Uit Zuid-Afrika weer even terug in Nederland

Naar Holland
Het echtpaar Nap emigreerde in 1972 naar Zuid-Afrika. „In Afrika zijn we met minder tevreden. Als je bij ons een huis koopt, maak je het een beetje schoon en trek je erin.” beeld RD, Henk Visscher

„Koud!” zegt mevrouw Nap als ze de deur van het vakantiehuisje bij Noordeloos opendoet. In twee dagen tijd daalde de temperatuur tien graden. „In Zuid-Afrika is het altijd mooi weer.”

Om de twee jaar komt het echtpaar uit Pretoria naar Nederland. Naast hun zoon in Alblasserdam bezoeken ze ook familieleden in Leerbroek. En die komen regelmatig naar Afrika. „De KLM is er goed mee.”

Het huisje in Noordeloos staat rondom in het groen. „Dat is bij ons nu anders: alles is geel of bruin”, zegt Dies Nap. „Heel Nederland is mooi, als de zon schijnt. Het is oud en vertrouwd, al die dorpjes en kerken.”

Zijn vrouw morrelt aan het gasfornuis. „Dat ben ik niet gewend; in Afrika is alles op stroom.”

Inbraken

„Veiligheid” noemt Nap als het grootste verschil tussen zijn geboorte- en zijn thuisland. „In Afrika heeft alles waarde, al is het maar voor de recycling. Zelfs een tuinslang. Dus alles kan worden gestolen. Wij wonen in een beveiligde wijk, waar je alleen via een portier binnenkomt. Ook in die buurt is echter wel ingebroken.”

De wijk telt 120 huizen „voor mensen boven de 55 zonder kinderen.” De kerk –van de gereformeerde gemeente in Nederland te Silverton– is dichtbij.

Nap en zijn vrouw emigreerden toen ze in 1972 trouwden. In 1978, op bezoek in Nederland, kregen ze bericht dat Nap zijn baan kwijt was en dat zijn werkgever hun huis alvast maar had leeggehaald. „Ik ben teruggegaan om de spullen te verkopen die hij in de garage had opgestapeld. Mijn vrouw en kinderen bleven in Nederland.”

Ze betrokken een gedeelte van een Montfoortse boerderij. „Het was er koud en vochtig. De strenge winter van 1979 gaf voor ons de doorslag: in 1980 gingen we weer naar Afrika, al hadden we nog geen geld voor een blikje verf. Ook benzine kon ik niet betalen, dus ik reed met iemand mee naar mijn werk.” Nap hield zich bezig met pijpleidingen in de landbouwsector. „Nu werk ik als zzp’er in de besproeiing.”

Corruptie

Soms overwoog het echtpaar naar Nederland terug te keren. „Als het economisch slecht ging. Zuid-Afrika zit nu ook weer in een crisis. Van de bevolking is 27 procent werkloos. Er is veel corruptie. De regering is ons grootste probleem. Onze munt, de rand, is weinig waard, dus een vakantie in Nederland is duur voor ons.”

„We wonen er erg lekker”, biedt mevrouw Nap tegenwicht. „Het zou voor mij een straf zijn om weer in Nederland te wonen. Alles is hier zo dicht op elkaar. En er wordt op elkaar gelet; wat de een heeft, moet de ander ook hebben. Bij ons kijken de buren niet naar elkaar.”

Negentien was ze toen ze emigreerde. Als enige van haar gezin. Haar man, afkomstig uit De Bilt, heeft een broer die ook in Afrika woont en in Pretoria kerkt.

Over het „materialisme” in Nederland raken ze niet uitgepraat. „In Afrika zijn we met minder tevreden. Als je bij ons een huis koopt, maak je het een beetje schoon en trek je erin. Onze keuken is 35 jaar oud. In Nederland breken ze een huis helemaal leeg. Een nieuwe keuken moet eruit, want er moet een keuken naar eigen smaak in. Je vraagt je af hoe die jonge stellen dat allemaal betalen. In Afrika krijgen we nog 10 procent rente voor ons spaargeld. Hier krijg je er bijna niets meer voor, dus besteden ze alles maar.”

Maar, zegt zoon Gijs, „in Nederland hoeft niemand te bedelen. In Afrika is veel armoede, ook onder de ”blankes”. De kerken doen heel veel; die hebben bijvoorbeeld gaarkeukens.”

Kinderen op straat

In Zuid-Afrika is de regering christelijker dan in Nederland, vinden de Nappen. „Bij de inauguratie van de president waren er allerlei godsdienstige elementen.”

De jeugd in Nederland is anders. „In Afrika is er meer discipline en respect. Jongeren worden meer beschermd opgevoed. Hier lopen kinderen ’s avonds nog op straat. Bij ons is dat niet veilig. Het hoeft ook niet, want er is ruimte genoeg op het eigen erf. Elk huis heeft een grote tuin.”

Fax en app

Na vier weken gaat het echtpaar Nap terug naar Zuid-Afrika. Drie zoons en een dochter wonen daar ook. Zoon Gijs vertrok in 2000 met vrouw en kinderen naar Alblasserdam. „Om economische redenen”, zegt hij. „Als kind wilde ik altijd al naar Nederland. Petra, mijn vrouw, wilde niet. Maar ik kon na mijn universitaire studie geen werk krijgen.” Zijn vader wijst naar zijn arm: „Wij hebben de verkeerde kleur. Zwarten krijgen voorrang.”

Gijs had in Nederland binnen een paar weken werk. „We lezen nog wel elke dag de Zuid-Afrikaanse krant. En als we in Afrika op bezoek zijn, is dat toch een soort thuiskomen.”

Het contact verloopt doorgaans via whatsapp. „Veel gemakkelijker dan vroeger”, zegt vader Nap. „De eerste brief-per-fax was een belevenis.” Relativerend: „We zitten uiteindelijk maar twaalf uur bij elkaar vandaan.”