent gevuld zijn met toeristen. Dus omdat andere mensen zo nodig op vakantie moeten, is de rust in mijn tuintje ver te zoeken. Dat wringt, dat geeft stress.

Meer apparaten

Het lijkt wel alsof het elk jaar erger wordt. Alsof het rumoer buiten alleen maar toeneemt. Om het tot de geluidsbeleving in de eigen achtertuin te beperken: in tien jaar tijd is het aantal hoorbare airco’s, ventilatoren en warmtepompen toegenomen van nul tot zes. Twee buurtuinen zijn voorzien van een continu sputterende vijverpomp, wellicht bedoeld als tegengeluid vanwege een drukke weg vlakbij. Zelfs als er verder niemand een tuinfeestje organiseert of kozijnen aan het schuren is, zorgt dit alles bij elkaar al voor flink wat gezoem en gebrom.

Ook Erik Roelofsen, directeur van de Nederlandse Stichting Geluidshinder (NSG), is van mening dat Nederland steeds rumoeriger wordt. „Het wordt er bepaald niet stiller op. Vooral in stedelijk gebied valt het me op hoe lawaaiig het overal is. Het is er eigenlijk nooit meer rustig.”

Landelijke cijfers over geluidsoverlast zijn er vreemd genoeg niet, vertelt Roelofsen. „Het punt is dat er geen centrale instantie is die dergelijke informatie verzamelt. Het is allemaal erg versnipperd. We hebben als NSG begin dit jaar voor 2018 een inventarisatie van de klachten over geluidsoverlast gedaan door allerlei instanties die zich hiermee bezighouden –woningcoöperaties, politie, gemeenten, milieudiensten– aan te schrijven.”

Maar ook die inventarisatie is niet volledig. De klachten over geluidsoverlast door het vliegverkeer van Schiphol blijven buiten beeld. En de politie wilde niet meewerken. „We moesten maar een verzoek in het kader van de Wet Openbaarheid Bestuur indienen. Dat zijn we ook zeker van plan, al kost dat extra tijd. We willen deze inventarisatie bovendien jaarlijks gaan herhalen, om zichtbaarder te maken hoe het ervoor staat met de geluidsoverlast”, kondigt Roelofsen aan.

De meeste meldingen die bij de NSG binnenkomen, betreffen lawaai van de buren. Loopgeluiden van de bovenburen staan op de eerste plaats. Maar vaak gaat het ook over geluidsoverlast die wordt veroorzaakt door apparaten. „Denk aan bladblazers, grasmaaiers, ventilatoren, airco’s en warmtepompen. Als de ene buurman klaar is met het maaien van z’n gras, gaat de volgende met een hogedrukspuit in de weer. Mijn ervaring is dat mensen die dit soort apparaten aanschaffen en gebruiken er niet bij stilstaan dat de buren er last van hebben.” Soms horen mensen zelf niet hoeveel herrie ze veroorzaken. „Misschien zet de buurman zelf wel oordoppen op voor hij zijn motorzaag aanzet.”

Bewustwording is volgens Roelofsen in veel gevallen de oplossing van het probleem. „Ik ga wat dat betreft uit van het goede in de mens. Er is al veel gewonnen als je in de gaten krijgt wat je de buren aandoet. Ik heb zelf best een grote tuin, maar ik zou er niet over peinzen om afgevallen blad met een bladblazer op te ruimen. Dat kan ook gewoon met de hand. Dat gaat net zo snel en het maakt geen herrie.”

Brom- en zoemgeluiden

Een betrekkelijk nieuwe trend is dat steeds meer Nederlanders hun huis voorzien van airconditioning, ventilatiesystemen en warmtepompen. Met als onvermijdelijk bijeffect de nodige brom- en zoemgeluiden. Roelofsen signaleert een stijging in het aantal meldingen over dit soort apparaten. „Dat geldt het laatste jaar vooral voor warmtepompen. Dit jaar zijn we als NSG als adviseur bij zo’n zeven rechtszaken over zulke apparaten betrokken. Dan moet je denken aan buren die geconfronteerd worden met een warmtepomp onder hun slaapkamerraam, of naast hun tuin.

Ik denk dat zulke situaties prima hadden kunnen worden voorkomen als er van tevoren wat beter was nagedacht. Iedereen snapt dat zo’n apparaat lawaai veroorzaakt. Je moet zo’n pomp dan natuurlijk niet op een plaats bevestigen waar je er zelf geen last van hebt, maar je buren wel. Wat mij betreft heeft een installateur daarbij trouwens ook een taak.”

Het probleem is dat er tot nog toe geen geluidsnormen voor dat soort apparaten bestaan. Alhoewel dat gaat veranderen. Begin volgend jaar wordt namelijk het Bouwbesluit aangepast. „Maar wat ons betreft is dat nog geen echte oplossing, want de norm die daarin komt te staan vinden we als NSG nog te hoog”, zegt Roelofsen.

Met niet te traceren laagfrequente bromtonen –een verschijnsel waar steeds meer mensen last van hebben– hebben deze apparaten volgens hem niet per se te maken. „Warmtepompen en airco’s brommen wel, maar dat geluid is objectief waarneembaar. Het probleem met bromtonen zonder aanwijsbare bron is dat het niet te meten is en dat andere mensen het niet horen. Wat het is en waar het vandaan komt is nog onduidelijk: het zou te maken kunnen hebben met verder weggelegen wegen, of met het toenemende gebruik van elektriciteit en de bijbehorende toename van het netwerk. We weten het niet.”

Aanvliegroute

Voorkomen is ook met geluid beter dan genezen. Wie verhuisplannen heeft, doet er goed aan om de factor geluid bij de overwegingen te betrekken. Loopt er een drukke weg in de buurt? Of zijn er plannen om in de toekomst zo’n weg aan te leggen? Dat kun je ter plekke checken of anders navragen. Zit je in een aanvliegroute voor Schiphol of een andere luchthaven – of zou het zomaar kunnen zijn dat dat over een aantal jaar het geval is? Ook dat is uit te zoeken.

Lastiger is het geluid op microniveau. Hoe luiden de ongeschreven geluidsregels in de buurt? Hoe vaak geven de buren een tuinfeestje? Je kunt ernaar vragen en wellicht kan de verkoper of de verhuurder er ook wat over zeggen. Maar verder moet je het maar afwachten.

Dat geldt ook op vakantie. Lawaai is potentieel overal. Althans: het kan op de stilste plekjes opduiken. Ook een vakantie in de vrije natuur is geen garantie voor rust aan je hoofd. Sta je met je tent op een landelijk ogend veldje, blijken de overdag bedaard ogende buren ’s avonds te transformeren in luidruchtige pratende en brallende nachtbrakers. Of is er een openluchtfeest, met basdreun, een dorp verderop.

Als dit scenario zich komende zomer weer eens voordoet neem ik me voor om te proberen ”om te denken”. Me niet ergeren aan de herrie, maar me verheugen in het feit dat ik lekker in m’n eigen slaapzak lig en er gelukkig niet bij hoef te zitten. Voor de veiligheid neem ik natuurlijk een setje herriestoppers mee. En misschien oortjes, om bij wijze van afleiding naar een luisterboek te luisteren.

Wat te doen tegen geluidsoverlast

Soms pakt een directe aanpak goed uit. Een dronken Rus in het pand naast ons bleek een paar jaar geleden om twee uur ’s nachts, toen we eindelijk genoeg moed bij elkaar hadden geschraapt, best bereid om z’n radio uit te zetten. De volgende dag begon hij zelfs opeens spontaan een praatje over de schutting.

Meestal kun je volgens de NSG beter een geschikt moment afwachten. „Het is niet handig om erover te beginnen op het moment dat je lawaai ervaart en je geïrriteerd bent. Ga een keer op de thee of de koffie. Kaart het probleem dan op vriendelijke manier aan”, adviseert Erik Roelofsen.

Als het de spuigaten uitloopt met de burenherrie kun je een melding doen bij de woningbouwvereniging of bij de politie. Ook al wordt het probleem niet gelijk opgelost, het idee dat je ‘gehoord’ wordt lucht al op.

Voor overlast door vliegverkeer bestaat een speciaal meldpunt: Bewoners Aanspreekpunt Schiphol (bezoekbas.nl). Een klacht indienen voelt misschien als een druppel op een gloeiende plaat, maar het wordt wel degelijk opgemerkt. Een bestuurder van Schiphol maakte pas excuses aan de gemeente Bodegraven-Reeuwijk vanwege overmatige overlast door vliegverkeer dit voorjaar. Of de overlast daardoor ook vermindert: dat is vers twee.

Ook voor klachten over laagfrequente bromtonen is er een meldpunt: Stichting Laagfrequent Geluid (laagfrequentgeluid.nl).

Bij herrie koppig buiten blijven zitten of toch maar naar binnen gaan (en de ramen dichtdoen)? Het tweede is beter voor de gezondheid. Geluidsoverlast heeft effect op de bloeddruk en geeft stress.

Met een koptelefoon op naar je eigen muziek –of een luisterboek– luisteren is ook een manier om je tegen geluid af te schermen.

Een plug in je oor

Als je jezelf voor het lawaai om je heen af wilt sluiten, zijn oordoppen een optie. Alleen: er is nogal veel keuze.

Wie zoveel mogelijk herrie buiten wil sluiten, kan het best pluggen van schuimrubber in zijn oren stoppen, adviseert Henrico de Bruin. Hij werkt bij oorkappen-shop.nl, een bedrijf dat gespecialiseerd is in gehoorbescherming. „Maar de maat is heel belangrijk. Oren verschillen nogal van elkaar qua breedte en diepte. Een te grote dop doet pijn en geeft irritatie. Een te kleine dop verlies je. Het komt nogal precies. Pas als een dop goed zit, zal hij maximaal geluid dempen.”

Volgens De Bruin is er een wezenlijk verschil tussen pluggen van schuim en zogenaamde filteroordoppen. „Een exemplaar van schuim blokkeert zoveel mogelijk van het geluid uit de omgeving. Een dop met een filter houdt alleen bepaalde tonen tegen. Welke, dat hangt af van het soort filter.” Er zijn bijvoorbeeld filterdoppen op de markt die snurkgeluiden tegenhouden terwijl de wekker wel hoorbaar blijft.

Wie gaat kamperen en bevreesd is voor lawaai uit de omgeving, kan het beste een doosje met verschillende maten schuimoordoppen meenemen, adviseert De Bruin. Dan kun je uitproberen welke het best past.

Het is overigens een illusie om te verwachten dat je je door doppen in je oren te stoppen volledig af kunt sluiten voor de herrie om je heen. Hoge frequenties zijn sowieso gemakkelijker te dempen dan lage frequenties. „Geluid komt ook binnen via je schedel en je kaken.” Daar is niets aan te doen. „Maar: hoe hoger de dempingswaarde van je oordoppen, hoe minder gevoelig je bent voor omgevingsgeluiden.”

Minder festivals

De afgelopen jaren schoten de muziekfestivals als paddenstoelen uit de grond. Niet alleen in bijvoorbeeld parken in de grote steden, maar ook in natuurgebieden. Steevast leiden deze evenementen tot veel overlast voor omwonenden, vooral vanwege de ver dragende bastonen.

Volgens een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam lijkt er een einde te zijn gekomen aan die periode van groei. In 2015 waren er in Nederland nog 1155 muziekfestivals, in 2018 nog 1029. Als verklaring voor deze afname wordt onder andere gewezen op strengere regelgeving wat betreft geluidsnormen.